Tegenstanders van een ‘rijkentaks’ schermen vaak met een ‘kapitaalvlucht’. Daarbij ontvluchten de grootste vermogens het land en de toegenomen belastingvoet, waardoor op het einde van de rekening net minder belastinginkomsten overblijven.
In 2012 voerde toenmalig Frans president François Hollande bijvoorbeeld een belastingtarief van 75 procent in voor de allerhoogste inkomens, dat goed vijf jaar later weer werd afgeschaft. Een berucht bewijs voor de zogezegde geringe baten. Maar, merkt fiscaal expert van het ACV Ive Rosseel op, tot 2018 was er nog een solidariteitsbijdrage van 0,5 tot 1,3 procent voor vermogens vanaf 1,3 miljoen euro. ‘In Frankrijk vertrokken daardoor iets meer dan 350 vermogenden per jaar’, zegt Rosseel. ‘Al bij al is dat relatief weinig, en ondanks die kapitaalsvlucht had de belasting een netto positieve opbrengst.’
Verschillende studies en voorbeelden leren ook dat het met die kapitaalvlucht zo’n vaart niet hoeft te lopen. In Denemarken en Zweden wijst onderzoek in de richting van een beperkte toename van de belastingontduiking bij een hogere vermogensbelasting. Een meerbelasting op vermogen van 1 procent zou leiden tot 1 procent extra ontduiking.
Recent onderzoek van Arthur Apostel, econoom aan de KU Leuven, berekende dat drie actuele voorstellen voor een eenmalige vermogensbelasting in België, zelfs bij een hoge graad van belastingontwijking en -ontduiking, meer zouden opbrengen dan de voorstanders ervan zelf inschatten. Zo levert een eenmalige progressieve vermogensbelasting op vermogens boven één miljoen euro in het ongunstigste geval nog meer dan 20 miljard euro op.
‘Toen België een effectentaks invoerde, klonk hetzelfde riedeltje dat het sop de kool niet waard is’, zegt hoofd van de ACV-studiedienst Chris Serroyen. ‘Maar daarvan zien we ondertussen dat 95 procent van de voor 2021 geschatte opbrengst gehaald werd. Er zijn weinig begrotingsmaatregelen met zo’n effectief resultaat.’
Zelfs als een vermogensbelasting voor een ‘kapitaalvlucht’ zorgt, blijft het effect daarvan beperkt. Bekende voorbeelden tonen aan dat een vermogensbelasting netto meer opbrengt dan ze kost.
