‘Wie hoopte dat vanaf nu alles in dezelfde regio op mekaar is afgestemd en wordt geregeld, komt bedrogen uit’, zegt Filip De Rynck, hoogleraar bestuurskunde aan UGent. Volgens hem zijn er nog heel wat vragen, onduidelijkheden, periodes van overgang en uitzonderingen.
‘Een van de grote vragen die nog overblijven zijn de grote intercommunales voor afvalverwerking. Velen beslaan vandaag een ander gebied dan de vijftien nieuwe regio’s, maar er is heel veel geïnvesteerd in die intercommunales, met afschrijvingen die over tientallen jaren lopen. Het grote geld van de gemeentes zit er in. Als gemeentes worden gedwongen in en uit te treden, dan is dat een complexe operatie die voor een aantal gemeentes ook financiële problemen kan opleveren.’
‘Er werd niet overal rekening gehouden met de vraag van gemeentebesturen zelf’, zegt Carien Neven provinciaal directeur Limburg bij beweging.net. ‘Heel wat gemeentes waren geen vragende partij en vroegen in de voorbereiding al uitzonderingen aan. Het is vreemd dat men het advies van de gemeentes niet overal gevolgd heeft.’
Geen bestuurlijke regio's
‘De regio’s dienen puur om samen te werken en zijn geen bestuurlijke regio’s maar er wordt al veel samengewerkt in andere verbanden. Die verbanden passen niet allemaal binnen de nieuwe regio’s, dus moeten ze worden opgesplitst. Dat wordt een ingewikkelde oefening.’
‘Alles wat federaal is, - de politiezones, brandweer, ziekenhuisnetwerken - ontsnappen aan de regeling. En die zijn voor de gemeentes nu net wel heel belangrijk’ , zegt Filip De Rynck. ‘Een politiezone kan dus bijvoorbeeld nog altijd over de grenzen van de nieuwe regio’s heen lopen. Als men al de droom zou koesteren dat alles op hetzelfde niveau georganiseerd wordt, dan gaat dat zeker niet lukken. Het is enkel een gedeeltelijke stap.‘
‘Is het menens om die vijftien regio’s op termijn meer te laten zijn? De huidige winst is beperkt maar als men het als beleidstool zou gebruiken dan zou er echte winst uit te halen zijn.’ Voor Carien Neven is het duidelijk: ’Dit is een voorbode om de provincies af te schaffen en misschien zelfs te evolueren naar vijftien grote steden of nieuwe, kleinere provincies?‘
‘Waarom moet het op die manier? Zou er geen grotere efficiëntiewinst behaald kunnen worden door het fuseren van gemeenten te versnellen? In Limburg werken we al langer samen op dit niveau, maar moet nu bijvoorbeeld met 42 gemeentes overeenkomsten gesloten worden, terwijl dat met vijftien veel makkelijker zou zijn. Efficiëntiewinst kan pas bereikt worden als men iets doet aan die bestuurlijke grootheid.’

