De politieke focus op ‘profiteurs’ in de gezondheidszorg – langdurig zieken, mensen met een verhoogde tegemoetkoming – gaat voorbij aan het échte probleem: ons gezondheidszorgsysteem corrigeert sociale ongelijkheden onvoldoende, en draagt in bepaalde gevallen zelfs bij tot het ontstaan en het in standhouden van gezondheidsongelijkheid. Een nieuwe CM-studie toont dat klaar en duidelijk aan.
Ondergebruik planbare zorg
30 procent van de mensen in de laagste inkomensschijven heeft geen verhoogde tegemoetkoming, terwijl ze er absoluut voor in aanmerking komen.
Wie in wijken met de laagste gemiddelde inkomens woont, besteedt verhoudingsgewijs een tot zes keer groter deel van het inkomen aan gezondheidszorg dan de meest gefortuneerden. En ondanks hun hoge uitgaven krijgen die mensen nog niet de zorg die ze nodig hebben.
Hoe armer de wijk, hoe hoger de mortaliteit en het aantal chronische aandoeningen. In kansarme buurten zien we bovendien een ondergebruik van planbare zorg en een overgebruik van spoeddiensten. Bij preventie wordt de kloof nog schrijnender: in de tien procent armste wijken nam in 2023 maar liefst 38 procent minder vrouwen deel aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. In 2011 was dat verschil 29 procent.
Wijkgezondheidscentra
In plaats van de afstand tot zorg te vergroten om misbruik uit te sluiten, moeten we die afstand net verkleinen. Niet om overconsumptie te stimuleren, maar omwille van ‘universeel proportionalisme’: elke Belg moet evenveel toegang hebben tot de zorg die hij of zij nodig heeft. Mensen in de armste wijken hebben vandaag 21 procent minder huisartscontacten dan in de rijkste wijken. Dat toont de fout in ons systeem.
Er is een lichtpunt: wie patiënt bij een wijkgezondheidscentrum is, gefinancierd per patiënt in plaats van per prestatie, heeft een veel gelijkere toegang tot huisartszorg. Het kan dus anders, maar hervormers moeten focussen op het juiste doel: mensen gezonder maken in plaats van het frame van de profiteurs uit te vergroten.
Luc Van Gorp - voorzitter CM

