Caroline Vrijens

- Studeerde rechten
- Werkte bij Integrale Jeugdhulp
- Werkte bij SOS Kinderdorpen
- Sinds 2019 Kinderrechtencommissaris
Luc Cortebeeck

• Oud-leider KAJ
• Studeerde maatschappelijk werk
• Erevoorzitter ACV
• Voormalig voorzitter Internationale Arbeidsorganisatie
Nog voor de aanvang van het gesprek schuiven twee boeken over tafel. De kinderrechtencommissaris en oud-ACV-voorzitter schreven er allebei één en wisselen die met de glimlach uit. Tussen beiden zijn er verrassende raakpunten.
Wat u beiden bindt is mensenrechten. Kunnen we stellen dat Jozef Cardijn een voorloper op dat vlak was?
CORTEBEECK: ‘Absoluut. Cardijn vocht in zijn tijd – al van voor de Eerste Wereldoorlog – voor de rechten van fabrieksjongens, later ook voor de werkende meisjes. Veertienjarigen deden vuil en zwaar werk in fabrieken. Ze waren onbeschermd, uitgebuit. Niemand trok zich iets aan van hun lot. Tot Cardijn hen samenbracht en wees op hun rechten en sociale situatie. Hij wilde hen vormen op vlak van welzijn, veiligheid en inspraak. Daar ligt de kiem van KAJ als vormende, maatschappelijk geëngageerde en christelijk geïnspireerde jeugdbeweging.’
U bent zelf ook leider bij de KAJ geweest.
CORTEBEECK: ‘Dat klopt. In het landelijke Tisselt werd een afdeling heropgestart door Jan, Herman en Louis, respectievelijk onderhoudsarbeider, postbode en onderwijzer. Als zestienjarige was ik de jongste. Ik studeerde nog, maar heel wat jongeren werkten al. We brachten hen samen rond hun vragen en zorgen over werk, zelfwaarde en maatschappelijk respect voor werkmensen. ‘Laat je niet onderdrukken, zorg dat je respect krijgt en dat je ook anderen respecteert’, was een levensles die we hen wilden meegeven.’
VRIJENS: ‘Inspraak is voor het kinderrechtencommissariaat ook cruciaal. Artikel twaalf van het Kinderrechtenverdrag ‘Recht op participatie’ is onwaarschijnlijk belangrijk. Dat gaat niet enkel over je mening geven, maar ook over deelnemen aan de samenleving. Hoe krijgt mijn klas vorm? Wie luistert er echt naar mij bij een scheiding? Ik herinner me het verhaal van een jongere die in een leefgroep verbleef en het advies kreeg om een makkelijkere studierichting te volgen ‘want het zou toch niet lukken’. Zoveel gemiste kansen kunnen we vermijden door beter naar hen te luisteren.’
Grensoverschrijdend gedrag of verbaal geweld waren vroeger op de fabrieksvloer schering en inslag. Datzelfde vertaalt zich vandaag vaak online. Hoe kunnen we jongeren wapenen tegen online haatspraak of echokamers?
VRIJENS: ‘Dat jongeren al te makkelijk in een online tunnelvisie terechtkomen, is een reëel gevaar. Ze zitten daar vaak alleen. Onlangs vertelde een pediater me dat zowat de helft van zijn consultaties jongeren met een eetstoornis zijn, vaak meisjes. Uit onderzoek blijkt er een overtuigende link met sociale media en algoritmes. Meisjes komen als vanzelf terecht op plekken waar anorexia ‘normaal’ is. Hetzelfde zie je bij jongens en toxische mannelijkheid. Dat is griezelig en ontoelaatbaar.’
'Er is nood aan ‘verkeersregels’, die duidelijk aangeven wat wel en niet mag. In de online wereld bestaat dat nauwelijks.’
‘Moeten we kinderen meer afschermen van sociale media? Zomaar verbieden kan niet, want ze hebben ook recht op informatie en participatie. Europees zoekt men naar manieren om mediaplatformen als TikTok en Meta verantwoordelijk te stellen. We mogen ook niet vergeten dat sociale media ook heel emanciperend kunnen zijn. Kinderen die zich ‘anders’ voelen vinden er soms lotgenoten. Maar er is nood aan ‘verkeersregels’, die duidelijk aangeven wat wel en niet mag. In de online wereld bestaat dat nauwelijks.’
CORTEBEECK: ‘Helemaal mee eens. Die ‘verkeersregels’ moeten er komen. De school en ouders hebben een belangrijke verantwoordelijkheid, maar zij kunnen niet alles. Daarom zie ik ook op dat vlak een rol voor het jeugdwerk.’
Op welk vlak kan jeugdwerk dan het verschil maken, volgens u?
CORTEBEECK: ‘Ik vind het heel belangrijk dat jongeren een gemeenschapsleven hebben, vandaag meer dan ooit. Heel wat jongeren worstelen met eenzaamheid, de opdringerige aanwezigheid van smartphones in hun leven. Net daarom zijn fysieke contacten en connectie zo belangrijk. Daarnaast leerden we bij onze vorming als KAJ-leider leiderschap en kritische zin ontplooien. Bijvoorbeeld hoe je gesprekken voert met jongeren, vergaderingen organiseert, de situatie op de werkvloer verbetert, een netwerk uitbouwt … Ook nu is vorming van leidinggevenden van jeugdbewegingen cruciaal.’
'Een ruimte die jongeren vrij mogen invullen, dat is zo belangrijk.'
VRIJENS: ‘Jeugdwerk kan ongeziene kansen bieden aan jongeren, zeker als ze thuis minder middelen hebben. Ze kunnen op kamp gaan, ontdekken wat ze fijn vinden, vrienden leren kennen … Jeugdwerk biedt ook de kans om te ontsnappen aan het toeziend oog van volwassenen. Een ruimte die jongeren vrij mogen invullen, dat is zo belangrijk.’
Klopt het dat het jeugdwerk vandaag onder druk staat?
VRIJENS: ‘Helaas wel. Vanuit de Vlaamse Jeugdraad horen we dat heel wat jeugdbewegingen moeite hebben om genoeg vrijwilligers te vinden die het leiderschap op zich willen nemen. Terwijl het vaak stormloopt bij de inschrijvingen. Onder meer de toename van studentenarbeid lijkt daarin een concurrerende rol te spelen.’
CORTEBEECK: ‘Ik vang ook die signalen op. Terwijl we die sterke jonge trekkers net zo hard nodig hebben. Wat studentenarbeid betreft: de regering heeft een grens overschreden. Het aantal uren is weer uitgebreid naar 650 per jaar, terwijl experts eensgezind zijn: ‘Dit is erover.’ Ze bouwen daarbij niet eens rechten op. En de studie lijdt er vaak onder. Laat ons jongeren niet te vlug in een systeem steken waar alleen werken van belang is. Als samenleving mag je niet enkel de boodschap geven: ‘De markt op’. Daar zou het Kinderrechtencommissariaat ook een rol kunnen spelen.’
Jongeren niet loslaten is voor u beiden belangrijk, zegt u. Wat bedoelt u precies?
VRIJENS: ‘Als wij die woorden in de mond nemen, bedoelen we vaak kinderen met een vluchtelingenstatuut, of in armoede. Kinderen die daardoor kansen missen. Dat mogen we niet lossen. Onze rol als kinderrechtencommissariaat is echt om het voor die kinderen op te nemen. Hun ouders zijn vaak minder mondig of kampen met heel wat problemen. Die mensen bereik je niet met een poster op school. Daarom vind ik het belangrijk om rechtstreeks in dialoog te blijven met jeugdwelzijnswerkers. Wat ervaren zij op het terrein? Waar liggen onze blinde vlekken? Dat voedt ons voor ons advieswerk.’
CORTEBEECK: ‘Diezelfde insteek zag ik ook bij KAJ. Opkomen voor kwetsbare jongeren, hen kansen bieden die ze anders niet zouden krijgen. Heel wat KAJ’ers zeggen vandaag nog steeds: ‘Voor ons was dat een springplank voor het leven’.’
KAJ 100
Op 1 mei is er een demonstratie en viering in Laken.
Van 2 tot en met 4 mei gaat het KAJ-feestweekend door in het Bautershof in Sint-Truiden. Alle leden, oud-kajotters en sympathisanten zijn welkom op 3 mei voor een groot spel, netwerkmoment en live optredens.
Het uitgebreide programma en online registratie vind je op www.kaj.be

