Momenteel bedraagt de opzegtermijn één week in de eerste drie maanden tewerkstelling. Daarna wordt dat drie weken en stijgt die opzegtermijn stelselmatig. De regering wil dit invoeren voor alle werknemers die een nieuw contract tekenen vanaf 1 januari 2026.
Het oude systeem van de proefperiode werd in 2013 afgeschaft. Eigenlijk plant de regering geen herinvoering van de proefperiode, maar wel een algemene verlaging van de opzegtermijnen. Het wordt de regel in plaats van de uitzondering.
Voor het ACV is het alleszins het belangrijkst dat er garanties komen over de anciënniteit van uitzendkrachten en tijdelijke contracten.
De concrete invoering is nog afhankelijk van overleg met de sociale partners. Daar worden de voorwaarden vastgelegd. Voor het ACV is het alleszins het belangrijkst dat er garanties komen over de anciënniteit van uitzendkrachten en tijdelijke contracten. Ook die werkperiode moet in elk geval meegerekend worden wanneer nadien een contract van onbepaalde duur wordt aangegaan, zonder opnieuw een proefperiode te moeten doorlopen.
De maatregel maakt deel uit van de doorgedreven flexibilisering van de arbeidsmarkt, die volledig in de kaart van werkgevers speelt. Voor werknemers betekent het meer onzekerheid omdat ze makkelijker ontslagen kunnen worden.

