Bijna 3.000 vacatures staan open voor leerkrachten bij VDAB. De grootste bedreiging voor de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs is dan ook het lerarentekort volgens het jaarverslag van de Vlaamse onderwijsinspectie. Laten we kansen liggen als het aankomt op het aantrekken van een diverser lerarenkorps?

Djorven Ariën

Maandenlang geen lessen wiskunde, scholen die examens moeten schrappen, leerlingen die meer uren studie dan lesuren hebben van bepaalde vakken. Allemaal gevolgen van het nijpende lerarentekort. In een laatste pakket maatregelen van minister van Onderwijs Ben Weyts werden gastleraren aangekondigd, waarbij bedrijven werknemers kunnen uitlenen aan scholen. Maar moeten we ook niet kijken naar de diversiteit in de leraarskamer en liggen daar geen kansen? In het Vlaams regeerakkoord staat immers dat het lerarenkorps een betere weerspiegeling van de maatschappij moet worden en diverser moet worden als geheel.

Migratieachtergrond en handicap zijn de uitzondering

Uit de nulmeting van de Vlaamse overheid die ging over de herkomst van leerkrachten uit 2019, bleek dat slechts 6,4 procent van de leerkrachten een buitenlandse herkomst had. Slechts 2,4 procent van de leerkrachten had een niet Europese herkomst. Toch heeft ongeveer 25 procent van de bevolking in het Vlaamse gewest een buitenlandse herkomst. 6 op de 10 van deze groep heeft een herkomst die buiten de EU ligt. De cijfers van het aantal leerkrachten van buitenlandse herkomst liggen dus erg laag. Al is er wel een kleine verbetering merkbaar. In 2013 had slechts 4,9 procent van de leraars een buitenlandse herkomst en 1,6 procent een niet Europese.

Ook wanneer we spreken over leerkrachten met een handicap, zijn de cijfers onthutsend. Uit cijfers die Vlaams parlementslid Loes Vandromme opvroeg, blijkt dat slechts 200 op 160.000 personeelsleden een handicap heeft. Dit terwijl de Vlaamse overheid zelf streeft naar 3 procent medewerkers met een handicap of chronische ziekte.

Drempels

Er is dus wel degelijk werk aan de winkel volgens Brecht Beelen, adviseur diversiteit bij beweging.net. ‘Een betere vertegenwoordiging van bepaalde groepen in het lerarenkorps kan helpen aan het probleem van het lerarentekort. Een bredere poule potentiële leerkrachten vergroot immers de kans om geschikte profielen aan te trekken. Maar minderheidsgroepen botsen vaak op heel wat drempels. In het Vlaamse onderwijsveld is een school waar de hoofddoek gedragen mag worden de uitzondering op de regel. Dit zorgt er enerzijds voor dat studenten die gaan voortstuderen er niet voor kiezen om de lerarenopleiding aan te vatten. Anderzijds zorgt het ervoor dat afgestudeerde leerkrachten die een hoofddoek willen dragen niet in het onderwijs instromen. Snelle winst zou gehaald kunnen worden als meer scholen het zouden toestaan om met een hoofddoek les te geven.’

‘Ook heel wat mensen met een beperking die willen lesgeven stuiten nog op fysieke en mentale drempels. Zo hebben niet alle scholen een aangepaste infrastructuur voor mensen met een handicap, maar ook wordt nog te vaak de vraag gesteld of mensen met een handicap wel geschikt zijn om voor de klas te staan.’

Meer diversiteit is meer kwaliteit

‘Elke leerling heeft recht op kwalitatief onderwijs en we zijn ervan overtuigd dat een meer divers lerarenkorps hieraan kan bijdragen’, stelt Tomas Uten, adviseur onderwijs bij beweging.net. ‘Een lerarenkorps zou een goede weerspiegeling van de samenleving moeten zijn. Een meer divers lerarenkorps zorgt ervoor dat meer denkkaders met elkaar in contact komen, dit leidt tot minder vooroordelen en stereotypering. Wat ervoor zorgt dat leerlingen en studenten meer kunnen openstaan voor andere culturen en tradities. In onze huidige samenleving is diversiteit een feit. Het is belangrijk dat leerlingen dit weerspiegelt zien voor de klas. Bovendien hebben leerlingen rolmodellen en brugfiguren nodig, een diverser lerarenkorps kan ervoor zorgen dat de kans daalt op vroegtijdige schooluitval bij kwetsbare leerlingen.’

Column: Kwinten staat voor de klas met een fysieke beperking

Het moet nu ongeveer elf jaar geleden zijn dat ik m’n eerste professionele stappen zette in het onderwijs. Ondertussen probeerde ik al honderden leerlingen de passie voor het Frans en Nederlands bij te brengen. Ik kreeg al leerlingen van de tweede en derde graad voor mijn neus:, maar evengoed leerlingen die net de deur van de basisschool achter zich dichttrokken. Lerarentekort, u kent het wel.

© Christophe Ketels

Na mijn Master Taal- en Letterkunde begon ik aan mijn lerarenopleiding. Ik legde examen af van alle vakken tot ik er echt niet meer omheen kon… de stages. Die boezemden me een enorme angst in. Staat de grootste aap niet vooraan? Als leerkracht met een ernstige fysieke beperking – ik stap traag en moeilijk en voor grotere verplaatsingen gebruik ik een rolstoel – was mijn zwakke plek meteen zichtbaar voor het puberende publiek. Ik heb er me suf over gepiekerd: moet ik bij aanvang van de lessen iets zeggen over mijn beperking? Of moet ik mijn beperking zo laten spreken? Er waren weinig tot geen ervaringsdeskundigen bij wie ik te rade kon.

Ik vertelde het met knikkende knieën en enige aarzeling in m’n stem. Dat het door zuurstoftekort is dat ik zo moeilijk stap, dat lang staan daarom niet evident is en dat ik wellicht niet tot bij de laatste rij geraak.

De leerlingen luisterden geduldig, maakten niet in het minst een probleem. Maar ik bleef wel met een onbehaaglijk gevoel achter. Het leek alsof ik dingen had benoemd die niet benoemd moesten worden. Het is een eigenschap, inherent aan mijn persoon. Anders kan ik net zo goed vertellen waarom ik een bril draag en niet zo’n grote fan van broccoli ben. Toch?

Sindsdien benoem ik mijn beperking niet meer bij het begin van het schooljaar. Binnen het kader van mijn lessen probeer ik het klimaat te creëren waarin leerlingen weten dat ze steeds bij me terecht kunnen, voor welke vraag dan ook.

Betekent dit dat lesgeven nu a piece of cake is? Nee. Mijn beperking, vooraf benoemd of niet, blijft visueel sterk aanwezig. De ideale gevoelige plek voor een boze of stoere leerling(e) om eens lekker op te drukken. Gelukkig ben ik tot op heden nog geen openlijke schietschijf geweest. Toch blijft het een beetje bang afwachten. Ik hoop maar dat mijn gevoel voor humor en mijn respect voor de leerling in kwestie me dan uit de brand redt.

Maar nu sla ik stappen over. Nu lijkt het alsof mijn sollicitaties van een leien dakje liepen. Dat is niet helemaal waar. Mijn eerste sollicitatie verliep heel goed, maar toch zag ik de directrice een beetje schuifelen op haar stoel. Na een lange stilte kwam het eruit: ‘Je confronteert me een beetje met mezelf. Ik vind je een heel geschikte kandidaat, maar ik denk niet dat mijn lerarenkorps klaar is voor een collega met een beperking’. We spreken over tien jaar geleden.

Na een succesvol gesprek op mijn huidige school durfde ik zelf de vinger op de wonde te leggen: hoe denkt u over mijn handicap? ‘Het zal een meerwaarde zijn voor onze school’. Het antwoord kwam even resoluut als verrassend. Ik kreeg prompt een vast lokaal op het gelijkvloers. Leerlingen komen naar mijn lokaal in plaats van omgekeerd. Ik was blij met het vertrouwen en de kans die ik kreeg. Na al die jaren werk ik er nog altijd.

Betekent dit dat mijn school er van in het begin alles aan gedaan heeft om alle mogelijke hindernissen weg te werken? Nee. Ik heb nog elke dag hulp nodig bij het openen van de deur van de leraarskamer. Die is zwaar. Om naar de studierefter te gaan, moet ik elke week een bijzonder steile helling op – een ware droom voor elk getraind skater -, veel te gevaarlijk om alleen met een rolstoel te overbruggen. Elke week zijn er twee keer minstens drie sterke collega’s nodig om me die helling op en af te krijgen. Het is telkens weer een krachttoer. Een spektakel waar omstaande leerlingen van smullen.

Dat ze niet begrijpt waarom ik daarvoor niet elke week bij de directie sta, zegt een mondige collega me. Dat dat toch niet meer kan zo. Zolang ze geen oplossing hebben voor die helling, zou ik weigeren om nog toezicht te doen. Ze bedoelt het goed, die collega. En ja. Telkens als ik met die hindernissen word geconfronteerd, is er inwendig een duiveltje dat vloekt. Maar als (beginnend) leerkracht hoop je ook volgend schooljaar nog op werk. Ik zou niet graag als lastig worden weggezet. Want die aanpassingen brengen een hele hoop administratief gedonder met zich mee – om van de last van een kleine verbouwing nog maar te zwijgen. Ik heb al mijn moed verzameld en aangeklopt bij de directeur logistiek. Of de deur van de leraarskamer niet kon worden geautomatiseerd. En of er kon worden nagedacht over een alternatief voor de helling, ook als dat de nodige breekwerken met zich mee zou brengen. Dat ik er zeker van was dat ze er wel een financiële tussenkomst voor zouden krijgen; ik was bereid om hen te helpen met de administratieve rompslomp.

Dat mailtje heb ik nog maar recent verstuurd, maar, die automatische deur? Die komt er. Er zijn al offertes binnen.

Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Aanbevolen

Drie jaar sociale wetenschappen aan UHasselt

Hoe een jonge opleiding Limburg op weg zet naar een eigen master in 2028.  Drie jaar geleden startte aan UHasselt een nieuwe opleiding: de...
 Limburg  04 december 2025

Waarom Leen, Marc en Linde staken

Over het hele land staakten werknemers tegen de besparingspolitiek van de regering-De Wever. Visie ging langs bij het stakingspiket van...
   25 november 2025

1 op de 3 jongeren voelt zich op werkvlak benadeeld door...

‘We horen heel veel frustratie.’ Jongeren botsen op hun leeftijd nog voor ze goed en wel kunnen starten met betaald werk. Een op de drie jongeren...
   19 november 2025

Het Nederlandstalige onderwijs in Brussel gaat de slechte...

Al heel mijn leven ijver ik voor de uitbouw van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel.
   17 november 2025