Ik word vriendelijk begroet door bewoners die lustig breien aan een lange tafel. Mira neemt me mee door de moderne gebouwen van het rusthuis en toont trots de grote, zonovergoten tuin.
‘Eigenlijk is dit ook mijn thuis geworden, en dat had ik niet meteen verwacht. Als orthopedagoog wilde ik in de jeugdzorg of met mensen met
een beperking werken. Maar dat lag me niet.’
‘Met ouderen kan ik veel sneller een band opbouwen. Ik heb immens veel respect voor hun levenservaring. Het zijn echt monumenten van 100 jaar. Vaak wordt dat vergeten. Alsof ouderen niet meer van tel zijn in deze samenleving. Dan gaan we ze betuttelen met verkleinwoorden, verschrikkelijk.’
Zingen om niet te vergeten
‘Ik organiseer veel activiteiten, maar ons zangkoor heeft veruit het meeste succes. Het koor werd opgericht door een bewoner en haar zoon. Het is telkens een hele belevenis. We zingen allemaal vals maar dat deert niemand. Vooral Vlaamse klassiekers behoren tot ons repertoire. Het helpt ook mensen met dementie. Bewoners die nog weinig spreken, kunnen bepaalde liedjes soms wel meezingen.’
‘We doen alsof ouderen niet meer van tel zijn. Dan gaan we ze betuttelen met verkleinwoorden, verschrikkelijk.’
Rusthuisanimator Mira
Maar groepsactiviteiten blijken minder vanzelfsprekend te worden, stelt Mira vast. ‘Bewoners hebben steeds meer zorg nodig als ze binnenkomen. Daar staan meer subsidies tegenover, dus er is druk van bovenaf om vooral die mensen aan te nemen. Maar zij hebben vaker individuele zorg en activiteiten nodig. De kwaliteit van wat je kunt bieden is soms minder dan vroeger.’
‘Als mensen er zelf voor kiezen om naar een woonzorgcentrum te gaan, dan is er veel meer aanvaarding, terwijl je bij sommige bewoners merkt dat ze minder gelukkig zijn.’
‘Door de hoge prijzen worden woonzorgcentra steeds meer iets voor de elite. Bij ons zijn wel een aantal bewoners met een tegemoetkoming van het OCMW. Maar dat is meestal niet voldoende en niet bevorderlijk voor hun waardigheid.’
Steeds minder sociaal
‘Ik merk bij stagiairs, maar ook bij docenten, dat ze vooral nog praktische zaken leren en kunnen. Het emotionele wordt vaak vergeten. Een babbel doen en mensen op hun gemak stellen is er nog weinig bij. Dat is misschien te wijten aan de werkdruk in de zorg, maar het is jammer. Ik vind het belangrijk om bewoners een thuisgevoel te geven.’
‘Ik weet dat de bewoners hier in hun laatste levensfase zijn, en dat ik ze zal moeten afgeven. Dat went nooit.’
‘Meer vrijheid en minder structuur kan helpen. De overgang van thuis – waar ze alles zelf konden bepalen – naar het ritme van het rusthuis vinden mensen vaak lastig.’
‘Ik weet dat de bewoners hier in hun laatste levensfase zijn, en dat ik ze zal moeten afgeven. Dat went nooit. Mocht het wennen, dan is het tijd om te stoppen, denk ik. Het blijft het moeilijkste van de baan.’
*Mira is een schuilnaam

