De Groep van tien – het overlegorgaan tussen werkgevers- en werknemersorganisatie uit de privésector – heeft vandaag een advies over de centenindex van de federale regering overhandigd aan de bevoegde ministers en premier De Wever (N-VA). De centenindex die op tafel ligt, houdt in dat lonen boven de 4.000 euro bruto en pensioenen en uitkeringen boven de 2.000 euro bruto tweemaal slechts gedeeltelijk geïndexeerd zouden worden in 2026 en 2028. Daarmee hoopt de regering 1,2 miljard uit te sparen tegen 2030.
Maar de centenindex is zowel werkgevers als de vakbonden een doorn in het oog. De vakbonden kantten zich tegen het gemorrel aan de index dat de koopkracht van gezinnen ondergraaft. De werkgevers klagen dan weer de administratieve rompslomp en complexiteit ervan aan. Daarom komen ze vandaag met een alternatief voorstel voor de omstreden centenindex, waarover volgende week in de Kamer gestemd wordt.
Energieprijzen trager doorrekenen
Concreet schuiven de sociale partners naar voren om de gas- en elektriciteitsprijzen voortaan slechts één keer per jaar te laten meetellen voor de indexering, op basis van een twaalfmaandelijks gemiddelde. Daarmee zouden sterke prijsschommelingen die op jaarbasis uitgevlakt worden minder impact hebben op de index, waardoor deze minder snel overschreden wordt. De Groep van 10 roept in het akkoord de sociale partners van de openbare sector ook op om tot een equivalent te komen.
‘De budgettaire verantwoordelijkheid blijft met dit akkoord gewaarborgd.’
Ann Vermorgen, voorzitter ACV
De Groep van Tien maakt zich daarbij sterk dat de voorgestelde ingreep budgetneutraal zou zijn, ten opzichte van de centenindex. Doordat werkgevers bij de centenindex slechts een deel van de sociale bijdragen zouden moeten betalen, loopt de overheid immers belangrijke inkomsten mis. Deze zouden bij het voorstel van de sociale partners wel volledig betaald worden, waardoor de impact op de staatskas dezelfde blijft.
Budgettaire verantwoordelijkheid
’Dit akkoord is belangrijk voor de sociale partners, zegt Ann Vermorgen, voorzitter van het ACV. ‘Het zorgt voor stabiliteit en transparantie van het indexmechanisme. Dat is cruciaal voor werknemers en werkgevers. Afspraken over het indexeringsmechanisme zijn bij uitstek de verantwoordelijkheid van de sociale partners door hun expertise en terreinkennis. Bovendien blijft de budgettaire verantwoordelijkheid met dit akkoord gewaarborgd. Daarom dringen we bij de regering aan dit advies ter harte te nemen.’
Naast het afvoeren van de centenindex is een essentieel onderdeel van het akkoord ook dat voor de laagste inkomens het sociaal tarief in zijn huidige vorm behouden blijft, benadrukt Ann Vermorgen. ‘Zodat de meest kwetsbare werkenden, gepensioneerden en andere uitkeringsgerechtigden de nodige bescherming blijven genieten.’

