Een ‘zwarte woensdag’ in Nederland, polarisering in het binnenland, mensenrechtenschendingen in Gaza. Waar alle inwoners rouwen voor wie en wat ze al verloren hebben, en elk moment vrezen voor hun leven en dat van hun dierbaren.
Mijn moederhart breekt in duizend stukken als ik zie hoe de toekomst van zoveel kinderen weggeslagen wordt. Hun leven is nog maar net, of zelfs nog niet eens begonnen.
En de wereld kijkt toe … ook dat wringt.
Zelf word ik allerminst blij van verkiezingspeilingen (of -uitslagen). Als ik eerlijk ben, maken ze me bang.
Over de Nederlandse verkiezingsuitslag hoorde ik een haarscherpe analyse van Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde. Het succes van extreemrechts, zei hij, zowel in Nederland als elders in Europa, komt omdat we ons op een scharniermoment in onze samenleving bevinden.
Alles is in beweging. Dat gaat gepaard met angst, verzet en chaos. Dan komt het gevoel dat je geen grip meer hebt. Word je onzeker en bang voor de toekomst.
Straattuig
Op een of andere manier weet extreemrechts dat sentiment goed te capteren. Ze weten mensen het gevoel te geven dat naar hen wordt geluisterd. Of dat ook werkelijk zo is, vraag ik me af. Zelf word ik allerminst blij van verkiezingspeilingen (of -uitslagen). Als ik eerlijk ben, maken ze me bang.
Hoe kan het dat er in een welvarend land zoveel ongenoegen en wantrouwen is, en dat sommigen er rotsvast van overtuigd zijn dat het beter wordt met een stem op een extreemrechtse partij?
Europa-specialist Hendrik Vos schreef in zijn column voor De Standaard (28 november) dat hij niet zozeer bezorgd is over de programmapunten van Geert Wilders (PVV) en co, die in de praktijk weinig uitvoerbaar zijn, maar vooral over de verharding van het publieke discours.
‘Radicaal-rechtse politici spreken laatdunkend over iedereen die volgens hun definitie niet tot hun volk behoort. Hun taal is ruw en brutaal, en daarmee spuiten ze een gif in de samenleving. Ze helen niet, ze verdelen.’
Exact dat trof me toen ik las dat Wilders meer politie, of zelfs het leger, wilde inzetten tegen ‘straattuig’. Wie zou hij daarmee bedoelen? Beseffen zijn kiezers dat zij ook plots aan de verkeerde kant van de definitie kunnen staan?
Zonlicht
Maar terwijl ik in die donkere dagen rond de jaarwisseling onderweg ben, zie ik overal kerstlichtjes in alle vormen en kleuren. Mensen die letterlijk zorgen voor lichtpuntjes in hun leven, wanneer het zonlicht het laat afweten. Het tegengif voor duisternis is een krachtig, hoopvol verhaal.
Wanneer alles chaos lijkt, moeten we eerst door de zure appel bijten, denkt Rotmans, maar als we samenwerken en verbinding opzoeken, wacht ons wel een mooie toekomst. Het verhaal van hoe die eruit kan zien, dat vertellen we te weinig.
Daar ligt een taak voor verbindend en authentiek leiderschap, met een sterk vooruitgangsgeloof. Zonder die verbinding zijn we niets en nergens.

