Al sinds maart houdt een hittegolf Pakistan en het noorden van India gevangen. April noteerde temperaturen tot 50 graden Celsius, met in Noord- en Centraal-India de hoogste gemiddelden sinds het begin van de metingen. En na een (al heel wat koelere) week rond de dertig graden liepen de temperaturen dit weekend alweer op tot boven de 45°C in de provincie Rajasthan, aan de grens met Pakistan.
Suresh Prasad, adjunct-secretaris-generaal van de confederatie van vrije vakbonden in India (CFTUI), woont in Mayur Vihar, een woonwijk in het oosten van de Indische hoofdstad Delhi. ‘We gebruiken paraplus als we buiten willen komen’, vertelt hij over de huis-tuin-en-keukenmiddeltjes waarop de Indiërs zijn aangewezen. ‘We moeten minder pikant eten en drinken botermelk om af te koelen.’
‘Normaal begint het pas vanaf april op te warmen en verwachten we de hoogste temperaturen in juni’, vertelt ook zuster Anushia Fernandes vanuit de miljoenenstad. Zij is coördinator van de door zuster Jeanne Devos in 1985 opgerichte National Domestic Workers Movement (NDWM). ‘Maar door de klimaatopwarming begon de hitte dit jaar al in februari. Ik ben bang voor wat ons in de zomer te wachten staat.’
Natteboltemperatuur
Een dergelijke hitte waardoor je lichaam onvoldoende afkoelt, kan leiden tot misselijkheid en reumatische pijnen, en zelfs tot orgaanfalen met de dood tot gevolg. Ook Fernandes ondervond die lichamelijke weerslag: ‘Je bent helemaal gedehydrateerd en alles doet pijn. Het is als bij erge koorts. Toen mijn gewrichten en spieren begonnen pijn te doen, dacht ik eerst dat ik corona had. Je lichaam is niet tegen zo’n hitte bestand, ik moet medicijnen nemen tegen de pijn.’
Bovendien koelt het ‘s nachts maar weinig af. ‘Zeker in sloppenwijken of waar mensen klein behuisd zijn, is het onmogelijk om slaap te vatten’, zegt ze. ‘De hitte trekt in de stenen en ‘s nachts komt de hitte uit de grond.’
De combinatie met een hoge vochtigheidsgraad in het aankomende regenseizoen vanaf juni brengt de theoretische limiet voor menselijk overleven akelig dichtbij. Bij een zogenaamde ‘natteboltemperatuur’ (gemeten door een in een natte doek gewikkelde thermometer) van 35°C kan het lichaam niet meer afkoelen en zijn enkele uren in de schaduw dodelijk, zelfs met voldoende water en ook voor wie gewend is aan extreme hitte. Om te vermijden dat die grens steeds vaker bereikt wordt, is het volgens klimaatwetenschappers noodzakelijk om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C, maar het laatste IPCC-rapport voorspelde een opwarming van ruim 3°C bij ongewijzigd beleid.
Kaste
Ondanks de aanslepende hittegolf en bijhorende gezondheidsrisico’s zijn werknemers gedwongen om te blijven werken, vaak zonder enige bescherming. Ongeveer de helft van de Indiërs werkt in open lucht. ‘Als ze van werk afwezig blijven’, zegt Prasad, ‘lijden ze opnieuw loonverlies, nadat de coronapandemie er al eerder voor zorgde dat ze niet konden werken. Op een paar ondernemingen na zijn er geen compensaties voor werknemers tijdens natuurrampen. Zeker wie in magazijnen of winkels zonder goede ventilatie werkt, heeft het erg zwaar. Sommige werknemers vallen ziek op het werk door een zonneslag.’
Ook het huishoudpersoneel waarvoor zuster Anushia Fernandes het opneemt, heeft geen andere keuze. ‘Ze vertrekken in alle vroegte om naar hun werk te gaan, maar tegen de middag is de hitte zo erg dat ze moeten ophouden. In plaats van vier of vijf huishoudens, kunnen ze maar in een of twee huizen per dag werken, vaak in keukens zonder koelsystemen. Daardoor verliezen ze de helft van hun inkomen.’
‘Het ergste is’, gaat ze door, ‘dat hun werkgevers niets eens vragen of ze water willen. Ze beschouwen huishoudpersoneel als een lagere kaste. Als hun dienaren. Waarom zouden ze hen dan water moeten aanbieden? De rijken en de middenklasse kunnen zich verplaatsen in gekoelde treinen of auto’s met airconditioning, maar gewone werknemers kunnen enkel wandelen in de hitte. De stem van de armen wordt niet gehoord.’
Lijdzaam
‘De hittegolf treft niet iedereen in dezelfde mate’, beaamt Jeroen Roskams van WSM, het vroegere Wereldsolidariteit. ‘Miljoenen vrouwen en mannen werken in de informele sector, vaak in zeer precaire omstandigheden, zonder sociale bescherming en zonder werk- of inkomenszekerheid. De meerderheid van hen werkt op straat, blootgesteld aan de volle zon.’
Van de lokale overheid of nationale regering verwachten zuster Anushia Fernandes en Suresh Prasad weinig soelaas. ‘De overheid onderneemt niets’, zegt Fernandes. ‘Ze zeggen wel dat ze voor water zullen zorgen in sloppenwijken, maar het blijft bij woorden. De overheid voelt geen enkele verantwoordelijkheid.’
Zonder overheidsmaatregelen of tijdelijke werkloosheidsuitkeringen zit er volgens haar weinig anders op dan de situatie lijdzaam te ondergaan. ‘Mensen weten dat er niets zal gebeuren. Van de overheid verwachten we niets. Er is veel woede, maar bij wie kunnen mensen klagen? Ze weten dat de regering er niet voor hen is.’
Het enige wat de NDWM kan doen, vertelt Fernandes, is hun leden op het hart drukken om zelf voorzorgsmaatregelen te nemen en altijd water mee te nemen. Daarnaast hangen ze af van de goodwill van hun werkgever. ‘We proberen hen aan te moedigen om het gesprek met hun werkgevers aan te gaan en te vragen of ze vroeger mogen beginnen. Om zes uur ‘s ochtends is het nog zo’n 30 graden, tegen de middag al 42.’

