‘Werknemers die minstens vier vijfde werken in het derde kwartaal dat aan het flexiwerk voorafgaat, kunnen (net als gepensioneerden) een flexi-job doen in de horeca of detailhandel (bakkers, slagers, supermarkten, kappers…), de sport-, entertainment- en zorgsector. Sinds 2024 werd de lijst nóg uitgebreid naar onder meer het onderwijs, verhuisondernemingen en grote delen van de voedingsnijverheid.’
‘Wanneer je tijdelijk of technisch werkloos wordt, mag je de flexi-job nog blijven doen of zelfs uitbreiden. Let wel, je kunt je salaris niet combineren met een werkloosheidsuitkering op één en dezelfde dag. Werk je dus overdag of ’s avonds als flexi-jobber, dan moet je het vakje voor de dag waarop je de activiteit verricht zwart maken op je controlekaart. Dat heeft invloed op de uitkering die je ontvangt.’
‘Heb je geen flexijob maar een bijberoep? Voor het uitoefenen van een bijberoep tijdens de tijdelijke werkloosheid, gelden andere regels. Ten eerste moet je je bijberoep al minstens drie maanden uitoefenen in combinatie met je hoofdberoep. Je moet je bijberoep aangeven bij het ACV en je mag je bijberoep niet uitoefenen tussen 7 en 18 uur zonder de vakjes op je controlekaart in te vullen. Een aantal activiteiten, zoals in de horeca, de bewakings- of verzekeringssector zijn uitgesloten.’
Frédéric Dupont - expert werkloosheid ACV


