Door de loonnormwet mogen de lonen in België niet sneller stijgen dan die in onze buurlanden. Die wet is in 2017 zelfs nog aangescherpt. Daarvoor berekent de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) regelmatig hoe de lonen in ons land zich verhouden ten opzichte van die in onze buurlanden. Alleen wanneer ze daarop achterlopen, mogen de lonen bovenop de index stijgen. Nadat de loonnorm de afgelopen vijf jaar al nul bedroeg – en er dus geen opslag mogelijk was – voorziet de CRB voorlopig een marge van 1,1 procent voor 2027 – 2028. Dat laat uitschijnen dat er een beperkte mogelijkheid voor loononderhandelingen en -opslag in de sectoren en bedrijven komt.
Eigenlijke loonachterstand 4,6 procent
Het ACV wijst erop dat die loonmarge slechts een beperkt beeld weergeeft, zegt Renaat Hanssens van de ACV-studiedienst. ‘De helft van de werknemers hebben die marge voor een belangrijk deel zelf betaald door de gedeeltelijke indexsprong die Arizona wil doorvoeren. Bovendien is het echte verschil tussen de Belgische lonen en de lonen van de buurlanden veel hoger.’ De CRB berekende ook wat het loonverschil is wanneer er rekening gehouden wordt met de loonsubsidies en alle kortingen op patronale bijdragen. In 2024 had ons land dan al een loonachterstand van 3,5 procent.
‘De helft van de werknemers hebben deze marge voor een belangrijk deel zelf betaald door de gedeeltelijke indexsprong die de arizonaregering wil doorvoeren.’
Renaat Hanssens, ACV-studiedienst
‘Als we daaraan de verwachte daling van de ‘officiële’ loonhandicap in 2026 toevoegen, komen we eind 2026 aan een achterstand van 4,6 procent. Dat zou de eigenlijke onderhandelingsmarge moeten zijn’, stelt Hanssens. ‘Toch mogen de werknemers in 2025-2026 enkel onderhandelen over een beperkte verhoging van de maaltijdcheques met 2 euro en zal er begin volgend jaar een heel wat lagere maximale onderhandelingsmarge vastgesteld worden. De loonnormwet houdt immers alleen rekening met de officiële loonhandicap, maar niet met de reële situatie.’
Loonaandeel gezakt tot historisch dieptepunt
De CRB stelt bovendien ook vast dat het loonaandeel in de toegevoegde waarde gezakt is tot een historisch dieptepunt. Hanssens: ‘De vaststelling van achterblijvende lonen en een dalend loonaandeel terwijl de bedrijfswinsten hoge toppen blijven scheren, bevestigt wat wij al jaren zeggen: werknemers delen onvoldoende in de winst. De loonnormweg hoort te verdwijnen. De Internationale Arbeidsorganisatie heeft in 2022 al bepaald dat die wet in strijd is met de fundamentele internationale arbeidsnorm over de vrijheid van collectief onderhandelen.’
‘Terwijl bedrijven grote winsten boeken, gijzelt de loonnormwet de vrije onderhandelingen en dus onze lonen.’
Ann Vermorgen, voorzitter ACV
Het ACV wijst erop dat vrije loononderhandelingen des te belangrijker worden, omdat de index steeds minder de stijging van de levensduurte weerspiegelt. ‘De index houdt rekening met de kosten van wonen, maar op een erg beperkte manier. Zo wordt de snelle stijging van vastgoedprijzen niet in rekening gebracht en hebben de huurprijzen een veel te klein gewicht. Ze vertegenwoordigen slechts 6,73 procent in de indexkorf, terwijl de kosten voor wonen voor veel gezinnen al makkelijk 30 procent van de uitgaven uitmaken.’
ACV-voorzitter Ann Vermorgen: ‘De CRB bevestigt wat we al jaren zeggen: onze lonen lopen achter op hoe die in onze buurlanden evolueren. Het reële verschil loopt op tot bijna vijf procent. Terwijl bedrijven grote winsten boeken, gijzelt de loonnormwet de vrije onderhandelingen en dus onze lonen. We merken hoe moeilijk het is om akkoorden in de sectoren te sluiten, het is vechten voor een verhoging van het bedrag van de maaltijdcheques – als je die al in de eerste plaats krijgt.’

