Uit het OESO-rapport van 2021 over de internationale belastingdruk bleek dat Belgische alleenstaanden met een gemiddeld loon en zonder kinderen een belastingdruk van 51,5 procent kennen. Dat verschil tussen wat een werkgever bruto betaalt en een werknemer netto op zijn rekening ziet verschijnen, is veruit het hoogste van alle OESO-landen en ligt hoger dan de Belgische belastingdruk voor koppels met (43,4 procent) of zonder kinderen (48,6 procent).
In de personenbelasting ligt het verschil tussen alleenstaanden en koppels (zonder kinderen) vooral bij het systeem van de huwelijksquotiënt. Dat laat koppels toe om fiscaal een deel van de inkomsten over te hevelen naar de partner met het laagste beroepsinkomen, waardoor het totaal onder een gunstiger tarief valt. Wie kinderen krijgt, geniet daarenboven van een hogere belastingvrije som.
Maar met name voor hun nalatenschap zijn kinderloze singles benadeeld. Erfgenamen in rechte lijn, zoals een partner of kinderen, erven immers aan een tarief van 3 tot 27 procent, terwijl andere erfgenamen, zoals een broer of zus, de rekening zien oplopen tot 55 procent.
Fiscaal expert van het ACV Ive Rosseel roept de Vlaamse regering daarom op om kinderloze alleenstaanden de mogelijkheid te geven om minstens één erfgenaam in rechte lijn aan te duiden. ‘Als je vandaag iets aan een broer of zus wil nalaten, is het alleen gunstig om bij leven te schenken. Dat zet druk op singles om middelen weg te geven, terwijl zij net langer dan wie kinderen of een partner heeft voor zichzelf zullen moeten zorgen, en bijvoorbeeld rusthuiskosten moeten dragen.’
Maatschappelijk zijn alleenstaanden, volgens cijfers van het Federaal Planbureau, aan een opmars bezig. Waar in 2017 nog 34 procent van de gezinnen uit alleenwoners bestond, zou dat stijgen naar 42 procent in 2070.

