Sinds 1 april is het aantal ‘vrijwillige’ overuren die werknemers mogen presteren opgetrokken tot 360 uur per jaar. Daarbij geldt voor de eerste 240 uur dat bruto gelijk is aan netto en dat je geen recht hebt op een overurentoeslag. Voor de resterende uren is de werkgever wel RSZ verschuldigd, maar heb je evenmin recht op een toeslag. De regering-De Wever stelt dit regime voor als voordelig voor werknemer en werkgever, maar uit narekeningen blijkt dat enkel werkgevers zich rijk mogen wanen.
Denktank Minerva berekende dat een bediende met tien overuren per maand, een loon van 20 euro per uur en een toeslag van 50 procent voor gewone overuren meer dan 66 euro netto inboet. Maar liefst een kwart van het eigenlijk verschuldigde loon verdwijnt wanneer netto gelijk is aan bruto. Dat komt doordat de vrijwillige overuren niet meetellen voor de berekening van het bijkomende vakantiegeld en er geen sociale rechten mee opgebouwd worden. Bovendien staat het enorme aantal overuren die gepresteerd kunnen worden gelijk aan meer dan negen volledige werkweken van 38 uur extra, bovenop de gewone werkweek.
43 miljoen minder voor sociale zekerheid
Het Rekenhof berekende dat de maatregel voor minstens 43 miljoen minder sociale zekerheidsbijdragen per jaar zal zorgen. ‘Overwerken wordt genormaliseerd, met alle negatieve gevolgen voor de gezondheid en werk-privébalans van dien’, klinkt het bij ACV-voorzitter Ann Vermorgen. ‘De impact op de gezinnen is groot, maar ook de kostprijs voor de sociale zekerheid loopt op. Het is duidelijk dat alleen de werkgever hiermee bespaart.’
Omdat elke sector andere percentages hanteert voor overurentoeslagen is de impact voor elke werknemer anders. Daarom kun je op de website van het ACV zelf de impact op je eigen loon berekenen.
Overuren waarbij netto gelijk is aan bruto, zijn onder de streep een slechte zaak voor werknemers. Zij houden uiteindelijk minder over dan bij reguliere overuren door verlies van overurentoeslag en omdat deze niet meetellen voor vakantiegeld en sociale rechten. 
