De Vlaamse regering komt met een verruimd inkomensbegrip voor sociale voordelen. Hoera!
Gedaan met alle managementvennootschappen die vastgoed oppotten en ondertussen verhoogde kinderbijslag trekken, een studiebeurs voor hun kinderen, misschien nog een gesubsidieerde studentenkamer. Eindelijk een onrechtvaardigheid in ons sociaal systeem waarmee de regering voor eens en altijd komaf maakt.
Toch?
De realiteit is dat de politiek zich weer eens al te makkelijk op de borst klopt. Een verklaring op eer volstaat. Om wat te verklaren? Dat weet niemand. Laat staan dat er veel aandacht zal gaan naar jaarrekeningen of andere documenten onderzoeken. Dat hoeft allemaal niet aangeleverd te worden. Het laatste wat mocht gebeuren, is mensen die publieke middelen ontvangen dwingen om inzage te geven in hun vermogen. Niet de middenklasse tenminste. Zij dienen als schild voor de rijkste tien procent.
Intensief inkomensonderzoek
Het cynisme van dergelijk beleid komt pas volledig tot uiting als we kijken naar wat er gebeurt in de sociale bijstand en de sociale huisvesting. Daar wordt een intensief inkomensonderzoek gedaan naar alle aanvragers. Voor de Vlaamse regeringen, zowel de huidige als de vorige, kon het nooit streng genoeg zijn.
In de sociale bijstand moesten privédetectives speuren naar gedeelde eigendomsaktes van een schuur ergens in het Atlasgebergte.
De idee dat een aanvrager niet volledig behoeftig is, was voldoende om iedereen binnenstebuiten te keren. Privédetectives moesten speuren naar gedeelde eigendomsaktes van een schuur ergens in het Atlasgebergte. Ze mochten toegang forceren tot het Centraal Aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (CAP), het register van bankrekeningen. Geen moeite te veel.
Federaal gaat men verder op dat elan. Krijgen mensen in de bijstand niet gewoon te veel? Toch maar eerst een register aanleggen waarin elk voordeel opgelijst staat, zodat we er een limiet op kunnen leggen. Alsof de toekenning nu al niet gebeurt door sociaal assistenten op basis van de specifieke noden.
De vraag wordt zelfs gesteld of mensen in nood niet te snel bijstand krijgen. Zo wil deze regering nieuwkomers vijf jaar laten wachten voor het recht op een leefloon. Fijn voor elke nieuwkomer die vanaf dag één werkt en na drie jaar ontslagen wordt. Nog anderhalf jaar werkloosheid en dan niets meer. Weer een slag gewonnen in de strijd tegen de armen, moet onze minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) denken.
De strijd tegen armoede is voor anderen.
Zakken binnenstebuiten
Met de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de duur komt er een nieuwe golf van leefloonaanvragers af op het OCMW. Langdurig werkzoekenden die al jaren voor een gesloten deur staan in de zoektocht naar werk, worden nu de deur gewezen van de werkloosheidsuitkering. Na jaren van afwijzing mogen ze als ultieme vernedering hun zakken binnenstebuiten keren om aan te tonen dat er niets meer in zit.
Als we hen nu eens een verklaring op eer lieten tekenen? Dat ze hun best hebben gedaan en gewoon hulp nodig hebben? Dat bespaart het OCMW alvast een hoop werk.
We zouden er als samenleving beter bij varen om net de zwaksten die hulp vragen meer te vertrouwen in plaats van de sterkste schouders te ontzien.
Erewoord.

