Dakloosheid is meer dan mensen die op straat slapen. Bij de laatste telling in Aalst (oktober 2024) kwamen we op 443 dak- en thuisloze mensen. Dat zijn niet alleen ‘buitenslapers’, maar ook mensen die tijdelijk bij vrienden op de sofa slapen, mensen in opvangcentra, of in instellingen zoals gevangenissen en psychiatrie. Ter vergelijking: Gent is ongeveer drie keer zo groot als Aalst en telde in 2023 ongeveer 2490 daklozen. Brussel had er bij een telling in april 9777.
Uithuiszetting vermijden
Waarom belanden mensen in die situatie?
De oorzaken zijn divers: zware financiële problemen, uithuiszetting, verslaving, intrafamiliaal geweld, psychische kwetsbaarheid. En al te vaak een combi van verschillende problematieken. Vanuit het CAW proberen we vooral in te zetten op preventie. Als iemand dreigt de woning te verliezen, gaan we onmiddellijk aanklampend aan de slag: zonder afspraak langsgaan, bellen bij buren, alles om die uithuiszetting te vermijden. Toch lukt dat niet altijd. Dan kunnen mensen in onze opvang terecht komen.
We hebben 21 kamers, waarvan er vijf uitsluitend voor vrouwen met kinderen zijn. Die mensen wonen hier. Met alle gemeenschappelijke voorzieningen die nodig zijn. Gemiddeld verblijven mensen hier acht maanden, soms langer. Tot anderhalf jaar. Dat is té lang, maar het toont aan hoe schrijnend de problematiek is. Een woonbegeleider gaat hen dan helpen om tot een oplossing te komen. Met vallen en opstaan…
Nachtopvang
Nachtopvang is er vooral voor de meest kwetsbaren, mensen die nergens anders meer terecht kunnen om de nacht door te brengen. Voor hen hebben we 20 bedden. In de winter breiden we die uit tot 28. Voor vriesnachten is er een uitbreiding van bedden voorzien tot 34 bedden. Maar eerlijk? Dat is nog steeds te weinig. Sommige dagen is dit aantal bedden te weinig, en moeten we mensen in de kou laten staan. Iemand in nood moeten weigeren doet je hart breken… We doen er echt alles aan om niemand in de kou te laten staan. Voor het CAW is het dan echt puzzelen. Zeker als je weet dat er zo’n 40 mensen in die situatie zitten…
Nachtopvang doen we in samenwerking met de stad Aalst, die dat ook voor het grootste deel betaalt. Omliggende gemeenten kunnen gebruik maken van 8 bedden in onze nachtopvang en doen daarvoor ook een financiële bijdrage aan de werking.
Hoe werkt die nachtopvang eigenlijk?
Iemand in hoge nood is de eerste nacht welkom, zonder vooraf te bellen. Maar vanaf de tweede nacht moet je ‘inbellen’. Aan ons loket bekijken we dan of iemand echt dakloos is. Als dat zo is, krijgt die persoon een ticket voor veertien nachten. In die periode komt er een toeleider in beeld: die helpt om stappen te zetten richting een oplossing, zodat mensen niet in dakloosheid blijven hangen.
Er zijn wel regels. Voor de eerste vijf nachten mogen mensen vroeg bellen om een bed te reserveren. Voor de laatste nachten kan dat pas vanaf kwart over tien. We houden altijd twee bedden vrij voor nieuwe mensen. En vanaf negen uur ’s avonds kunnen ze nog eens checken of er iets vrij is.
Maar het is niet altijd eenvoudig. Sommigen hebben geen telefoon of belwaarde, Dan moeten ze op zoek naar hulp, bijvoorbeeld via straathoekwerkers. Het klinkt simpel, maar voor iemand in crisis is dat een hele uitdaging.
Gebrek aan betaalbare woningen
We willen nachtopvang zien als noodoplossing. Daarom willen we samen met de cliënten werken naar structurele oplossingen voor hun dak- en thuisloosheid. Dit is niet altijd makkelijk. Er is een groot gebrek aan betaalbare huurwoningen, het aantal wachtenden voor een sociale woning is ellenlang en er blijft discriminatie op de woningmarkt.
Dakloosheid is geen ver-van-ons-bed-probleem. Het speelt hier, in Aalst en in de rest van Zuid-Oost-Vlaanderen. We willen niet negatief zijn, maar er is nood aan dialoog en samenwerking. Niemand kiest ervoor om op straat te leven. En niemand mag in de kou blijven staan.
Andere initiatieven?
Naast onze klassieke opvangsystemen, zijn er ook projecten zoals Housing First: langdurig daklozen, meestal met zware verslavingsproblematiek krijgen een woning en intensieve begeleiding. Ook sportprojecten zoals de Belgian Homeless Cup brengen mensen samen.
Tekst Koen Browaeys
