We weten het niet. We weten niet hoeveel vrouwen al opgepakt zijn in Iran omdat ze protesteerden tegen de ‘moreelpolitie’ (of ‘zedenpolitie’) vanwege de dood op mevrouw Mahsa Amini. Zij droeg haar hoofddoek op een foute wijze. Er waseen stukje hoofdhaar zichtbaar en dat mag niet. We weten niet precies op hoeveel plaatsen in Iran intussen geprotesteerd is, hoeveel keer dat gebeurde en met welk effect. Men telt nu al meer dan twintig steden en het aantal neemt toe. We weten ook niet precies hoeveel vrouwen intussen gestorven zijn door die protesten. Het zijn er meer dan 200, misschien meer dan 500. Ook dat aantal neemt toe. De vrouwen eisen democratische hervormingen en vrijheid.
Wat we wel weten is dat deze vrouwen zich verbinden met elkaar en zo kracht krijgen om hun leven zelf in handen te nemen. Ze ontvoogden zich van belemmeringen die een politieke klasse heeft afgeleid uit het geloof van de mensen. Ze bevrijden zich op die manier van overheidsbemoeienis. Zeverenigen zich en zorgen zo voor een groeiend draagvlak voor hun eisen. Met succes.
Ik heb veel bewondering voor de kracht van deze ontvoogdingsstrijd. Met gevaar voor eigen leven, voor vervolging en de gevangenis, komen ze op voor een eigen toekomst. We herkennen stukken van deze strijd, we herkennen de blik in hun ogen, we herkennen de moed.
Daarom moeten ook wij de protesten steunen en een signaal geven aan de internationale gemeenschap. We geven steun op sociale media en vragen onze politici om verder te gaan dan het veroordelen van de acties van de Iraanse overheid en concrete maatregelen te nemen.
