Met deze eerste grote extra investering willen we personen met een arbeidsbeperking, en dus met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, de kans geven om hun talenten volop te ontplooien’, aldus Crevits.
In Vlaanderen steunt het concept van sociale economie op twee beleidskaders: collectief en individueel maatwerk. Individueel maatwerk richt zich op de tewerkstelling van personen met een arbeidsbeperking in de reguliere arbeidsmarkt door loonpremies en professionele begeleiding. Collectief maatwerk biedt gestructureerde begeleiding in beschermde werkomgevingen, zoals sociale ondernemingen. Doel is om werknemers te kunnen laten doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt. De aangekondigde extra plaatsen zijn voornamelijk bedoeld voor het collectief maatwerk.
Uit cijfers blijkt dat de sociale economie momenteel al een mooie plaats op de arbeidsmarkt invult. Momenteel zijn er in Vlaanderen 118 maatwerkbedrijven actief, die samen meer dan 25.000 maatwerkers te werk stellen.
‘Investeringen zijn cruciaal’
‘Sociale economie is een concreet instrument om werk voor iedereen bereikbaar te maken en lijkt ook steeds meer aandacht te krijgen’, stellen Anne Guisset en Karolien Lenaerts, onderzoekers bij HIVA. ‘Investeringen van de overheid en inspraak van sociale partners zijn daarbij cruciale stappen om dat te doen slagen.’
De creatie van 1.000 extra plaatsen in de sector kadert binnen het Vlaams regeerakkoord 2024-2029, dat voorziet in de versterking van de sociale economie in Vlaanderen. ‘Wij zijn dankbaar voor de aandacht die er is in het Vlaams regeerakkoord voor sociale economie’, reageert Dirk Coninckx van ACVBIE.
‘Die extra plaatsen zijn welgekomen en noodzakelijk, zeker als je weet dat er nog zo’n 5.000 werknemers zijn die al een erkenning hebben om in het maatwerk aan de slag te gaan maar helaas nog op een plekje wachten. We mogen echter niet vergeten dat inclusie niet stopt bij het verwerven van een contract. Van échte inclusie is pas sprake wanneer men deze werknemers naar waarde schat en respecteert, ook in hun verloning die nu nog beperkt is tot het minimumloon.’

