Zelf beschouwt Filip Rogiers zijn periode als journalist op de schoolbanken als een bevoorrechte kijkstage. Zo won hij het vertrouwen om met hen vrijuit te spreken over wat er leeft achter de schoolpoorten. In september trok Rogiers definitief de deur als journalist achter zich dicht. Hij werd op 57 jaar voltijdse leerkracht, een zij-instromer.
Maar een interview over die eerste maanden voor de klas, daar twijfelde hij toch eerst over. ‘Ik wil als nieuwbakken leerkracht geen grote sier maken.’
Waren de voorbije maanden vooral ontnuchterend of stimulerend?
Filip Rogiers ¬ ‘Dankzij mijn reportages had ik waarschijnlijk een realistischere verwachting dan heel wat andere zij-instromers. Daardoor kon ik de klassieke valkuilen ontwijken, zoals het romantisch beeld dat je de klas kunt binnenkomen met het idee dat je de levenslessen uit je mouw schudt en de leerlingen aan je lippen hangen. Dat getuigt van een ongelofelijke grootheidswaanzin en respectloosheid voor mensen die al jarenlang het vak van leerkracht uitoefenen.’
‘Ik ben samen met de 29-jarige Senne co-klastitularis van een klas. Maar die leeftijd speelt eigenlijk geen rol. Hij leert me hoe ik leerstof overbreng en de klas in toom kan houden. Daaraan spendeer je eigenlijk minstens de helft van je tijd. Voor de klas staan is gewoon echt een stiel.’
Met 30 jaar ervaring in de journalistiek heb je toch ook het een en ander bij te brengen?
Rogiers ¬ ‘Veel lesmateriaal ligt vast door leerplannen, maar je kunt wel je eigen accenten toevoegen. Mijn leerlingen lezen nu een boek over de val van de Berlijnse Muur. Voor hen is dat prehistorie, maar ik heb dat meegemaakt. Daarover kunnen vertellen is fantastisch. Dikwijls volgt de klassieke vraag of ze dat moeten kennen voor het examen. Nee, maar voor het leven, antwoord ik dan.’ (lacht)
Heb je geen gezonde dosis naïviteit nodig om in het onderwijs te stappen?
Rogiers ¬ ‘Op het einde van vorig schooljaar en na mijn reeks reportages vroeg de directeur wat me bij is gebleven. De totale afwezigheid van cynisme, zei ik hem. Hij lag plat van het lachen, maar ik méénde dat. Het is op school en in leraarskamer natuurlijk niet altijd rozengeur en maneschijn. Ik ken leerkrachten die heel veel kritiek hebben op de school, op het schoolsysteem, op wat andere mensen pretpedagogie noemen … Of collega’s die op hun tandvlees zitten en neigen tot een burn-out. Maar níémand is cynisch. Want je kunt je alleen gefrustreerd voelen als je ook betrokken bent. Dat hangt misschien samen met idealisme.’
(snel) ‘Ken je die flauwe grap over het onderwijs? Er zijn twee goede redenen om in het onderwijs te stappen: juli en augustus. Ik wist al langer dat de mop een vertekend beeld schetst, en toch is het nóg harder werken dan ik dacht. Het onderwijs vreet, maar geeft ook energie.’
Is dat clichébeeld uit de grap de laatste jaren niet enorm bijgesteld?
Rogiers ¬ ‘Door de dalende PISA-cijfers en het leerkrachtentekort hebben de media en de samenleving eindelijk meer aandacht voor wat er in de scholen gebeurt. Door de structurele problemen in het onderwijs begint het besef inderdaad wat door te dringen.’
Je geeft les in Brussel. Niet vanzelfsprekend ...
Rogiers ¬ ‘De grootstad komt je klas mee binnen, met alles wat daarbij hoort. Nog niet zo lang geleden vond op een plek waar verschillende leerlingen en leerkrachten iedere dag passeren de aanslag op de Zweedse voetbalsupporters plaats. Maatschappelijke problemen als armoede vormen voor heel veel leerlingen een deel van hun persoonlijk verhaal. In een van mijn handboeken gaat het over vakantie en reizen, met activiteiten als jetskiën. Ik ben die les begonnen met de vraag wie er de voorbije zomer op reis is gegaan. Resultaat: één vinger.’
Als leerkracht moet je zo bij heel veel zaken stilstaan, denk maar aan diversiteit, gender, diverse soorten leermoeilijkheden, en ga zo maar verder. Hoe sta je zelf tegenover al die zaken die in jouw eigen schooltijd zogezegd ‘nog niet bestonden’?
Rogiers ¬ ‘Dat zijn theoretische onderwerpen die zich op school vertalen naar een praktisch niveau. Ik heb collega’s die expliciet aandacht hebben voor taalachterstand en dat ook zo benoemen, terwijl anderen hameren op kennis, kennis en kennis. Een collega geschiedenis zei me eens dat hij zich niet wil uitdrukken in kindertaal, net uit respect voor zijn leerlingen. Maar in klassenraden zie je leerkrachten die zogenaamd van de oude stempel zijn ook begrip vragen voor de specifieke thuissituatie van een leerling. Buiten de schoolmuren vliegen termen als expertise, kennisoverdracht, pretpedagogie, zesjescultuur enzovoort in het rond. In de leraarskamer verloopt de discussie eigenlijk veel genuanceerder.’
In een reeks over de crisis in het onderwijs vroeg Het Laatste Nieuws leerkrachten om minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) punten te geven. Op zijn rapport stond drie op tien, flink gebuisd dus. Wordt er nog naar de politiek gekeken voor oplossingen?
Rogiers ¬ ‘Er wordt wel in die richting gekeken, maar met weinig vertrouwen. Als leerkrachten zogezegd klagen, is dat vooral een roep om de juiste instrumenten, niet om meer oude wijn in nieuwe zakken, of een minister die nog eens aan de boom wil schudden. Als het is om de crisis te bezweren, denken heel veel leerkrachten dat het toch van hen zelf zal moeten komen.’


