© Unsplash/ Ignat Kushnarev
 

De pensioenhervorming van de regering-De Wever dreigt een armoedestijging bij gepensioneerden te creëren. Ze heeft last-minute bijsturingen nodig. Er moet een leefbaar pensioenminimum gegarandeerd worden, ook met een pensioenmalus.

Nathalie Diesbecq, jurist ACV-studiedienst
 19 februari 2026

De aangekondigde pensioenhervormingen van de regering-De Wever worden vaak voorgesteld als een ‘modernisering’ en als een noodzakelijk ingreep om de pensioenen betaalbaar te houden. In de praktijk dreigt ze duizenden mensen met onzekere of onderbroken loopbanen – in de praktijk vooral vrouwen, deeltijds werkenden en mensen in precaire tewerkstelling – een lager pensioen te bezorgen, met extra armoederisico’s. Dit is geen technische nuance, maar een politieke keuze met directe gevolgen voor onze levensstandaard, gezondheid en voor onze waardigheid op oudere leeftijd.

Op dit moment liggen er nog geen wetteksten voor de aangekondigde pensioenhervorming van de regering-De Wever voor in het parlement, maar is het voorontwerp van wet, na tweede lezing in de ministerraad, overgemaakt aan de Raad van State. Het hoofdargument van de regering om de pensioenen te hervormen, is dat de kosten voor de wettelijke pensioenen te hoog liggen en niet houdbaar zouden zijn op middellange en lange termijn.

De Studiecommissie voor de vergrijzing heeft in haar laatste rapport van 2025 nogmaals duidelijk gesteld dat sterkste kostenstijging door de vergrijzing in de gezondheidszorg zit.

Dat is maar in beperkte mate zo, want de echte vergrijzingskosten zitten niet zozeer in de pensioenen. De Studiecommissie voor de vergrijzing heeft in haar laatste rapport van 2025 nogmaals duidelijk gesteld dat sterkste kostenstijging door de vergrijzing in de gezondheidszorg zit. Bovendien is het moeilijk om te rechtvaardigen dat de regering retroactief wil ingrijpen in de opgebouwde pensioenrechten waaraan burgers in het algemeen, en werknemers in het bijzonder, heel hun loopbaan actief hebben bijgedragen.

De bijdragen aan de sociale zekerheid, vooral de patronale bijdragen, namen de laatste decennia dan weer gevoelig af, en er is een voortdurende shift in de arbeidsmarkt naar banen waarop weinig of geen sociale bijdragen wordt betaald, zoals studentenarbeid en flexijobs. Begin jaren 2000 lag de werkgeversbijdrage rond de 35 procent, in 2025 is dat 27 procent door opeenvolgende loonkostenverlagingen, zoals de tax-shift van de regering-Michel.

Twintig jaar verlaging van werkgeversbijdragen heeft de sociale zekerheid ongeveer 240 miljard euro aan inkomsten gekost, waardoor België vandaag jaarlijks zo’n 13 miljard euro minder budget heeft om de vergrijzing op te vangen.

Die tendens ondermijnt de financiering van onze sociale zekerheid, en in het bijzonder van de wettelijke pensioenen. Twintig jaar verlaging van werkgeversbijdragen heeft de sociale zekerheid ongeveer 240 miljard euro aan inkomsten gekost, waardoor België vandaag jaarlijks zo’n 13 miljard euro minder budget heeft om de vergrijzing op te vangen, bijna de helft van de toekomstige jaarlijkse vergrijzingskost. De zogenaamd vastgestelde financiële onhoudbaarheid van ons pensioensysteem is dus grotendeels veroorzaakt door politieke keuzes.

Schending van vertrouwen

De voorliggende hervorming is zeer complex, bijzonder gelaagd en volkomen ontransparant door vanaf 1 januari 2026 de accumulatieregels voor het verwerven van je wettelijke pensioenrechten retroactief te herzien. Vanaf 2027 zal een loopbaanjaar retroactief voor alle vroegere jaren altijd minstens 156 effectief gewerkte of gelijkgestelde dagen moeten tellen (in plaats van 104) voor het vervroegd pensioen.

Anders dan voor het vervroegd pensioen, tellen voor de berekening van het wettelijk pensioen op de vastgelegde pensioenleeftijd alle gewerkte en gelijkgestelde dagen mee voor het pensioenbedrag, zelfs als sommige jaren de nieuwe norm van 156 dagen niet halen. Voor het vervroegd pen­sioen komt er wel een ‘neutralisatie’ van het eerste loopbaanjaar als het tussen de 104 en 155 dagen telt, en een administratieve tolerantie van vijf ‘fictieve’ dagen over de hele loopbaan om jaren nét onder de 156 gewerkte dagen alsnog op te tillen.

Vijf dagen op een ganse loopbaan is ridicuul. De nieuwe definitie van een loopbaanjaar – 156 gewerkte dagen – lijkt op papier eenvoudig, maar de realiteit is complexer. De administratieve tolerantie corrigeert enkel toevallige uitschuivers, niet de structurele realiteit in deeltijdse sectoren. Waar deeltijds werk geen keuze is maar de sectorale norm – zoals in de zorg, de distributie, poetswerk of de retail – dreigt de hervorming honderdduizenden werknemers te bestraffen voor arbeidsomstandigheden waarover zij geen enkele zeggenschap hebben.

De mogelijkheid van een vervroegd pensioen beperkt zich tot standaard voltijdse loopbanen, die geen enige vorm van pech gekend hebben door werkloosheid of ziekte.

Uit cijfers blijkt dat een groot deel van de recent vervroegd gepensioneerden in tal van loopbaanjaren rond de grens van 156 dagen zat. Een veel ruimere administratieve tolerantie is niet alleen logisch, maar noodzakelijk om te voorkomen dat werknemers door hun uurroosters of deeltijdse contracten onnodig loopbaanjaren verliezen.

De nieuwe toegangspoort voor het vervroegd pensioen ligt op 60 jaar, bij 42 loopbaanjaren – met telkens 234 effectieve dagen, wat neerkomt op ongeveer negen voltijdse maanden. Dat betekent dat de mogelijkheid van een vervroegd pensioen zeer beperkt is en zich uitsluitend richt op standaard voltijdse loopbanen, die geen enige vorm van pech gekend hebben door werkloosheid of ziekte. Bepaalde zorg- of inactiviteitsperiodes tellen beperkt of niet mee, wat vroege starters met zorgonderbrekingen benadeelt.

De belofte van deze regering om rekening te houden met mensen die vroeg in hun leven begonnen te werken en een lange loopbaan hebben opgebouwd, op een verantwoorde manier eerder te laten stoppen met werken, zal slechts een zeer kleine verbetering met zich meebrengen en weinig kunnen benut worden. De Federale Pensioendienst (FPD) raamt het aandeel vervroegd gepensioneerden dat voldoet aan de tewerkstellingsvoorwaarde van 42 loopbaanjaren aan 234 effectief gewerkte dagen op 10 procent in de werknemersregeling, waarvan slechts 5 procent vrouwen. De maatregel komt vooral zelfstandigen ten goede, die vaker (75 procent) aan de voorwaarden voldoen.

Pensioenmalus

Dat alles in een context van sociale afbouw. Die is onder meer het gevolg van de invoering van een zeer streng malussysteem in de berekening van het pensioenbedrag. Het pensioen vervroegd opnemen verlaagt het pensioen, het uitstellen verhoogt het. De malus/bonus loopt cohorte-gewijs op: van 2 procent per jaar (voor wie geboren is in of voor 1965), over 4 procent (1966–1974) tot 5 procent (≥1975), pro rata per maand. De opbouw van de pensioenbonus start in 2026, de toepassing van de malus en bonus vanaf 2027.

Vrijstelling van de pensioenmalus kan pas bij 35 loopbaanjaren met minimaal 156 gewerkte dagen én in totaal 7.020 effectieve of gelijkgestelde dagen. Landingsbanen tellen daarbij niet als effectieve tewerkstelling, wat vrijstelling bemoeilijkt. De bonus zal misschien een voordeel zijn voor de happy few, maar voor de gemiddelde werknemer wordt het al een flinke uitdaging om de eindmeet te halen, gelet op het werkritme dat in ons land wordt aangehouden. De pensioenleeftijd ligt immers op 66 jaar tot 2029 en op 67 jaar vanaf 2030. Het kan dan wel zo zijn dat de pensioenleeftijd in andere Europese landen ook gestegen is, of zal stijgen, maar België kent een werkdruk die vaak hoger is dan in andere landen, zoals de Scandinavische landen.

Het kan dan wel zo zijn dat de pensioenleeftijd in andere Europese landen ook gestegen is, of zal stijgen, maar België kent een werkdruk die vaak hoger is dan in andere landen, zoals de Scandinavische landen.

Als de malus vandaag al van kracht was geweest, zou een derde van de vervroegd gepensioneerden ermee geconfronteerd worden – onder vrouwen zelfs bijna de helft. Vrouwen, deeltijds werkenden en mensen in een precaire tewerkstellingssituatie worden extra geraakt, idem voor werknemers die van de ene tijdelijke job naar de andere gaan, al dan niet via uitzendarbeid. Periodes van volledige werkloosheid tellen immers niet mee om de malus te vermijden, hoewel voor werknemers in tijdelijke jobs die periodes zonder werk in feite een vorm van tijdelijke werkloosheid zijn.

Opvallend, toen we cijfers opvroegen bij de federale pensioendienst, tijdens de eerste besprekingen van de pensioenplannen, bleek dat 44 procent van wie door de malus geraakt zou worden, (langdurig) arbeidsongeschikt was. Dit is vanuit syndicaal oogpunt natuurlijk onaanvaardbaar. Wie de pech heeft om niet over een goede gezondheid te beschikken, heeft minder mogelijkheden om een mooie loopbaan uit te bouwen of moet rondkomen met een uitkering. Als men boven op deze periode van arbeidsongeschiktheid nog eens het pensioen afstraft, is dat dubbel op.

De pensioendienst antwoordde dat ze een mechanisme zouden creëren om ziekteperiodes te neutraliseren voor de toepassing van de malus. Dat bleek al gauw ontoepasbaar. Door de samenloop met deeltijdwerk, zorgonderbrekingen en gefragmenteerde loopbanen delen vrouwen in laagbetaalde sectoren disproportioneel in de klappen. Na vakbondsacties en intensief sociaal overleg zag ook de regering in dat dit een ongeziene maatregel was. Periodes van arbeidsongeschiktheid zullen nu wel meetellen voor de loopbaanvoorwaarden.

Als de pensioenmalus vandaag al van kracht was geweest, zou een derde van de vervroegd gepensioneerden ermee geconfronteerd worden – onder vrouwen zelfs bijna de helft.

Zorgperiodes, langdurige ziekte, arbeidsongevallen en beroepsziekten zijn geen ‘hinderlijke onderbrekingen’, maar onlosmakelijk deel van vele loopbanen. De normen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) bevelen aan dat periodes van ziekte, werkloosheid en zorgverlof worden gelijkgesteld omdat ze relevant zijn voor sociale bescherming en omdat dat individuele zekerheid biedt.

Toch blijven precies deze periodes in de hervorming onvoldoende meewegen, of worden ze slechts deels gelijkgesteld in bepaalde werkvoorwaarden. Dat is asociaal én genderongelijk: vrouwen werken vaker deeltijds en nemen meer zorgperiodes op, en juist die periodes dreigen hen nu uit het vervroegd pensioen te duwen of hen bloot te stellen aan de pensioenmalus. Er is dus een risico van indirecte discriminatie. Bovendien is de niet-gelijkstelling  in strijd is met onder andere de Europese richtlijnen rond worklife balance en de bescherming bij moederschaps- en zorgverlof. Een modern pensioenstelsel waardeert zorg, straft ze niet af.

Retroactieve bestraffing

Het gevolg van de maatregelen is een lager pensioen voor velen, en vooral voor lage en modale pensioenen. Een microsimulatie van de FPD schat de gemiddelde daling van modale werknemerspensioenen (in het derde kwintiel) op zo’n 170 euro per maand, of een tiende van het pensioeninkomen.

Voor deze simulatie ging de FPD uit van een representatieve selectie van 1.054 burgers die in 2023 met pensioen zijn gegaan. Met de pensioenmalus alleen bleek de gemiddelde daling 462 euro per maand. In het laagste pensioenkwintiel zou 42 procent een achteruitgang zien, het merendeel vrouwen. Met de 156-dagenregel schuift voor meer dan een derde de vroegste pensioendatum op, 3 procent verliest zelfs volledig de mogelijkheid tot vervroegd pensioen. Van wie in 2023 in aanmerking kwam voor vervroegd pensioen, had 54 procent langer moeten werken, met een gemiddeld uitstel van zestien maanden.

Dat lijkt op papier misschien niet dramatisch, maar achter deze cijfers gaan mensen schuil die veelal lange en lastige loopbanen achter de rug hebben en zich op het einde van hun loopbaan zwaar moeten inspannen om het vol te houden.

Daarmee zijn we er nog niet. Niet-gewerkte periodes in een landingsbaan tellen bijvoorbeeld niet als effectieve tewerkstelling. Ze helpen dus niet om de 7.020-dagenvoorwaarde te halen en blokkeren de malusvrijstelling, terwijl ze ook de pensioenopbouw verminderen, zelfs bij mensen die bewust langer aan het werk blijven dankzij eindeloopbaanregelingen. De gelijkstelling van de periode van de landingsbaan wordt bovendien beperkt tot een fictief loon voor de berekening van het pensioenbedrag.

Het is toch eigenaardig dat men mensen langer aan het werk wil houden, maar de tools daarvoor op die manier ondermijnt.

Zwarte doos

Operationele chaos leidt tot slot tot onvoorspelbaarheid. De FPD geeft aan dat volledige implementatie van rekenmodellen en datakwaliteit pas ten vroegste vanaf oktober 2027 haalbaar is. Tot dan dreigt rechtsonzekerheid en is er een gebrek aan correcte info op mypension.be. Nochtans is dat het omgekeerde van wat burgers nodig hebben om pensioenkeuzes te maken. Op mypension.be moeten burgers duidelijke, gepersonaliseerde impactramingen kunnen terugvinden, geen ‘zwarte doos’.

De retroactieve bestraffing in het pen­sioen van legitiem gemaakte loopbaankeuzes moeten we direct stoppen. Respecteer het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel en voer geen drempels in die het verleden herschrijven. De huidige overgangsmaatregelen zijn onvoldoende. Zeker 50-plussers die structureel deeltijds moeten werken, bijvoorbeeld in de sector van huishoudhulpen, zullen niet plots een voltijds contract krijgen en hebben geen tijd meer om hun gemaakte loopbaankeuzes – die legitiem waren en rekening hielden met de spelregels die toen golden – te herstellen.

50-plussers die structureel deeltijds moeten werken, bijvoorbeeld in de sector van huishoudhulpen, zullen niet plots een voltijds contract krijgen en hebben geen tijd om hun gemaakte loopbaankeuzes – die rekening hielden met de spelregels die toen golden – te herstellen.

Men kan evenmin verwachten de werknemers die reeds drie vierde van hun loopbaan achter de rug hebben, en in een zwaar beroep werken, zoals een ploegenstelsel met nachtarbeid, dit blijven doen tot aan hun wettelijke pensioenleeftijd. Wat doet deze regering trouwens om hun arbeid werkbaarder te maken? Het zou logischer zijn om met een cut-off date te werken: nieuwe regels gelden voor de toekomst, maar niet voor loopbaanjaren die lichtjaren achter ons liggen. Het vertrouwensbeginsel en de rechtszekerheid eisen dat regels niet retroactief worden toegepast. De huidige hervorming doet precies dat.

Massale rechtsonzekerheid stelt de FDP vandaag al vast, wanneer ze waarschuwt voor juridische problemen en voor technische onuitvoerbaarheid. Bovendien grijpt de regering direct in op reeds lopende pensioenen. Zo werd de indexering van de pensioenbedragen beperkt, voor bruto pensioenen boven de 2.000 euro, ook in de gezinspensioenen. Dat negeert men het effect van inflatie en zet de welvaartsvastheid onder druk.

In die zin spreidt deze regering de besparing dan wel volledig uit over alle generaties, maar met de nuance dat de jongere generaties nog loopbaankeuzes kunnen maken en weten dat een aanvullend pensioen wellicht nodig zal zijn.

Groeiend armoederisico

De retroactieve impact van de maatregelen vergroot ook het armoederisico voor toekomstig gepensioneerden. Zonder kans om nog bij te sturen en zonder vangnet kan de pensioenmalus het pensioenbedrag onder het gewaarborgd minimumpensioen duwen. Het ACV pleit er daarom voor om het minimumpensioen of een minimumjaarrecht expliciet te beschermen tegen de toepassing van de malus.

Het minimumpensioen is immers ingevoerd om ervoor te zorgen dat wie zijn hele leven heeft bijgedragen, minstens een waardige levensstandaard op pensioenleeftijd heeft. Het minimumjaarrecht is het gegarandeerde minimumbedrag aan pensioen dat je per gewerkt jaar krijgt wanneer je aan de voorwaarden voor het minimumpensioen voldoet, zodat je pen­sioen nooit onder een bepaald minimum per loopbaanjaar zakt.

Het armoederisico voor gepensioneerden zakte tot 10,7 procent. Met verwachte verliezen tot honderden euro’s per maand is het naïef om te denken dat de armoede op oudere leeftijd niet opnieuw zal stijgen.

België heeft de voorbije jaren vooruitgang geboekt in de verlaging van armoede bij gepensioneerden. Het armoederisico voor gepensioneerden zakte tot 10,7 procent in 2024 (van 16,2 procent in 2020). Met gemiddelde verliezen tot honderden euro’s per maand en een grote groep die langer moet werken of een levenslange malus riskeert, is het naïef om te denken dat de armoede op oudere leeftijd niet opnieuw zal stijgen.

Omdat we weten dat armoede leidt tot stress, gezondheidsproblemen, sociale isolatie en het verlies aan vertrouwen in de samenleving, moeten we de geplande pensioenhervorming beoordelen op haar maatschappelijke impact. Een beleid dat tot lagere pensioenen en hogere armoederisico’s leidt, creëert geen duurzame toekomst. Een hervorming die vooral lineaire voltijdse carrières beloont en iedereen met ‘pechjaren’ door werkloosheid, onstabiele jobs, of precaire contracten afstraft, verlegt de grens tussen risico en zekerheid de verkeerde kant op.

Pensioenen zijn geen budgettaire voetnoot, maar een fundament van sociale rust, gezondheid en veiligheid. Kortom, bijsturen is geen detail, maar politieke noodzaak. Een sociaal rechtvaardig pensioenstelsel telt zorg en tegenslag volwaardig mee, beschermt tegen pensioenbedragen onder het minimum, en biedt duidelijke, voorspelbare regels. Dat is de maatstaf waaraan deze hervorming moet worden getoetst – voor ze onomkeerbare schade toebrengt.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Regering schrapt in gelijkstelling landingsbanen ondanks...

Net voor het jaarlijkse zomerreces schrapte de arizonaregering in het aantal gelijkgestelde periodes voor het pensioen voor werknemers....
   12 augustus 2026

Europse award voor Limburgse aanpak ter preventie van...

Onesto heeft samen met zijn partners een Europese award gewonnen voor een vernieuwende aanpak die gezinnen helpt om een woning niet alleen te kopen,...
 Limburg  26 juli 2026

Zijn flexi-jobs echt een win-win?

Door een grote uitbreiding van de flexi-jobs kan vanaf 1 juli zowat elke werkgever er een beroep op doen, tenzij de sector zelf er anders over...
   30 juni 2026

In ’t Spoor valt de drempel naar de dokter weg: ‘Hier...

Een nieuw onderzoek van CM legt een ongemakkelijke paradox bloot: net in de armste buurten, waar mensen het vaakst ziek zijn, gebruiken ze de minste...
   24 juni 2026