Tijdens de krokusvakantie voelde White zich, tegen alle diplomatieke geplogenheden in, uitverkoren om de Belgische politiek en rechtsgang tot de orde te roepen.
Blijkbaar.
Het leek inderdaad op een beginnersfout van iemand zonder diplomatieke ervaring. Maar schijn bedriegt, White had wel degelijk nagedacht over zijn interventie in het proces tegen illegale besnijdenissen in de Joodse gemeenschap. Zijn gedachten lagen in één lijn met de gekende Trump-communicatie en met het narratief – een mengeling van minachting en strategische kilheid – dat de Amerikaanse regering rijkelijk uitstrooit over Europa.
Hier was geen sprake van een accident de parcours, wel van een doordachte mediatieke illustratie van de nieuwe Amerikaanse marsrichting.
Denk aan de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie en de harde woorden van vicepresident J.D. Vance, die vorig jaar op de Veiligheidsconferentie in München de houding van de Europese regeringen én rechtbanken tegenover extreemrechtse partijen de grond inboorde.
‘De druk van Bill White op de Belgische regering en justitie in verband met het gerechtelijk onderzoek tegen drie Joodse besnijders is geen toevallige uitschuiver’, schreef VRT-journalist Bert De Vroey op VRT NWS. (18 februari 2026) Hier was geen sprake van een accident de parcours, wel van een doordachte mediatieke illustratie van de nieuwe Amerikaanse marsrichting, waarvan politieke verdeeldheid zaaien in Europa een essentieel onderdeel is.
'Politieke recuperatie’
Zo geschiedde. Nadat hij tot de orde was geroepen door de federale regering veegde hij glimlachend die reprimande onder de mat, waarna hij kon vaststellen dat zijn uitspraken verdeeldheid veroorzaakten binnen de federale regering. Met een tweet waarin hij het fout vond ‘om het belangrijke probleem van antisemitisme te ontkennen’, distantieerde MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez zich van de forse verklaringen van Sammy Mahdi (cd&v) en Connor Rousseau (Vooruit), net als van de correcte reactie van Maxime Prévot (Les Engagés), minister van Buitenlandse Zaken, die de uitlatingen van de Amerikaanse ambassadeur ‘onaanvaardbaar’ noemde.
‘België als antisemitisch bestempelen is niet alleen fout, het is gevaarlijke desinformatie die de echte strijd tegen haat ondermijnt’, zei hij. De N-VA, in verlegenheid gebracht door het gelobby van Kamerlid Michaël Freilich, zweeg vooral, een stuntelige verklaring over ‘politieke recuperatie’ daargelaten.
En White? Die zag hoe zijn gestook een politiek brandje veroorzaakte in het land waar hij ‘toch zo van houdt’. Misschien daarom dat premier De Wever, na zijn krokusvakantie, mededeelde dat het niet de taak is van een ambassadeur om ‘voortdurend de nationale politiek op stelten te zetten’.
Let op uw waarden
Toeval bestaat, ook in woordgebruik. Een mens kan zich al eens verspreken. Maar het is niet toevallig dat wat mijn vader een ‘veranda’ noemde, nu bij creatieve bouwondernemers een ‘woonuitbreiding’ heet. En evenmin dat de sector van luxe-reizen nieuwe termen introduceert als een whycation: ‘een middel om je relatie met vrienden of familie te verdiepen, jezelf te ontwikkelen, ervaringen op te doen.’ Hushpitality of quietcation? ‘Een vakantie met veel stilte, de focus op natuur en rust in een digitale detox-accommodatie.’ (Knack, 22 januari 2026)
Woorden zijn, zoals Hugo Claus schreef, ‘de kleren van de gedachten’.
Hier onthullen (verhullen?) woorden een marketingstrategie, nieuwe woorden om een oud verkooppraatje te versieren. Woorden zijn, zoals Hugo Claus schreef, ‘de kleren van de gedachten’. Uitdrukkingen zoals ‘een vluchtelingentsunami’ en ‘uitkeringstrekkers’ verwijzen naar de standpunten en intenties van degenen die ze gebruiken. Achter woorden zitten denkkaders en waarden.
Zo verenigt volgens Duits politiek econoom Maja Göpel het Engelse woord care een aantal betekenissen waarvoor in het Duits drie begrippen nodig zijn: Sorge (zorg), Fürsorge (sociale voorzorg) en Sorgfalt (zorgvuldigheid). Woorden die verwijzen naar de inzet, het proces dat iets of iemand wil beschermen en naar de aandacht voor de omstandigheden waarin die zorg georganiseerd wordt, zoals in het Engelse take care. Woorden kunnen mooie waarden uitdrukken.
In haar recent verschenen Waarden benadrukt Göpel dat deze waarden geen holle of versleten woorden zijn. Integendeel, ze helpen ons om de werkelijkheid te analyseren en de toekomst vorm te geven. Drie waarden staan bij haar centraal: vrijheid, solidariteit en rechtvaardigheid. Ze geven ons een handvat waarmee we ‘aandachtig navraag kunnen doen, risico’s correct kunnen inschatten, kansen onderscheiden en sociale schijnrealiteiten uit de weg ruimen’.
Zoals de ‘kalkoenillusie’: kalkoenen die elke dag goed gevoederd worden, denken dat het zo altijd zal blijven, tot Thanksgiving of Kerstmis eraan komen. ‘Er simpelweg vanuit gaan dat wat tot nu toe gebeurd is, zich zomaar zal herhalen, kan tot onaangename verrassingen leiden.’ Vraag het maar aan kalkoenen.
Moedig voorwaarts
Net zo is het een illusie om te denken dat met de stijging van het bbp ook het welzijn automatisch toeneemt. Daarbij vergeten we dat ecologische en sociale waarden niet in het bbp zijn opgenomen, maar de kap van regenwoud wel. Of de illusie om te denken dat door te ‘dereguleren’ en de Europese Green Deal af te zwakken, zoals het op de Europese industriële top in Alden-Biesen klonk, de toekomst van de industrie verzekerd is.
Gôpel ontwaart twee illusiepatronen. De sociale en ecologische kosten van het niet-handelen worden om te beginnen net zo weinig zichtbaar als het profijt van dat handelen. Ten tweede worden de opbrengsten van de lange termijn overschaduwd door de winstberekeningen op korte termijn.
Het is niet omdat iets als vanzelfsprekend wordt voorgesteld en oneindig herhaald wordt dat het waar is, laat staan dat het tegemoetkomt aan de waarden die we hanteren. Onze wereld nieuw denken (2021), een ander interessant essay van Göpel, vereist dat we deze illusiepatronen doorprikken, want ‘onze welvaart kan alleen op betrouwbare en duurzame wijze veiliggesteld worden als we mensen en hun behoeften loskoppelen van het narratief van economische ontwikkeling en technische almacht.’
En als we beseffen dat de energietransitie geen kostenfactor is, maar een opbrengst zal genereren in de toekomst, zowel wat de prijs van de energie betreft als onze energieonafhankelijkheid.
Singapore
Göpel hanteert een totaal ander discours en waardenpatroon dan Bart De Wever in zijn laatste boek Over welvaart. Met een gebrekkige en historisch onjuiste analyse van de sociale zekerheid als rode draad, wijst zijn kompas richting Singapore, een stadsstaat waar de begroting in evenwicht is en innovatie gepromoot wordt, maar waar de sociale zekerheid uitermate karig bedeeld is en de balans van de democratie eerder negatief uitvalt.
De bekende Duitse filosoof Peter Sloterdijk noemde Göpel een ‘professionele mutmacherin’. Ze houdt inderdaad de moed erin. Ofschoon de klimaatopwarming van de politieke agenda dreigt te verdwijnen, steunen volgens haar de meeste mensen in de samenleving wél de energietransitie, als ze in een rechtvaardig beleid gestalte krijgt.
Ze erkent daarnaast dat onze democratie onder druk staat, maar blijft erin geloven dat onze vrijheidsdrang ons kan verbinden in plaats van te verdelen. Tenminste, als we het ‘dikke-ik’ achter ons laten en vervangen door een ‘ver-wij-ing’.
De moed om te veranderen groeit als zorgzame medemensen zichtbaar worden.

