Maar ze negeren een cruciaal feit: meer dan de helft van al het werk in België is onbetaald. Voor vrouwen loopt dat cijfer zelfs op tot 68,2 procent.
Kinderzorg, mantelzorg, huishoudelijk werk – deze onzichtbare arbeid houdt onze samenleving draaiende. Toch blijft ze structureel ondergewaardeerd. Vrouwen combineren zorg met betaalde arbeid, vaak deeltijds en onder slechte voorwaarden. Niet uit luxe, maar uit noodzaak. Voltijdse contracten zijn schaars, en de combinatie is fysiek en mentaal onhoudbaar.
Het resultaat? Minder financiële onafhankelijkheid, minder carrièrekansen en een verhoogd risico op armoede, vooral op oudere leeftijd.
Onze regering negeert een cruciaal feit: meer dan de helft van al het werk in België is onbetaald.
De nieuwe besparingsmaatregelen verergeren deze ongelijkheid. Neem het pensioenbeleid: voortaan tellen enkel loopbaanjaren met minstens 156 gewerkte dagen mee, wat deeltijdse werknemers – vooral vrouwen – zwaar treft. Ook de zogenaamd ‘geharmoniseerde’ verlofstelsels zijn vooral een besparing. Geen uitbreiding, geen betere vergoeding.
Grootouders krijgen toegang tot een ‘familiekrediet’, maar moeten intussen zelf langer werken. Flexibilisering wordt verkocht als een win-winsituatie, maar betekent voor vrouwen in onzekere jobs vooral instabiliteit. Werkgevers krijgen meer vrijheid om werkroosters op te leggen, terwijl werknemers minder bescherming genieten. De afschaffing van de 38-urige werkweek en de versoepeling van zondags- en nachtwerk vergroten die onzekerheid. Kortgeschoolde vrouwen, nu al oververtegenwoordigd in kwetsbare sectoren, betalen de hoogste prijs.
Onze sterkste troef
Het gebrek aan genderbewust beleid mag eigenlijk niet verbazen, met vier op elf ministers heeft deze regering de slechtste man-vrouwverhouding sinds 1999. Dit weerspiegelt zich in het beleid: wie niet aan tafel zit, staat niet op de agenda. Structurele ongelijkheid blijft bijgevolg dé grote blinde vlek.
De Arizona-regering krijgt dan ook stevige tegenwind. In februari verzamelden 100.000 mensen in Brussel om te protesteren tegen het besparingsbeleid en de toenemende ongelijkheid. Feministische organisaties, middenveldbewegingen en sociale partners stonden zij aan zij met een duidelijke boodschap: dit beleid duwt mensen – vooral vrouwen – verder de precariteit in.
Een samenleving die zorgarbeid negeert, ondermijnt haar eigen fundamenten.
Dit is geen strijd die na één betoging stopt. Het middenveld blijft druk zetten, en dat is meer dan ooit nodig. Onze kritische houding nemen niet alle regeringsleden ter harte. Sommigen stellen ons ‘nut’ steeds meer in vraag. Net daarom blijft solidariteit onze sterkste troef. Alleen door samen te werken, vergroten we onze impact.
Een samenleving die zorgarbeid negeert, ondermijnt haar eigen fundamenten. Een welzijnseconomie waarin collectieve zorg centraal staat, is niet alleen haalbaar, maar essentieel. Iedereen verdient tijd om te zorgen, een werkbare job en een menswaardig pensioen. Dit zou niet ter discussie mogen staan.
Telkens wanneer politici herhalen dat er ‘geen alternatief’ is, dreigt dat een self-fulfilling prophecy te worden. Maar elke besparingsmaatregel is en blijft een bewuste politieke keuze. Ik ben TINA (There Is No Alternative) beu, laten we dat dogma doorbreken en laten zien dat TAMARA bestaat: There Are Many Alternatives Ready And Available. Tijd voor nieuwe verhalen en échte keuzes.

