Blijvende stress
DIRK ¬ ‘De voorbije jaren vonden dak- en thuislozentellingen plaats in o.a. Gent en het Waasland. Voor volgend jaar gaf Lokeren zich op. De resultaten lijken aan te geven dat de problematiek toeneemt en dat zien we ook in de druk op de hulpverlening. Daarbij kan je ervan uitgaan dat één op de vier of vijf van de dak- en thuislozen jongvolwassen is. We spreken van 18- tot 25-jarigen. Een hele groep van hen slaagt erin om van sofa naar sofa te surfen en belandt daardoor nooit of maar kort op straat. Zij vallen onder de noemer thuisloosheid.’
ISLAY ¬ ‘Toch blijft er altijd de dreigende dakloosheid. Deze oplossingen zijn vaak heel tijdelijk en hierdoor heel fragiel. Het zijn niet altijd vaste vrienden waar ze kunnen blijven slapen maar mensen die ze pas de week zelf op straat hebben ontmoet. Dat is geen stabiel netwerk. Er gebeurt al snel iets in de relatie. Dat leidt tot blijvende stress van “Waar ga ik vanavond slapen?”.’
TOM ¬ ‘En zo hebben jongeren geen eigen plek waar ze tot rust kunnen komen om aan zichzelf te werken. Wat je daarvoor nodig hebt is verbondenheid, een veilig een vertrouwd netwerk. Al zijn dat één of twee personen, je hebt die ankerpunten wel nodig. Anders vervreemd je van jezelf en dreig je harder te worden en dakloosheid later minder erg te vinden.’
Aan de toekomst bouwen
DIRK ¬ ‘Maatschappelijk gezien is de leeftijd van 18 tot 26 de periode waarop je begint je eigen toekomst te ontplooien. Je gaat studeren, bouwt weer andere netwerken uit, je komt misschien een lief tegen.
Net in die leeftijdscategorie waar je ruimte zou moeten hebben om dingen uit te proberen en eens tegen een muur te botsen, sta je er alleen voor. Voor hen moet het dus van de eerste keer goed zijn terwijl hun emotionele en cognitieve ontwikkeling nog niet voltooid is. Het is in dat spanningsveld dat chronische dak- en thuisloosheid kan ontstaan.’
ISLAY ¬ ‘Jongeren kijken bij de start van hun volwassen leven met heel veel dromen naar de toekomst. Maar doordat ze de hele tijd in verleving zitten en van dag tot dag moeten plannen waar ze kunnen slapen, kunnen ze daar niet aan beginnen werken. Je kan niet goed nadenken over je toekomst als je basisbehoeften, stabiele huisvesting en verbondenheid, niet verzekerd zijn.’
DIRK ¬ ‘Dat is net waarom wij het zo belangrijk vinden om te focussen op die leeftijd. Als je daar een steentje kan verleggen, kan je op termijn het grootste verschil maken.’
Als het alleen niet lukt
TOM ¬ ‘Vaak zien wij dat er een probleem van intergenerationele armoede is. Daarnaast kunnen jongeren in een kwetsbare thuissituatie zitten en beslissen “Ik ben hier weg”. Of de ouders vinden dat het genoeg geweest is. Dan heb je ook nog de jongeren met een instellingsverleden. Ze zijn de jeugdhulp moe en zetten de stap naar zelfstandig leven. Vaak kampen zij met complexe problematieken: trauma’s, psychische problemen, … Daardoor vinden zij moeilijker hun plek in de maatschappij en moeten ze vaststellen dat het alleen toch niet lukt.’
DIRK ¬ ‘Een derde groep zijn de jonge migranten die hier voor hun 18e terechtkomen en plots op eigen benen komen te staan. Dat brengt nog extra uitdagingen met zich mee, zeker als blijkt dat ze ook geen recht op wettelijk verblijf hebben.’
Over het muurtje
TOM ¬ ‘De signalen dat het niet goed gaat met een jongere komen van heel veel instanties zoals OCMW, CAW of jeugdwerk. Het werkt dan niet om gewoon eens te bellen: “Kom morgen eens bij mij.” Wij gaan letterlijk naar de jongere toe. We verplaatsen ons in zijn of haar leefwereld en werken aan de relatie en het vertrouwen. Dat is nodig want ze hebben vaak al veel negatieve ervaringen opgelopen. Dat vraagt intensieve begeleiding van soms 6 tot 9 uur per week. Gelukkig kunnen wij dat bieden.’
DIRK ¬ ‘Dat is inderdaad nodig voor die jongeren die al het diepst zitten. Maar soms volstaat een kleine ondersteuning om een jongere weer op weg te helpen.’
ISLAY ¬ ‘Daarom is het netwerk van A Way Home zo belangrijk. De partners hebben allemaal een andere expertise en een andere intensiteit van werken. In veel trajecten hebben we elkaar nodig en moeten we snel kunnen schakelen. Of snel doorverwijzen als er een andere problematiek naar boven komt.’
DIRK ¬ ‘In de zorg is elke sector overbevraagd en is er druk op de middelen. Daarom moet er samengewerkt worden. Met A Way Home kijken we over de muurtjes, werken we samen en kunnen we zo meer resultaat bereiken.’
Tekst Johan Vyverman
