Meer dan 29.000 werkzoekenden ontvingen het voorbije jaar een sanctie of waarschuwing, meldde Het Laatste Nieuws gisteren. VDAB reageerde zelf ook trots: ‘We hebben de focus op werk, maar sanctioneren waar nodig, met als uiteindelijke bedoeling de werkzoekende toch op andere gedachten te brengen.’
Karim Dibas, expert arbeidsmarktbeleid en werkzoekenden bij het ACV, noemt de triomfantelijke communicatie van de VDAB problematisch. ‘Wij zijn zeker niet tegen het principe van sanctioneren. Tegenover rechten staan ook plichten. Maar nu lijkt het sanctioneren een doel op zich, in plaats van een middel om mensen duurzaam naar de arbeidsmarkt toe te leiden.’
Willekeur
Hij hekelt daarbij het gebrek aan visie en de willekeur in het sanctioneringsbeleid dat vandaag gehanteerd wordt. ‘Vandaag is het vaak gissen naar de te verwachten strafmaat. Het lijkt met momenten pure willekeur. Dat moet transparanter voor de werkzoekende, zodat die ook effectief en tijdig weet welke gevolgen zijn of haar gedrag heeft. We zien dat ook bij de beroepsprocedures, waarbij de rechter in een meerderheid van de gevallen ofwel de sanctie vermindert of helemaal schrapt.’
Dibas wijst het gebrek aan snelheid van het sanctioneringssysteem aan als een van de grote problemen. ‘Het sanctioneringsbeleid moet als doel hebben om de werkzoekende actief te krijgen in de bemiddeling van de VDAB en de uiteindelijke uitstroom naar duurzaam werk. Maar daarvoor moet de doorlooptijd van de beslissingsprocedure veel korter. Nu volgt een sanctie pas drie tot vijf maanden na de feiten. Dat is veel te lang wanneer je echt voor een gedragsverandering wilt zorgen. Als mensen de gevolgen voor hun gedrag direct zouden voelen met een verwittiging of schorsing , kunnen ze hun gedrag effectief aanpassen. Je verliest hen dan ook niet onderweg in de begeleiding.’
Ondersteuning
Omdat het proces veel te traag verloopt, is de kans ook groot dat mensen intussen tegen andere regels zondigen, waardoor verschillende sancties zich kunnen opstapelen. Dat verklaart waarom sommige werkzoekenden definitief uitgesloten worden van een werkloosheidsuitkering. Dibas wijst er op dat je net de moeilijker bereikbare groep daardoor volledig dreigt te verliezen. ‘Vaak verlies je die groep daardoor maandenlang uit het zicht, terwijl zij net meer ondersteuning en fysieke contacten nodig hebben. Niet alle gesanctioneerden zijn per definitie werkonwillig. Het grootste probleem is dat driekwart van hen niet opdagen op een bemiddelingsgesprek met de VDAB. Dat is al enkele jaren het geval. Maar dat zijn niet allemaal mensen die niet willen werken. Ze vinden de weg richting bemiddelaar soms gewoon niet om diverse – en vaak ook gegronde – redenen.’
Uit de cijfers van VDAB blijkt bovendien dat er naast iets meer dan 10.000 tijdelijke schorsingen van de uitkering, 1.705 mensen definitief geschrapt werden. Dibas: ‘Dat cijfer toont vooral aan dat werkzoekenden helemaal niet op andere gedachten gebracht worden, zoals VDAB beweert. Door hen definitief te schrappen, duw je hen gewoon uit de begeleiding en in armoede. Je verlegt het probleem naar andere uitkeringsstelsels zoals het leefloon. Hiermee los je het probleem niet op. Wie je geen werkloosheidsuitkering toekent, is niet langer verplicht om verder te zoeken naar werk. Dat kan niet de bedoeling zijn.’
Andere aanpak
Dibas stelt daarom voor om het sanctioneringsbeleid doeltreffender, rechtvaardiger en menselijker aan te pakken. 'De tijd tussen de inbreuk en de sanctie moet drastisch verkort worden. Een doeltreffend sanctiebeleid werkt alleen als mensen het verband leggen tussen hun gedrag en de gevolgen ervan. Bovendien zou een financiële sanctie bij een eerste inbreuk stopgezet moeten kunnen worden van zodra de werkzoekende zich komt aanbieden en meewerkt aan de bemiddeling. Dat is toch het uiteindelijke doel van sanctioneren. Daarmee beloon je een gedragsverandering en kun je de mentaliteit van de persoon in kwestie veranderen. Vandaag wordt de uitgesproken straf toegepast, ongeacht of de werkzoekende zijn gedrag aanpast. Dat werkt niet motiverend.’
Een wijziging in het beleid zou extra kosten met zich meebrengen. Maar ook controle en sanctiebeleid kosten geld, werpt Dibas op. ‘Bovendien zijn de kosten voor iemand die je van de werkloosheidsuitkering schrapt stukken hoger dan inzetten op meer en betere opvolging tijdens het initiële traject. De VDAB moet dringend haar beleid durven te evalueren. Op dit moment ontbreken harde cijfers over profielen en de financiële gevolgen voor gesanctioneerden, doorstroom naar andere stelsels en de link naar het verhogen van werkzaamheidsgraad. Het is maar de vraag waar de politieke prioriteiten liggen: bij het sanctioneren om te sanctioneren of om mensen effectief aan het werk te krijgen?’, besluit hij.

