De uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten van de Raad van Europa kwam er nadat Woonzaak, een initiatief van een 70-tal Vlaamse sociale organisaties waaronder beweging.net, ACV en Welzijnszorg, de kat de bel aanbond. ‘Het is nu aan minister van Wonen Melissa Depraetere (Vooruit) om met concrete maatregelen te komen’, klinkt het bij beweging.net.
‘Het is nu aan minister van Wonen Melissa Depraetere (Vooruit) om met concrete maatregelen te komen’, klinkt het bij beweging.net.
Goed en betaalbaar wonen is een van de belangrijkste manieren om armoede te voorkomen. Zonder een thuis vind je moeilijk een baan, is het moeilijk om sociale contacten te onderhouden, te integreren of gezond te blijven.
De Woonzaak stapte in 2021 al naar het Europees Comité voor Sociale Rechten tegen het Vlaams woonbeleid. Wie op zoek was naar een stek, stootte op steeds maar hogere prijzen voor zowel huur- als koophuizen en -appartementen, zo stelden de middenveldorganisaties vast. Meer dan 155.000 gezinnen stonden toen op de wachtlijst voor een sociale woning. 47 procent van de private huurwoningen bleek van ontoereikende kwaliteit en de helft van de private huurders spendeerde meer dan een derde van het inkomen aan huur.
Oplossingen nochtans voorhanden
Het Comité geeft ‘De Woonzaak op veel punten gelijk in zijn uitspraak. Het Europees Comité concludeert dat Vlaanderen onvoldoende sociale woningen bouwt en daarnaast tekortschiet in flankerende maatregelen en handhaving tegen discriminatie op de private huurmarkt. Ook levert het Vlaamse woonbeleid onvoldoende inspanningen om dak- en thuisloosheid aan te pakken.
Oplossingen zijn volgens de organisaties nochtans voorhanden, als de politieke wil er is. ‘De middelen zijn voorhanden, de politiek moet alleen het bouwen en renoveren van sociale woningen aanmoedigen. Meer sociale huurwoningen bouwen dus, en het verouderde patrimonium van de woonmaatschappijen energieneutraal renoveren.’
‘Daarnaast moet ook het aanbod kwalitatieve en bescheiden huurwoningen op de private huurmarkt uitgebreid worden. Zo kunnen gezinnen die niet beantwoorden aan de sociale criteria, en niet of niet onmiddellijk kunnen kopen, toch een kwalitatieve betaalbare woning vinden’, klinkt het bij beweging.net.
'De middelen zijn voorhanden, de politiek moet alleen het bouwen en renoveren van sociale woningen aanmoedigen. '
Brecht Beelen, adviseur bij beweging.net
Het is nu aan de Vlaamse regering om hiermee aan de slag te gaan. ‘In de beleidsnota van de Vlaamse minister van Wonen zitten zeker een aantal positieve zaken. De uitspraak toont echter aan dat er meer maatregelen nodig zijn. Dit zowel op korte termijn, als onder de vorm van een woonpact op lange termijn. De middenveldorganisaties, die deze zaak aanhangig maakten, zijn bereid om mee te werken aan zo’n pact’, aldus Brecht Beelen, adviseur bij beweging.net.
Dat het belang van voldoende sociale woningen niet te onderschatten is, blijkt ook uit een lezersbrief die Visie deze week mocht ontvangen:
Lydia* (79) is alleenstaande en staat al meer dan tien jaar op een lijst voor een sociale woning
'Niet meer genoeg voor mijn eigen begrafenis’
Mijn pensioen – ik heb tot mijn 65e gewerkt – bedraagt 1.650 euro per maand. Daar moet elke maand 825 euro huishuur af, 113 euro energie, 90 euro voor internet en telefonie, en dan heb ik het nog niet over verzekeringen en waterverbruik.
Ik had een spaarpotje waarmee ik mijn kleinkinderen heb geholpen bij het betalen van hun studie en het inrichten van hun eigen stekje na de scheiding van hun ouders. Nu moet ik met mijn pensioen verder, en heb ik maanden dat er nog 350 euro rest om van te leven. Daar moeten kosten voor dokters, apotheker, kinesist en osteopaat en eten nog allemaal af. Aan een dagje erop uit of op reis denk ik zelfs niet.
Ik kan ook van weinig premies genieten: voor de woonpremie van het Vlaamse gewest is mijn huishuur is te hoog, ook voor mantelzorg en zorgpremie voor ouderen kom ik niet in aanmerking. Ik doe mijn boodschappen en mijn verplaatsingen zoveel als kan zelf, ik kook nog zelf, ik poets zelf, zelfs mijn voeten verzorg ik zelf, ook al gaat het allemaal heel moeilijk maar ik heb een te klein inkomen om dit alles uit te besteden.
Als je een ‘goed’ pensioen hebt en je hebt geen schulden, kan het OCMW je niet helpen. Zo zit ik dus nog steeds op een sociale woning te wachten, en ondertussen ben ik wat op de sukkel, zodat er al meer comfort aan de woning zal moeten zijn.
Ik heb wel recht op verhoogde tegemoetkoming, zodat ik heel veel van dokters- en ziekenhuiskosten en onderzoeken terugkrijg, maar toch is het elke maand vechten om rond te komen. Ik heb nu al niet meer genoeg om mijn eigen begrafenis te kunnen betalen. Ik denk dikwijls: ‘Had ik 10 jaar geleden een sociale woning gekregen, dan had ik er nu beter voor gestaan’.
* Lydia is een schuilnaam. Haar gegevens zijn bij de redactie bekend.

