De lokale overheid is het meest burgernabije bestuursniveau. Dat heeft een aantal voordelen. Zo kijken bestuurders hun burgers dagelijks in de ogen. Ze kunnen hun verantwoordelijkheid om democratisch, transparant en efficiënt te besturen moeilijk ontlopen, omdat ze er constant worden op aangesproken.
Daarnaast kan het lokaal bestuur maatwerk leveren: gericht beleid om lokale uitdagingen aan te pakken. Dat zijn omstandigheden waarin een sterke vertrouwensband met de burger geschapen kan worden. Omstandigheden waarin goed bestuurd kan worden. Dat betekent veel ballen tegelijk in de lucht houden.
Uit cijfers van Statistiek Vlaanderen (2023) blijkt dat de gemiddelde tevredenheid over het lokale beleid 5,7 op 10 is, waar dit voor het Vlaamse en federale beleid respectievelijk een 5 en een 4,4 is.
Een lokale overheid moet leveren, een bepaald niveau van dienstverlening aanbieden en liefst op een efficiënte en doelgerichte manier. De lokale overheid moet uitleggen, beslissingen nemen via een democratisch proces dat transparant is en op inspraak gebaseerd.
Uit cijfers van Statistiek Vlaanderen (2023) blijkt dat de gemiddelde tevredenheid over het lokale beleid 5,7 op 10 is, waar dit voor het Vlaamse en federale beleid respectievelijk een 5 en een 4,4 is. Die relatief hoge tevredenheid is echter niet permanent verworven. Ook lokale overheden moeten inspanningen blijven doen om goed te besturen, willen ze de tevredenheid en het vertrouwen van hun burgers op peil houden.
Bestuurscultuur
Hoe democratisch is ons lokaal bestuur? Is er voldoende inspraak en transparantie? In theorie zou de burgernabijheid van het lokaal bestuur tot een goed democratisch proces moeten leiden, waarbij burgers zich engageren in hun lokale gemeenschap, en waarbij bestuurders een grote mate van verantwoording over wat ze doen en beslissen aan de dag leggen.
In de realiteit staat een bepaalde bestuurscultuur een goed democratisch proces soms in de weg. De nieuwe spelregels voor de lokale verkiezingen zullen dat wellicht niet verhelpen, hoewel sommigen het tegendeel beweren.
Ik zag nog niet veel animo bij lokale partijen om mensen aan te sporen naar de stembus te trekken.
Ten eerste zullen meer mensen dan vandaag hun stem niet uitbrengen, nu de opkomstplicht is afgeschaft. Bij andere verkiezingen zijn er ook mensen die thuisblijven, en zijn er veel blanco of ongeldige stemmen, maar nu ontbreekt elke stok voor zij die niet willen kiezen. Tot nu toe zag ik nog niet veel animo bij lokale partijen en besturen om mensen aan te sporen naar de stembus te trekken.
Ten tweede is er de strijd om de grootste partij te worden. Die strijd is er altijd geweest, het is de essentie van verkiezingen, maar wordt nog belangrijker omdat de grootste partij het initiatiefrecht krijgt om een meerderheid te vormen.
We zien soms rare dingen gebeuren, zoals partijen die ideologisch uit elkaar staan maar samen een lijst vormen, om achteraf zeker de grootste te zijn. Inhoudelijke programma’s dreigen ondergeschikt te worden aan strategie en politieke marketing.
Ten derde worden de lokale verkiezingen meer dan ooit burgemeestersverkiezingen. Nergens wordt dat treffender geïllustreerd dan in Koksijde, waar niet de N-VA opkomt, maar ‘Sander’ als kandidaat-burgemeester. Die Sander is Vlaams parlementslid Sander Loones (N-VA) met zijn lijst Samen met Sander.
Gemarginaliseerde gemeenteraad
In alle gemeenten duiken de kandidaat-burgemeesters op, alsof er geen kandidaat-gemeenteraadsleden zijn. Alsof de gemeenteraad niet het belangrijkste democratische orgaan is in de gemeente. Dit soort semi-presidentieel systeem dreigt de machtsverhouding tussen het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad nog verder scheef te trekken.
Welk probleem wil men oplossen met dit soort ingrepen?
Vandaag is in de meeste gemeenten de populairste politicus al burgemeester, zitten de kandidaten met de meeste voorkeurstemmen al in de gemeenteraad en is de grootste partij meestal al deel van de meerderheid.
We moeten net opletten dat de nieuwe spelregels een aantal weeffouten in de lokale bestuurscultuur niet verder versterken. Dat de burgemeester machtiger dan ooit wordt, dat de gemeenteraad nog verder gemarginaliseerd wordt, en dat veel mensen niet langer gaan stemmen en dus geen inspraak meer hebben.
Verdwenen bankautomaten
Kunnen onze lokale besturen leveren? Komen ze met beleid en dienstverlening dat antwoorden biedt op de vragen en noden van burgers? In theorie moeten lokale bestuurders goed zicht hebben op die lokale noden en uitdagingen, zodat ze maatwerk kunnen bieden.
Maar in de realiteit worstelen lokale besturen vaak met een steeds groter takenpakket. Er wordt veel verwacht van lokale besturen, en steeds meer complexe verantwoordelijkheden komen in hun bak terecht. Bovendien moeten lokale besturen kunnen omgaan met de effecten van centraal beleid.
Neem nu het sociaal beleid, waar het lokale OCMW geconfronteerd wordt met gevolgen van Vlaamse en federale beleidskeuzes die ingrijpen op het inkomen van mensen, via het groeipakket, de sociale zekerheid ... De verwachtingen kunnen niet altijd worden ingelost.
Dat heeft onder meer te maken met een aantal evoluties waar het lastig grip op krijgen is voor lokale besturen. Veel regio’s zien dienstverlening verdwijnen, van het openbaar vervoer tot de post, van bankautomaten tot bakkers en slagers. Daardoor voelen heel wat mensen zich voor een stuk in de steek gelaten.
Tegelijk hebben lokale besturen niet altijd de capaciteit en de bestuurskracht om in de bres te springen. De belofte van maatwerk voor lokale uitdagingen is relatief, als de middelen (te) schaars zijn.
Meer dan zesjaarlijkse kiezers
Burgers hebben dus nog een zekere mate van vertrouwen en tevredenheid in hun lokale overheid. Maar de lokale besturen mogen niet op die lauweren rusten.
Goed bestuur, dat vertrouwen wekt, is een voortdurende uitdaging. Lokale besturen moeten blijven streven naar een gezonde lokale bestuurscultuur die inspraak en transparantie boven strategie en machtsverwerving plaatst. Ik denk bijvoorbeeld aan het blijven werken aan een sterke gemeenteraad die haar rol kan en mag spelen, en aan een echt participatiebeleid zodat burgers de kans krijgen om meer te zijn dan zesjaarlijkse kiezers.
De burger begrijpt heus wel begrijpt dat overheden met schaarse middelen moeten werken.
Lokale besturen moeten ook blijven nadenken over hun bestuurskracht, om te kunnen blijven leveren wat burgers verwachten. Dat betekent in alle transparantie democratische keuzes maken over wat lokale kerntaken zijn, en wat niet. Die keuzes moeten ze vervolgens toelichten aan de burger, die heus wel begrijpt dat overheden met schaarse middelen moeten werken.
Het betekent daarenboven nadenken over schaal en capaciteit. Fusies zijn geen wondermiddel, en bestuurskracht hangt zeker niet enkel samen met schaal, maar het debat over lokale schaalvergroting mag een versnelling hoger geschakeld worden.
Bij velen wekt dat emotionele tegenkanting op en daarin worden ze gesteund door politici die menen dat fusies democratisch onwenselijk zijn. ‘Dichtbij de burger staan’, weet je wel. Maar diezelfde mensen verwachten ook een minimum aan dienstverlening.
Kleine lokale besturen, hoe je het draait of keert, kunnen dat steeds minder op eigen houtje bieden.

Een nieuwe aanpak voor een falend beleid. Lannoo.

