Volgens het OESO rapport Pensions at a Glance ontving een gepensioneerde in België in 2019 gemiddeld 66 procent van zijn laatste nettoloon. Iets beter dan het Europese gemiddelde (63%), maar veel minder dan in Frankrijk, Nederland en Luxemburg (73-90%). Pijnpunt is vooral het grote verschil tussen het laatste nettoloon en het nettopensioen bij Belgische zelfstandigen en werknemers. Maar de vervangingsratio, de verhouding tussen het laatste salaris en het pensioen, zegt uiteraard niet alles.
Volgens het Pension Adequacy Report 2021 van de Europese Commissie is het totale armoederisico voor de Belgische gepensioneerden niet zo ver af van de situatie in Nederland en Oostenrijk. Op het vlak van gelijkheid doen we het ook niet slecht, omdat onze laagste pensioenen een betere vervangingsratio hebben ten opzichte van de hogere pensioenen.
Onvoldoende
Toch blijft het wettelijk pensioen vaak onvoldoende. ‘Het moet mensen een voldoende hoge levenstandaard garanderen,’ stelt Delphine Schedin van Okra, ‘maar lang niet elke gepensioneerde kan ervan leven.’ ‘Het is niet logisch dat hoewel het armoederisico bij de actieve bevolking gelukkig is gedaald tot 4,8 procent, het nog altijd rond de 13,4 procent is zodra deze groep gepensioneerd is’, zegt socialezekerheidsexpert Jozef Pacolet (HIVA - KU Leuven).
‘België is zeker niet de slechtste leerling, maar in heel Europa is de adequaatheid van de pensioenen nog niet goed genoeg. In België gaat het met het optrekken van de laagste pensioenen en het optrekken van het loonplafond voor de overige pensioenen wel in de goede richting’, aldus Pacolet. Dat nieuwe generaties vrouwen ook langer actief blijven op de arbeidsmarkt en zo meer pensioen opbouwen, helpt uiteraard ook.
Belgische gepensioneerden krijgen gemiddeld 66 procent van hun laatste nettoloon. Voor 13,8 procent van hen dreigt een armoederisico.
