Toen bekend raakte dat het slecht ging bij busbouwer Van Hool kwam de plaatselijke afdeling van werkgeversorganisatie Voka meteen met goed nieuws. ‘Geen paniek, hier zijn veel bedrijven op zoek naar technisch geschoold personeel’. Op zich is het goed dat er mogelijk perspectief voor mensen is. Maar het wringt toch ook wat. Het gaat allemaal wel heel snel. Te snel naar mijn aanvoelen.
Als je praat met werkers die door een herstructurering of faling hun werk zijn kwijtgeraakt, dan wordt snel duidelijk dat dat vaak heel diepe littekens nalaat. Er is een gevoel van onmacht en van onrecht. We hebben zo hard ons best gedaan en nu worden we op deze manier bedankt. Mensen voelen zich terecht een speelbal in een spel waarin andere en vaak schimmige belangen belangrijker zijn.
Mensen die jaren ergens gewerkt hebben, dat zijn geen kamerplanten die je snel-snel even verpot.
Het blijven mensen. Die vrienden hebben gemaakt op hun werk, soms zelfs de liefde hebben gevonden. Die fierheid én zekerheid uit hun werk halen. Ze zijn geen gereedschap dat je zomaar even van gereedschapskoffer verandert. Gun hen de tijd en de ruimte om zo een zware schok te verwerken.
Waar ik de goede bedoelingen van de plaatselijke afdeling van Voka nog het voordeel van de twijfel gun, krijg ik het wel echt op mijn zenuwen van experten die vinden dat we dat soort dingen maar moeten aanvaarden. Zelfs als bedrijven shet zeer goed doen, stevig winst maken, dan is het blijkbaar normaal dat ze nog meer willen en daarom mensen aan de deur zetten, zoals onlangs nog bij chocoladegigant Barry-Callebaut.
In die logica zijn mensen grondstof en moeten ze zich schikken naar de wetten en grillen van de economie. Dat is de nieuwe tijd, heet het. In die tijd is geen plaats meer voor jobzekerheid. We moeten het in het beste geval stellen met werkzekerheid. Het valt me wel op dat die profeten van de jobflexibliteit vaak zelf al jaren op dezelfde stoel zitten. Die flex, dat is blijkbaar alleen maar voor anderen.
En het wordt nog straffer: omwille van die gewenste jobflexibiliteit moeten mensen bovendien niet te veel sociale rechten opbouwen. Want dat is alleen maar hinderlijk voor de mobiliteit op de arbeidsmarkt, zeggen ze. Mensen met rechten, die kun je niet zo makkelijk ontslaan. En als ze een leuke en goedbetaalde baan hebben, dan blijven mensen daar toch maar te lang in hangen. En helemaal gortig wordt het als die mensen dan toch niet snel nieuw werk vinden. Dan pakken we toch gewoon hun werkloosheidsuitkering af. Want als ze de facturen niet meer kunnen betalen, dan zullen ze wel gelijk welk baantje aannemen.
En zo klinkt die nieuwe tijd toch wel heel sterk als de oude tijd.
Ann Vermogen, voorzitter ACV


