Het ricocheerde later door in een uithaal naar huisvrouwen van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau: ‘Die vrouw rijdt ook op onze wegen, haar kinderen gaan naar onze scholen en als ze ziek zijn, kan ze rekenen op onze gezondheidszorg. Ik vind dat iedereen die kan werken zijn deel moet doen.’
Waarna toenmalig vicepremier Vincent Van Quickenborne (Open VLD) midden 2023 vol op het orgel ging door aan de (toen afgesprongen) belastinghervorming van de andere Vincent (Van Peteghem, cd&v) een plan te willen koppelen om alle sociale en fiscale voordelen voor koppels met een thuiswerkende partner op de schop te nemen. ‘Vrouwen mogen van mij gerust thuisblijven om voor hun kinderen te zorgen, maar níét op kosten van de maatschappij’, liet hij nadien in Humo optekenen.
Om in één adem concreet de verhoogde werkloosheidsuitkering voor gezinshoofden op de korrel te nemen. Waarna scherpe afkeuring volgde van tenminste twee partijvoorzitters. ‘Echt beschamend’, vond Bart De Wever. ‘Bijzonder triest en stigmatiserend’, aldus Sammy Mahdi.
Huwelijksquotiënt
Die twee hebben er nochtans aardig aan meegewerkt om van koppels met een thuiswerkende partner een van de zwaarst getroffen categorieën te maken van het activerings- slash saneringsbeleid in het federale regeerakkoord. In het kader van de belastinghervorming wordt het huwelijksquotiënt – een fiscale tegemoetkoming voor een echtpaar waarvan een partner weinig of geen eigen beroepsinkomsten heeft – gehalveerd voor niet-gepensioneerden. Voor gepensioneerden wordt een uitdoofscenario uitgewerkt.
Terwijl masculien rechts wereldwijd huisvrouwen, in de Verenigde Staten herdoopt als tradwives, op een voetstuk plaatst, slaat de verrechtsing en verflinksing bij ons een andere weg in.
En voor de aangekondigde pensioenhervorming wordt ‘een modernisering van de gezinsdimensie’ beloofd. Dat betekent vooral drie zaken: de verdere afbouw van het overlevingspensioen of ‘weduwepensioen’ onder de pensioenleeftijd; de herleiding van het gezinspensioen tot een strikt minimum, onder de Europese armoedenorm; en in het verlengde daarvan ook de afbouw van het echtscheidingspensioen, wat koppels maar zelf moeten oplossen door overeen te komen dat de werkende partner na een scheiding een deel van diens pensioen afstaat.
Daarbovenop komt de zware tol van de strengere loopbaanvoorwaarden voor de diverse pensioenrechten. Anders dan Van Quickenborne beoogde, wordt vooralsnog niet geraakt aan de gezinsdimensie in de werkloosheidsverzekering. Maar van die werkloosheidsverzekering blijft sowieso weinig over. Gezien de hogere uitkeringen voor gezinshoofden, zijn die uiteraard het grootste slachtoffer van een sterkere degressiviteit, van de beperking in duur en van de bevriezing van de welvaartsvastheid.
Terwijl masculien rechts wereldwijd de huisvrouwen, in de Verenigde Staten herdoopt als tradwives, op een voetstuk plaatst, slaat de verrechtsing en verflinksing bij ons een andere weg in. Die van het activerend aanklampen van huisvrouwen.
Bange blanke achterban
Het wekt verbazing hoe zo’n omslag zich op amper twee jaar heeft voorgedaan, over partijgrenzen heen. Misschien is dat de logische uitkomst van het koortsachtig zoeken naar mogelijkheden om de werkzaamheidsgraad op te krikken tot 80 procent. Maar ik vrees dat er iets anders aan de hand is.
Of het nu gaat om sociale huisvesting, sociale zekerheid, sociale bijstand of over fiscaliteit: om de eigen bange blanke achterban te ontzien, al dan niet populistisch te plezieren, gaat men selectief op zoek naar maatregelen die vooral de allochtone gemeenschap raken. En gezien de oververtegenwoordiging van mensen met een migratieachtergrond bij de 14,2 procent koppels met een voltijds werkende man en een thuiswerkende vrouw, komt men dan al snel uit bij het bashen van huisvrouwen.
Bij Van Quickenborne in Humo moest je zelfs niet tussen de lijntjes lezen: ‘Je moet een kat een kat noemen: de meeste huismoeders zijn van allochtone afkomst.’
Simone De Beauvoir-feminisme
Toch moet ook de vrouwenbeweging eens in ‘t eigen hart kijken. Veel vrouwenorganisaties, hadden het nooit zo begrepen op de sociale en fiscale tegemoetkomingen voor koppels met een thuiswerkende partner. De sociale rechten moesten worden geïndividualiseerd. In het kielzog daarvan moest in de fiscaliteit het huwelijksquotiënt sneuvelen.
Al die voordelen zouden de vrouw aan de haard kluisteren en werkende vrouwen discrimineren. Een late echo van het Simone De Beauvoir-feminisme: de vrouw moet zich bevrijden van de man. Maar de huisvrouw is vandaag al lang niet meer de dokters- of notarisvrouw. Vandaag gaat het overwegend om koppels van kortgeschoolden, met lagere inkomens en minder kansen op de arbeidsmarkt, inderdaad vaak met buitenlandse roots. Die goedbedoelde individualisering van rechten treft dan selectief een groep die het sowieso al niet onder de markt heeft.
De huisvrouw is vandaag al lang niet meer de dokters- of notarisvrouw. Het gaat om koppels van kortgeschoolden, met lagere inkomens en minder kansen op de arbeidsmarkt, vaak met buitenlandse roots.
Dat de nieuwe aanval op de bestaanszekerheid van huisvrouwen deels ongrondwettig is, kwam bij de regeringsonderhandelaars niet eens op. Nochtans oordeelde het Grondwettelijk Hof zo over een eerder geplande optrekking van de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen van 50 naar 55 jaar, van 2026 tot 2030. In de mate dat die personen treft die niet of slechts gedeeltelijk actief zijn op de arbeidsmarkt is het strijdig met het recht op sociale zekerheid, aldus het Hof.
Zal het vandaag anders oordelen over een optrekking van 55 naar 66 of 67 jaar?

