Over bedelarij circuleren al eeuwenlang hardnekkige veronderstellingen, vaak zonder empirische onderbouwing: dat mensen die bedelen zouden worden aangestuurd door criminele netwerken, of dat kinderen instrumenteel worden ingezet om medelijden op te wekken. Die beelden sluiten zelden aan bij de alledaagse realiteit van mensen die bedelen, maar beïnvloeden wel hoe zij worden bekeken, benaderd en behandeld.
Om beter te begrijpen hoe bedelen functioneert in het leven van mensen, en wat dit betekent voor sociaal werk en beleid, voerden we drie-en-een-half jaar lang onderzoek in Brussel, via participerende observatie, interviews met mensen die bedelen en met sociale professionals, en met focusgroepen met diverse stakeholders.
Bedelpraktijken komen tot stand in interactie met voorbijgangers, familieleden – lokaal en transnationaal – en met uiteenlopende actoren in de stedelijke ruimte, zoals hulpverleners, handelaars, politie en veiligheidsdiensten.
Centraal in onze analyse staat de vaststelling dat bedelen zelden een geïsoleerde handeling is. Integendeel, het is vaak diep relationeel verankerd. Bedelpraktijken komen tot stand in interactie met voorbijgangers, familieleden – lokaal en transnationaal – en met uiteenlopende actoren in de stedelijke ruimte, zoals hulpverleners, handelaars, politie en veiligheidsdiensten.
Deze relationele verwevenheid bepaalt niet alleen hoe mensen bedelen, maar ook welke betekenissen zij eraan geven en welke mogelijkheden of beperkingen ermee gepaard gaan. Precies deze relationele blik maakt het mogelijk om bedelarij niet te reduceren tot overlast, individuele keuze of louter economische nood, maar te begrijpen als een praktijk die ontstaat op het snijvlak van structurele kwetsbaarheid, beperkte sociale rechten en alledaagse vormen van solidariteit én uitsluiting. Vanuit dat perspectief verkennen we in dit artikel wat bedelarij zichtbaar maakt over sociale relaties, hulpverlening en stedelijk samenleven.
Inspanning
Bedelen is doorgaans geen eenzijdige handeling. Veel mensen die bedelen beschouwen het expliciet als werk. Giften worden niet ervaren als louter toeval, maar als iets waarvoor inspanning nodig is: mensen aanspreken, groeten, zichtbaar aanwezig zijn of kort contact aangaan. Soms gebeurt dat vriendelijk, soms met een beroep op medelijden, soms met humor. Bedelactiviteiten vinden bovendien vaak plaats op vaste momenten en op herkenbare plekken in de stad.
Tegelijkertijd worden mensen die bedelen vaak genegeerd, weggewuifd of soms letterlijk uit het zicht geduwd. Conflicten horen onmiskenbaar bij het dagelijkse straatleven. Toch ontstaan er naast spanning en afwijzing relaties die verrassend duurzaam en wederkerig kunnen zijn, bijvoorbeeld met vaste voorbijgangers, buurtbewoners en handelaars. In sommige gevallen maakt zorg dragen voor de plek waar men bedelt deel uit van deze relationele dynamiek.
Veel mensen die bedelen beschouwen het expliciet als werk. Giften worden niet ervaren als louter toeval, maar als iets waarvoor inspanning nodig is.
Dat laatste blijkt onder meer uit het verhaal van Jozefien (37), een Belgische vrouw die ruim tien jaar geleden dakloos werd. Sinds enkele jaren beschikt ze opnieuw over onderdak, met ondersteuning van een dienst voor thuisbegeleiding. Tijdens haar periode op straat begon ze te bedelen, en op het moment dat we haar spraken, in november 2022, deed ze dat nog bijna dagelijks, telkens in de ochtend vanaf half negen. Jozefien ontvangt een leefloon, maar kan daarmee moeilijk rondkomen. Een deel van het geld dat ze bij elkaar bedelt, besteedt ze aan haar vijftienjarige zoon.
Jozefien bedelt telkens op vaste plekken in de stad en draagt daar actief zorg voor. Die zorgpraktijk beschouwt ze zelf als een essentieel onderdeel van haar relatie met de handelaars in de buurt, waarmee ze, zoals ze het verwoordt, een ‘erg goede verstandhouding’ heeft. ‘Bij Exki en Carrefour Express ken ik de gerant. Bij Paul ken ik die minder goed, maar toch blijft onze verhouding goed. Ik laat mijn plek altijd netjes achter.’
Deze dynamiek, waarbij mensen die eerder dakloos waren ook na het vinden van een onderdak op straat blijven bedelen, zagen we vaker terugkomen. Het onderhouden van contacten met andere straatbewoners, voorbijgangers, buurtbewoners en handelaars vormt daarbij een belangrijke motivatie. Het financiële aspect verschuift in zulke situaties soms naar de achtergrond, terwijl de relationele dimensie centraal komt te staan.
Web van micro‑relaties
Voor het merendeel van de mensen die bedelen blijft de situatie zeer precair, vaak in combinatie met thuisloosheid. In die context kunnen relaties met lokale handelaars vorm krijgen via materiële steun. Een voorbeeld is Wieslaw (37), een man van Poolse herkomst die we in september 2023 spraken. Vijf jaar eerder kwam hij vanuit Amsterdam naar Brussel. In Nederland werkte hij onder meer in de fruitpluk en de logistiek.
Zijn partner is intussen overleden. ‘Aan alcohol’, vertelt hij, terwijl hij een donker blik Karpackie-bier leegdrinkt. De uitbaters van een Braziliaans restaurant in de straat voorzien hem regelmatig van voedsel en dekens, aangezien hij de nacht doorbrengt in de openbare ruimte.
In andere gevallen nemen dergelijke relaties de vorm aan van impliciete afspraken. Verschillende respondenten getuigen dat zij dagelijks koffie krijgen van handelaars die hen kennen. Anton, een jonge Roemeen die vaak bedelt in de Sint‑Katelijne-wijk, vertelt dat hij wekelijks geld ontvangt van een aantal restauranthouders, in ruil voor een ongeschreven overeenkomst om niet op hun terras te bedelen. Voor hem en voor sommigen anderen bieden zulke contacten zelfs uitzicht op informeel werk, bijvoorbeeld als afwasser.
Anton vertelt dat hij wekelijks geld ontvangt van een aantal restauranthouders, in ruil voor een ongeschreven overeenkomst om niet op hun terras te bedelen. Dat biedt zelfs uitzicht op informeel werk, bijvoorbeeld als afwasser.
Die uiteenlopende verhalen maken zichtbaar hoe bedelarij ingebed is in een web van micro‑relaties. Die relaties variëren van conflict en spanning tot solidariteit en wederkerigheid, en tonen hoe mensen die bedelen soms actief inspelen op de mogelijkheden en beperkingen die de stad biedt.
Niet iedereen die bedelt maakt gebruik van hulpverlening. Toch bleken een aantal ondersteuningsdiensten, zoals de nachtopvang Samusocial en DoucheFLUX, een dagcentrum voor straatbewoners, breed bekend bij de mensen die we spraken.
Bovendien heeft niet iedereen in dezelfde mate nood aan ondersteuning. Vooral mensen die bedelen en tegelijk te maken hebben met dak- of thuisloosheid kennen hoge ondersteuningsnoden. In welke mate zij aansluiting vinden bij hulpverlening varieert sterk en hangt samen met eerdere ervaringen, vertrouwen en de concrete mogelijkheden die hun sociaaljuridische situatie biedt.
Administratieve vereisten
Mensen die lange tijd op straat verblijven kampen vaak met complexe problemen waarin verschillende levensdomeinen op elkaar inspelen. Toegang tot gezondheidszorg, psychiatrische ondersteuning, juridisch advies of budgetbegeleiding is zelden vanzelfsprekend. De voorwaarden die aan hulp verbonden zijn, sluiten lang niet altijd aan bij de realiteit van mensen die bedelen.
Administratieve vereisten, wachttijden en uitsluitingscriteria maken trajecten vaak fragiel en onzeker. In die context wordt hulpverlening in de eerste plaats een relationele praktijk. Vooral straathoekwerkers spelen een cruciale rol. Zij vertrekken niet vanuit snelle oplossingen, maar vanuit nabijheid, tijd en aanwezigheid, en bouwen relaties op zonder onmiddellijk oordeel of voorwaarden.
Voor mensen die al lange tijd op straat leven, blijkt deze manier van werken vaak het meest passend. Voor andere groepen – zoals jongeren, families of mensen die recent op straat beland zijn – kan een meer directe en opvolgende aanpak aangewezen zijn, waarbij snel wordt ingegrepen en de vinger aan de pols wordt gehouden.
Wanneer vertrouwen groeit en er administratieve mogelijkheden bestaan, slagen hulpverleners er soms in om mensen te ondersteunen bij het hernieuwen van identiteitsdocumenten, een inschrijving voor een Housing First‑project of bij het zoeken naar een afkickcentrum of medische zorg.
Tegelijk vormt net die administratie vaak een structureel knelpunt. Vooral intra‑Europese migranten met beperkt verblijfsrecht, vluchtelingen die geen opvang krijgen of mensen zonder duidelijke sociaaljuridische status botsen regelmatig op onoverkomelijke drempels. Deze juridische en administratieve barrières beperken de mogelijkheden tot duurzame ondersteuning aanzienlijk. Voor hulpverleners is dat vaak een bron van frustratie.
Toch blijft in zulke situaties relationeel navigeren essentieel: zoeken naar wat wél nog mogelijk is, welke rechten alsnog gerealiseerd kunnen worden, en hoe mensen ondersteund kunnen worden, al is het soms slechts via dringende medische hulp. Administratie wordt zo geen neutraal technisch proces, maar een relationele ruimte waarin erkenning, uitsluiting en onzekerheid voortdurend met elkaar verweven zijn.
Opkuismomenten
De relaties tussen mensen die bedelen en de politie‑ of beveiligingsdiensten blijken wisselend en sterk contextgebonden. In veel getuigenissen overheerst vooral onverschilligheid of een neutrale, routinematige omgang. Uitgesproken hardhandig optreden kwam in de interviews minder expliciet naar voren. Spanningen ontstaan vooral op momenten waarop toeristische of commerciële belangen botsen met de zichtbare aanwezigheid van mensen die bedelen of op straat leven.
In Brussel bestaat met Herscham een gespecialiseerde eenheid binnen de politiezone Brussel Hoofdstad‑Elsene, die zich toespitst op contacten met dak‑ en thuisloze personen. Deze specialisatie maakt dat agenten beter vertrouwd zijn met het benaderen van mensen in kwetsbare situaties, met mogelijke doorverwijzingen en, in sommige gevallen, om administratieve ondersteuning te bieden. Dit waarderen de mensen in kwestie vaak.
Verschillende mensen die bedelen bleken ervan overtuigd dat bedelarij in België verboden is. Ondanks het feit dat het federale verbod op bedelarij reeds in 1992 werd afgeschaft.
Tegelijk getuigen mensen die op straat leven van brute ‘opkuismomenten’, waarbij slaapplaatsen worden ontruimd en persoonlijke bezittingen ontnomen. Herscham werkt als outreachende politiedienst op de spanning tussen zorg en veiligheid. Hoe dan ook, dergelijke praktijken worden door betrokkenen ervaren als gewelddadig en ontwrichtend.
Opvallend is dat verschillende mensen die bedelen ervan overtuigd zijn dat bedelarij in België verboden is. Dit misverstand blijkt hardnekkig, ondanks het feit dat het federale verbod op bedelarij reeds in 1992 werd afgeschaft. Pogingen tot de invoering van lokale bedelverboden botsen doorgaans met het Europees recht en mensenrechtenkaders. Toch heeft deze juridische verwarring reële effecten: het gevoel ‘iets illegaals’ te doen versterkt de kwetsbare positie van mensen die bedelen, voedt onzekerheid en wantrouwen tegenover autoriteiten en kan hen ervan weerhouden om rechten op te nemen of ondersteuning te zoeken.
Familiale context
Voor professionele actoren volstaat het niet om zich uitsluitend te richten op de persoon die bedelt. Wie bedelarij relationeel benadert, moet voorbij de zichtbare bedelpraktijk leren kijken en oog hebben voor de sociale en familiale context waarin die praktijk is ingebed. Hoewel er mensen zijn die volledig alleen op straat staan – einzelgängers die overleven van dag tot dag, soms geholpen maar ook bemoeilijkt door middelengebruik – blijkt dat velen die bedelen wel degelijk deel uitmaken van familiale netwerken.
Deze familiebanden zijn vaak complex en gekenmerkt door afstand, migratie, breuken, trauma of langdurige afwezigheid. Bedelen functioneert in zulke situaties niet alleen als individuele overlevingsstrategie, maar ook als manier om zorg en verantwoordelijkheid op te nemen binnen relaties die zich grotendeels buiten het zicht van de publieke ruimte bevinden.
In Brussel is bedelen Gelu's belangrijkste activiteit, in Boekarest wonen zijn vrouw en twee kinderen. Zijn bedelpraktijk kan moeilijk los worden gezien van deze voortdurende zorgrelatie op afstand.
Een aanzienlijk deel van de mensen die wij spraken leeft al jarenlang voor periodes weg van huis. Vaak gaat het om circulaire migratiepatronen tussen België en het land van herkomst, waarbij mensen, ondanks hun afwezigheid, blijven instaan voor een ouder- of onderhoudsrol. Bedelarij vormt binnen deze context een manier om transnationale verplichtingen te blijven vervullen.
Zo wisselde Gelu (35) jarenlang verblijven in zijn Roemeense thuisstad Boekarest af met periodes in Milaan, waar hij voornamelijk werkte als afwasser. Toen het restaurant waar hij werkte tijdens de coronapandemie sloot, trok hij naar België. Sindsdien pendelt hij tussen Brussel en Boekarest. In Brussel vormt bedelen zijn belangrijkste activiteit; in Boekarest wonen zijn vrouw en twee kinderen van tien en zeven jaar die hij mee onderhoudt. Zijn bedelpraktijk kan moeilijk los worden gezien van deze voortdurende zorgrelatie op afstand.
We spraken ook mensen die regelmatig wilden terugkeren naar het land van herkomst, maar voor wie dit in de praktijk moeilijk realiseerbaar blijft. De inkomsten uit bedelarij in Brussel spelen dan opnieuw een cruciale rol in het onderhouden van kinderen of andere familieleden die elders wonen. Sandra (42) uit Roemenië vertelt hoe ze dagelijks bedelt om haar familie te ondersteunen.
Met de inkomsten betaalt ze schoolkosten via Money Transfer: ‘Geen betaling, geen school’, zegt ze. Haar twee kinderen, een jongen en een meisje van tien jaar, wonen bij hun grootmoeder sinds hun vader overleed. Sandra belt hen vaak via WhatsApp en praat met veel emotie over het gemis. Tijdens haar zeven jaar in België is ze al drie jaar niet meer in Roemenië geweest. Bedelen maakt het voor haar mogelijk om haar moederrol, zij het op afstand, toch enigszins vorm te geven.
In sommige gevallen bedelen Roemeense mensen in de Brusselse straten in familieverband. Deze gezamenlijke aanwezigheid biedt een zekere mate van bescherming en praktische ondersteuning in het dagelijkse overleven op straat. Tijdelijke onderkomens worden in zulke situaties soms gevonden binnen familiale of bredere sociale netwerken.
Deze voorbeelden maken duidelijk dat bedelen ingebed is in transnationale familiepatronen. Het is zelden louter een individuele praktijk, maar veeleer een strategie die ingebed is in zorgrelaties, verantwoordelijkheden en afhankelijkheden die landsgrenzen overstijgen.
Sociale infrastructuur
Wanneer we bedelarij benaderen vanuit een relationeel perspectief, verschuift de focus van de vraag waarom mensen bedelen naar de vraag hoe zij die bedelen worden ontvangen, erkend of geweerd uit de stedelijke ruimte. Die verschuiving maakt duidelijk dat bedelarij niet alleen iets zegt over individuele levenslopen, maar ook over de kwaliteit van de sociale en institutionele relaties die steden dragen, lokaal én transnationaal.
Een eenzijdige benadering van bedelen als overlast, individuele keuze of louter economische nood maskeert de onderliggende relationele en structurele kwetsbaarheden. Daardoor verdwijnen niet alleen de sociale context en familieverantwoordelijkheden van mensen die bedelen uit beeld, maar ook de rol die hulpverlening, administratie, handhaving, buurtbewoners en handelaars spelen in het mogelijk maken of juist blokkeren van bestaanszekerheid. Dit leidt tot beleid en praktijken die vaak ineffectief zijn en onzekerheid en uitsluiting eerder versterken dan verminderen.
Niet bedelen op zich, maar de manier waarop relaties worden vormgegeven in de stad – tussen mensen die bedelen, burgers, hulpverleners en instituties – bepaalt in grote mate of kwetsbaarheid wordt verzacht of verdiept.
In dat licht fungeert bedelen als een lens op de staat van de sociale infrastructuur. Ze maakt zichtbaar hoe toegankelijk hulpverlening werkelijk is, hoe sociaal werk zich positioneert in situaties van langdurige uitsluiting, hoe administratie werkt als poortwachter tot rechter, en hoe politie en veiligheidsdiensten balanceren tussen zorg en controle.
De ervaringen van mensen die bedelen tonen hoe deze verschillende actoren samen een relationeel krachtenveld vormen waarin erkenning, steun en uitsluiting voortdurend met elkaar in spanning staan. Die spanning tussen zorg en controle loopt als een rode draad door de verhalen in dit artikel.
Relationele hulpverlening en een gespecialiseerde aanpak van de politie bieden mogelijkheden tot nabijheid en ondersteuning, maar worden tegelijk ondermijnd door repressieve praktijken en, vooral, door het ontbreken van een stabiele sociaaljuridische status. Het gebrek aan ‘de juiste papieren’ breekt relaties af, maakt trajecten fragiel en beperkt de ruimte voor duurzame oplossingen. In die zin kan bedelarij niet los worden gezien van bredere vragen over recht, burgerschap en toegang tot sociale bescherming.
Een relationele benadering van bedelarij nodigt sociaal werk en beleid uit om voorbij simplificerende tegenstellingen te denken. Niet bedelen op zich, maar de manier waarop relaties worden vormgegeven in de stad – tussen mensen die bedelen, burgers, hulpverleners en instituties – bepaalt in grote mate of kwetsbaarheid wordt verzacht of verdiept. Precies daar ligt de uitdaging: in het versterken van relationele praktijken die erkenning, bestaanszekerheid en zorg mogelijk maken, ook voor wie zich aan de randen van de welvaartsstaat bevindt.
Meer lees je in het boek Zichtbaar onzichtbaar. Bedelen in onze samenleving. Mieke Schrooten, Pascal Debruyne en Harm Deleu (2025). Zichtbaar Onzichtbaar. Bedelen in onze samenleving. Owl Press.



