Jongeman werkt in keuken van horeca
‘Een alleenstaande zonder vervangingsinkomen in de horeca zou een premie krijgen die onder het leefloon ligt, ongeveer 1.285 euro.’ © Unsplash/ Zieben VH

De Vlaamse regering hervormt de Individuele Beroepsopleiding (IBO). Bedoeling is om het stelsel aantrekkelijker te maken. Maar volgens de vakbonden is het een onversneden besparingsoperatie. 'In sommige gevallen zal de vergoeding voor IBO'ers onder het leefloon liggen.'

Simon Bellens
 20 oktober 2025

Jaarlijks starten enkele duizenden werkzoekenden in Vlaanderen met een IBO-contract (in 2024 werden 6.681 IBO’s opgestart). Daarmee combineren ze een opleiding bij een bedrijf met een beperkte vergoeding, met oog op aanwerving na afloop. Ongeveer driekwart daarvan komt terecht in een knelpuntberoep. Bijna twee derde stroomt nadien door naar een baan in het bedrijf.

‘Met de hervorming van het IBO-contract krijgen werkgevers goedkope werkkrachten. Voor werkzoekenden wordt het stelsel een pak onaantrekkelijker.’

Stijn Gryp, nationaal secretaris van het ACV

Die doorstroming naar vast werk is precies de bedoeling van het stelsel. Maar de laatste jaren zit het IBO-statuut in een negatieve trend. Niet alleen maken almaar minder mensen er gebruik van, sinds een eerdere hervorming van het statuut in 2018 vermindert het aantal succesvolle IBO's ook. Bovendien krijgt het systeem een steeds zwaarder kostenplaatje voor de VDAB.

De Vlaamse regering wil 'een financieel evenwichtiger, administratief eenvoudiger en inhoudelijk versterkt opleidingsinstrument'. Daarover bereikte Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) onlangs een voorlopig akkoord binnen de regering. De hervorming zou ingaan vanaf 1 januari 2026.

Wat is de Individuele Beroepsopleiding (IBO)?

De Individuele Beroepsopleiding (IBO) is een opleidingsinstrument voor werkzoekenden dat het midden houdt tussen leren en werken. Werkgevers kunnen hen met een IBO-contract in dienst nemen, voor maximaal zes maanden, en opleiden op de werkvloer.

Daar staat een vergoeding tegenover die de werkzoekende kan combineren met een uitkering, zoals een werkloosheidsuitkering.

Tijdens de duur van een IBO bouwen deelnemers geen sociale rechten op, zoals betaalde vakantie, pensioen of recht op een werkloosheidsuitkering.

Onder het leefloon

Krachtlijnen van de Vlaamse hervorming zijn een nieuwe berekeningswijze van de vergoeding of IBO-premie en dat de rol van de VDAB in het systeem afneemt. Zo wordt de premie voortaan niet meer door de VDAB maar rechstreeks door de werkgever betaald.

Vooral over de nieuwe rekenformule zijn de vakbonden ongerust. Tot dusver hing de vergoeding voor de werkzoekende met een IBO-contract af van diens uitkering en hield het rekening met het zogenaamde 'gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen' (GGMMI), een soort ondergrens voor werknemers in België (momenteel 2.111,89 euro bruto per maand vanaf 18 jaar). Er gold een ondergrens van 80 procent van het GGMMI voor een IBO-contract.

Hoe lager het vervangingsinkomen, of de uitkering, hoe hoger de vergoeding, was het principe. Daardoor kwamen IBO'ers met en zonder vervangingsinkomen enigszins gelijk uit voor hun totale vergoeding.

De nieuwe berekening van de vergoeding gaat uit van minimaal 70 procent van het brutoloon dat de werkzoekende zou verdienen als hij na zijn opleiding in dienst genomen wordt. Volgens simulaties van Erik Van Laecke, expert dienstverlening van het ACV, dreigen IBO'ers er daardoor in vergelijking met vandaag flink op achteruit te gaan. Dat is met name het geval als er geen vervangingsinkomen is.

‘Een alleenstaande zonder vervangingsinkomen in de horeca zou een premie krijgen die onder het leefloon ligt, ongeveer 1.285 euro.’

Erik Van Laecke, expert dienstverlening van het ACV

'Combinaties met andere uitkeringen, zoals een ziekte-uitkering, houden op het einde van de maand minder netto over', zegt hij. 'Een alleenstaande zonder vervangingsinkomen in de horeca zou zelfs maar een premie krijgen die onder het leefloon ligt, ongeveer 1.285 euro voor een voltijdse IBO. Dat houdt directe armoederisico's in.'

Werkgevers enthousiast

De werkgevers zijn alvast enthousiast over de hervorming. 'De succesformule van weleer krijgt nieuw leven ingeblazen', klinkt het bij werkgeversorganisatie Voka. Die 'verwelkomt de nieuwe IBO' en vraagt de VDAB om die 'maximaal te promoten'.

Geen wonder, aldus Stijn Gryp, nationaal secretaris van het ACV. 'IBO'ers die een werkloosheidsuitkering ontvangen, worden nog goedkoper dan vandaag. Voor werkzoekenden wordt het stelsel een pak onaantrekkelijker.'

Bij stopzetting zonder aanwerving blijven IBO'ers 'zonder inkomen en zonder rechten' achter, analyseert Gryp de hervorming. 'Zeker nu de werkloosheid beperkt wordt in de tijd, maakt dat hen erg afhankelijk van de goede wil van hun werkgever.' De vakbond pleit voor extra maatregelen om plotse, arbitraire stopzetting tegen te gaan.

Een evaluatie van het IBO-stelsel in 2021 wees uit dat vooral kortergeschoolden oververtegenwoordigd zijn in stopgezette IBO-trajecten. Vaak hebben IBO'ers dan eigenlijk geen degelijke opleiding op de werkvloer gekregen. Het ACV ziet daarom nood aan een betere monitoring van de trajecten en maatregelen om een goede leeromgeving te verzekeren.

Besparingsoefening

De hervorming van het IBO-statuut leidt volgens de vakbond volgend jaar tot een besparing van 10 miljoen euro op het budget van de VDAB.

'De Vlaamse Regering mikt op een aantrekkelijker en eenvoudiger systeem, maar het is de vraag of de hervorming die doelstelling dient', aldus Stijn Gryp. 'Het IBO-contract dreigt te evolueren naar een goedkoop instapstatuut zonder sociale bescherming, in plaats van een echte opstap naar duurzame tewerkstelling.' Gryp vreest dat de hervorming de instroom in het stelsel verder zal doen dalen. 

‘Het IBO-contract dreigt te evolueren naar een goedkoop instapstatuut zonder sociale bescherming, in plaats van een echte opstap naar duurzame tewerkstelling.’

Stijn Gryp, nationaal secretaris ACV

Het ACV wil de rekenformule voor de IBO-premie herzien, waarbij 80 procent van het GGMMI als absolute ondergrens behouden blijft. Daarenboven moet de lopende werkloosheidsduur van werkzoekende tijdens een IBO-contract 'bevroren' worden, vindt de vakbond. Dat moet verhinderen dat een IBO'er na stopzetting zonder rechten achterblijft.

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) bracht een advies uit over de hervorming waarin de sociale partners het niet eenduidig eens geraakten met elkaar. Wel vraagt ze daarin onder meer 'volledige transparantie over de vergoeding', 'een fiscale vrijstelling voor de IBO-premie' en meer inzet 'om kansengroepen te bereiken die niet over een vervangingsinkomen beschikken'.

Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Aanbevolen

Dienstencheques: gezinnen betalen meer, aandeelhouders...

De poetshulp wordt opnieuw duurder. Vanaf januari schieten de ‘administratieve kosten’ bij verschillende commerciële dienstenchequebedrijven fors...
   05 december 2025

Fachtcheck: Zijn Belgische werknemers niet flexibel?

Uit cijfers van Steunpunt Werk blijkt dat Belgische werknemers vaak flexibel werken. Zeker wat betreft deeltijds werk en weekendwerk zitten we boven...
   02 december 2025

Jongeren verdienen zekerheid

Flexi-jobs, stijgende kosten en dure huisvesting: jongeren voelen de druk van een arbeidsmarkt die steeds minder zekerheid biedt om een stabiele...
 Oost-Vlaanderen  28 november 2025

Vliegers

ACV-voorzitter Ann Vermorgen legt uit waarom duizenden werknemers deze week het werk neerleggen. ‘Hoeveel collega’s heeft u al ten grave gedragen?’
   24 november 2025