De federale regering staat voor een zware besparingsoefening. De begroting staat er slechter voor dan gedacht, dus moet de ploeg van premier Bart De Wever (N-VA) op zoek naar extra inkomsten of besparingen. Minister van Begroting Vincent Van Peteghem (CD&V) zei daarover recent in De Standaard dat het toenemend aantal managementvennootschappen een groot probleem is. Hij wil ze dan ook een halt toeroepen.
Volgens een nieuwe berekening van het ACV loopt de Belgische schatkist jaarlijks tot 2,5 miljard euro mis door managementvennootschappen, legt adviseur van de ACV-studiedienst Renaat Hanssens uit. ‘Dat zijn reguliere vennootschappen die uit slechts één persoon bestaan, bijvoorbeeld een ceo van een groot bedrijf. Die laat zich betalen door een andere vennootschap, het bedrijf waarvoor hij eigenlijk werkt. Ook veel hooggeplaatste IT’ers en onder andere artsen en advocaten maken gebruik van de truc.’
Hoe werkt zo’n managementvennootschap?
Iemand die wordt ingehuurd als ‘manager’ kan zijn diensten aanbieden via zijn eigen vennootschap. De werkgever betaalt dan een vergoeding aan de vennootschap. Die vergoeding is gelijk is aan het normale brutoloon, inclusief de patronale bijdragen. Die manager keert zichzelf vervolgens een lager brutoloon uit dan waar die normaliter recht op heeft. Zo maakt de vennootschap winst, want er komt immers meer geld binnen dan dat er wordt uitgegeven. Later kan de vennootschap de winst goedkoop uitkeren aan de manager. Die is zelf de enige aandeelhouder.
Dat kan alleen omdat er gunstregimes bestaan voor zulke vennootschappen. Het maakt ze ook heel wat voordeliger dan de gewone personenbelasting. Het belastingvoordeel kan oplopen tot een paar duizend euro per maand. Bovendien kunnen via dergelijke vennootschappen ook tal van kosten ingebracht worden, zoals een bedrijfswagen, maaltijdcheques en zelfs de huur van een bureauruimte in de eigen woning.
Legale belastingsluipweg
Hanssen wijst er wel op dat wat gebeurt niet onwettig is. De managementvennootschappen zijn zelfs een praktijk die voortkwam uit de aard en verplichting van bepaalde beroepen, denk aan vrije beroepen die verplicht zelfstandigen dienen te zijn. De gunstregimes voor kleine vennootschappen zijn zelfs speciaal daarvoor in het leven geroepen. In 2018 verlaagde de regering-Michel de vennootschapsbelasting voor kleine ondernemingen naar 20 procent. Daarna steeg het gebruik van die constructie spectaculair.
Met de miljarden die bespaard moeten worden op de begroting, komt die fiscale sluipweg nu in het vizier van minister Van Peteghem. In het regeerakkoord werd alvast het minimumloon dat iemand zichzelf via die weg moet uitkeren opgetrokken tot 50.000 euro bruto, zodat die nog onder het gunstregime voor kleine kmo’s valt.
Maar nu de begroting nog verder dreigt te ontsporen, wil de minister het gebruik van die vennootschappen verder beperken. ‘Daarvoor zou hij onder andere het minimum uit te keren loon voor bedrijfsleiders van vennootschappen verder kunnen optrekken. Bepaalde gunstregimes zouden eveneens een minimale bedrijfsleidersbezoldiging kunnen krijgen, of er zou opnieuw een minimale kapitaalvereiste kunnen invoeren voor vennootschappen’, klink het bij het ACV. Daarnaast noemt Van Peteghem in De Standaard ook andere ontspoorde fiscale gunstregimes, zoals de wildgroei aan flexi-jobs en het uitbetalen van loon in auteursrechten.
Uitholling van het systeem
‘De minister slaat de nagel op de kop’, stemt Steve Rosseel, voorzitter van ACV Voeding en Diensten, in. ‘De Belgische sociale zekerheid kraakt onder de druk van een steeds flexibeler arbeidsmarkt. Maar wie goed kijkt, ziet dat het niet alleen de flexi-jobs of studentenarbeid zijn die het systeem ondermijnen. Het is het geheel van fiscale optimalisaties en structurele keuzes die de draagkracht van het systeem uithollen.’
‘De vaste job met volwaardige rechten wordt vervangen door een lappendeken van statuten, voordelen en uitzonderingen. In supermarkten werken vandaag nog amper vaste medewerkers. Flexi-jobbers en studenten vullen de rekken, bedienen de kassa en vullen de uurroosters. Hun bijdrage aan de sociale zekerheid is minimaal. Dat is voordelig voor de loonkost, maar nefast voor de financiering van pensioenen, ziekteverzekering en werkloosheidsuitkeringen.’
‘De Belgische sociale zekerheid kraakt onder de druk van een steeds flexibeler arbeidsmarkt.’
Steve Rosseel, voorzitter ACV Voeding en Diensten
‘Het verlies voor de sociale zekerheid liep in 2024 in totaal al op tot ongeveer 664 miljoen euro door de verminderde bijdragen voor die twee systemen alleen. Door een nakende veralgemening van de flexi-jobs in alle sectoren en de uitbreiding van het aantal uren studentenarbeid zullen we dus snel boven het miljard gaan.’
Rosseel ziet ook de uitbreiding van overuren die vrijgesteld zijn van sociale bijdragen en belastingen met lede ogen aan. ‘De hoogste lonen ontspringen bovendien de dans met het nieuwe plafond op de patronale RSZ-bijdragen voor lonen boven 85.000 euro per kwartaal. Dat betekent dat de hoogste inkomens relatief minder bijdragen dan de middenklasse. Nochtans was er ons beloofd dat de sterkste schouders meer zouden bijdragen.’

