Sinds 1 januari kunnen langdurig werklozen in Vlaanderen verplicht worden om een gemeenschapsdienst uit te voeren in hun eigen stad of gemeente. Maar eerder toonden Nederlandse en Britse studies aan dat een dergelijke verplichting geen effect had op de uitstroom van langdurig werklozen naar een vaste baan. Uit de eerste cijfers blijkt de verplichte gemeenschapsdienst ook bij ons alles behalve een succes. Van de ongeveer 37.000 mensen die al langer dan twee jaar werkloos zijn, voeren slechts vijf effectief een verplichte gemeenschapsdienst uit.
Bij Open Vld-parlementslid Maurits Vande Reyde was over dat cijfer vooral teleurstelling te horen. ‘We mogen als samenleving iets vragen aan wie twee jaar lang geen werk heeft, een uitkering ontvangt en kan werken. Gemeenschapsdienst is daarvoor het ideale middel.’ Voorts geeft Vande Reyde de VDAB de schuld van het lage aantal opgelegde gemeenschapsdiensten.
Oog om oog
Die oog-om-oog-houding die politici lijken aan te houden in dit dossier, staat in schril contrast met wat experts zeggen. ‘Het lijkt meer een maatregel om werklozen te straffen dan hen duurzaam naar de arbeidsmarkt toe te leiden.’ Zo verwees Ides Nicaise, expert in sociaal en economisch beleid aan het HIVA van KU Leuven, vorig jaar in Visie nog naar Nederland, Australië, de VS en het VK. Daar werden eerder al gelijksoortige wetten ingevoerd. ‘Telkens bleek dat de doorstroming naar de reguliere arbeidsmarkt zeer laag bleef. Deelnemers hielden te weinig tijd over om actief naar werk te zoeken of een opleiding te volgen. Anderen kampten met zo veel beperkingen dat gemeenschapsdienst lang niet volstond om de weg naar de reguliere arbeidsmarkt te vinden’
‘Het doel van de gemeenschapsdienst is dan ook niet effectief tewerkstellingsbeleid. Het is vooral politieke positionering in de hoop op betere peilingen’, klinkt het bij Karim Dibas, expert arbeidsmarktbeleid en werkzoekenden bij het ACV. ‘Als de Vlaamse regering het echt meent om langdurig werkzoekenden terug naar de arbeidsmarkt te helpen, zal ze uit andere vaatjes moeten tappen: een betere begeleiding van werkzoekenden die kampen met een medische problematiek, meer aangepast werk.’
Als ondersteunende maatregelen noemt Dibas meer kinderopvang, ook voor wie werkzoekend is, en een beter uitgebouwd openbaar vervoer, zodat iedereen op zijn werk geraakt. ‘Toegegeven, dat soort maatregelen vraagt meer visie en politieke daadkracht dan de zinloze gemeenschapsdienst. Maar is dat niet net wat we mogen verwachten van politici die graag ferme taal spreken?’

