Elke werknemer heeft recht op vakantiegeld: een enkel en een dubbel deel. Het enkel vakantiegeld vervangt het normale loon dat je niet ontvangt tijdens je vakantiedagen. Het dubbel vakantiegeld komt daar bovenop als extra toeslag voor de vakantieperiode.
Arbeiders ontvangen hun enkel en dubbel vakantiegeld via de vakantiekas. Dat gebeurt doorgaans tussen 2 mei en 30 juni en ongeacht of ze van werkgever veranderen. Arbeiders kunnen hun vakantieduurattest heel gemakkelijk raadplegen en downloaden bij de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) of hun vakantiekas.
Anders voor bedienden
Bij bedienden loopt alles via de werkgever. Wanneer een bediende uit dienst gaat, moet de werkgever een vertrekvakantiegeld uitbetalen: een bedrag dat staat voor de vakantiedagen die de bediende nog niet heeft opgenomen én de vakantierechten die al zijn opgebouwd voor het volgende vakantiejaar. Daarvoor ontvang je als bediende een vakantieattest.
Dat attest is belangrijk bij een volgende werkgever. Neem je als bediende daar vakantiedagen op, dan houdt de nieuwe werkgever het al ontvangen enkelvoudig vakantiegeld in op het loon van die dagen. Dat is een verrekening met het vakantiegeld dat je al vervroegd bij vertrek ontvangen hebt.
Voor arbeiders wordt er niets ingehouden bij het opnemen van vakantie bij een volgende werkgever. Voor de dagen dat ze effectief vakantie nemen, betaalt de werkgever geen loon door.
