Een jaar geleden liepen nog 10.835 re-integratietrajecten om langdurig zieke werknemers weer aan de slag te helpen. Een jaar later blijft van dat aantal trajecten nog ongeveer een vijfde over. De hoofdreden voor die sterke daling? De hervorming van de re-integratietrajecten die minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) vorig jaar doorvoerde.
Na de jarenlange aanhoudende kritiek van de vakbonden op het systeem van de re-integratietrajecten, verscheen een vernietigend rapport van het Rekenhof. Re-integratietrajecten worden door werkgevers in een groot aantal gevallen niet gebruikt om langdurig zieke werknemers weer op een duurzame manier aan de slag te helpen, maar dienen vooral als goedkope ontslagmachine. Dat was een van de grote kritiekpunten van de vakbonden en het Rekenhof. Wie zo’n traject doorliep, kon tot vorig jaar namelijk makkelijker ontslagen worden wegens zogenaamde medische overmacht. Een bedrijf moest in dat geval ook geen ontslagvergoeding betalen. De ontslagen werknemer werd naar het ziekenfonds gestuurd voor een ziekte-uitkering.
Medisch ontslag vertienvoudigd
De hervorming van vorig jaar sloot echter die poort. De re-integratietrajecten en het ontslag wegens medische overmacht werden van elkaar losgekoppeld. ‘De nieuwe cijfers tonen dat er behoorlijk wat oneigenlijk gebruik was van de vroegere re-integratietrajecten. De hervorming is alvast geslaagd in haar hoofddoelstelling om het oneigenlijk gebruik uit de re-integratietrajecten te halen’, verklaart ACV-expert welzijn op het werk Maarten Hermans.
Van de ongeveer 10.000 trajecten in het derde kwartaal van 2022, blijven dit jaar nog slechts zo’n 2.000 over. Hermans: ‘Tegelijk zien we dat de rechtstreekse procedure voor contractbeëindiging wegens medische overmacht vertienvoudigde in dezelfde periode, van 609 in 2022 naar ruim 6.000 nu. Dat is een verontrustende verschuiving. Het hoog aantal van contractbeëindigingen wegens medische overmacht roept heel veel vragen op over arbeidskwaliteit, de effectiviteit van het preventiebeleid, en de inspanningen en effectieve mogelijkheden om te komen tot re-integratie.’
Oorzaken aanpakken
Een gedetailleerde kijk op de cijfers toont aan dat in kmo’s verhoudingsgewijs minder re-integratietrajecten voorkomen, en relatief meer contractbeëindigingen wegens medische overmacht. Eenzelfde beeld is te zien in onder andere de zorgsector, de schoonmaaksector en de bouwsector. ‘Het is duidelijk dat de arbeidsomstandigheden en werkorganisatie meebepalen of werknemers uitvallen in langdurige ziekte én of ze terug kunnen re-integreren. Dat toont de beperkingen van het beleid dat zich vooral richt op het re-integreren van de individuele werknemer, zonder de oorzaken voor uitval in ziekte en de werkcontext mee te nemen.’
‘Algemeen blijft ook na de hervorming een van de voornaamste conclusies van het Rekenhof overeind: het aantal succesvolle re-integratietrajecten is onvoldoende in het licht van het huidige aantal langdurige zieken. De cijfers maken duidelijk dat zolang ziekmakend werk niet wordt aangepakt, het individueel re-integratiebeleid een weinig effectieve maatregel vormt. Eerst moeten de aan werk gerelateerde oorzaken aangepakt worden. Zo is er in de eerste plaats de werkdruk, maar ook andere risicofactoren zoals het tillen van zware lasten en repetitieve handelingen, moeten voldoende aandacht krijgen’, besluit Hermans.

