De revolutie van N-VA moet en zal kleinburgerlijk zijn
Nelis JespersBart De Wever in hotelsloffen, en zo’n vuilwitte badjas. De man geniet van zijn koffie in een discreet Antwerps hotel, rijdt via de bakker naar huis en haalt er boterkoeken voor zijn vrouw, dochter, en de zopas gearriveerde cameraploeg van Paul Jambers. Embedded journalism, heet dat. ‘Geloofwaardigheid en leugen zijn twee zijden van eenzelfde medaille’, denkt hij onderweg. En ook: ‘De Vlaamse revolutie zal kleinburgerlijk zijn, of ze zal niet zijn.’ De filosoof-koning heeft altijd gelijk.
Wie de afgelopen jaren goed heeft opgelet, weet: dit is een korte samenvatting van de vorige verkiezingen. Op z’n minst vat het mijn herinnering eraan goed samen. Op een Antwerpse sofa keken we met vrienden en grote ogen naar de vijf zetels die Vlaams Belang en N-VA in 2019 van een Vlaamse meerderheid hielden. Nu al schudden en beven we bij de gedachte aan de verkiezingen van komend jaar. Vijf zetels. De stok achter de deur voor De Wevers revolutie.
Vijf zetels hielden Vlaams Belang en N-VA in 2019 van een meerderheid. De stok achter de deur voor De Wevers revolutie.
‘De omwenteling’ noemen ze het nu bij N-VA, de toekomst die het confederalisme moet heten. Het woordgebruik doet vermoeden dat de natievormende schilderijen van het tafereel al besteld zijn. De Vlaamse revolutie zal kleinburgerlijk zijn, of ze zal niet zijn.
Niet-territoriale autonomie
Het is interessant om een blik te werpen op de ideeëngeschiedenis van die confederale omwenteling. In veel opzichten is de kern van het plan een oneigenlijke toepassing van de staatsrechtelijke hypothese van de Oostenrijke socialist en eerste kanselier van Oostenrijk Karl Renner (1870-1950). Hij dacht een oplossing te hebben voor de eeuwige spanning in de socialistische traditie: die tussen solidariteit en nationaliteit. In 1899 schrijft hij daarom zijn proefschrift Staat und Nation, waarin hij het concept van ‘niet-territoriale autonomie’ uitwerkt.
Renner dacht het ietwat explosieve lappendeken van etnisch-culturele groepen in het Oostenrijk-Hongarije van die tijd te ontmijnen door commissies op te richten waarin etnisch-culturele gemeenschappen bepaalde cultuurgebonden bevoegdheden zouden uitoefenen over de eigen gemeenschap. Soevereiniteit wordt dan niet meer territoriaal ingevuld, maar slechts uitgeoefend over een groep van mensen. Renner wilde op die manier een arm afhakken om het lichaam te redden: sociaaleconomische bevoegdheden zouden uit de handen van de identitaire gruwel blijven.
Wie ons land een beetje kent, hoort een belletje rinkelen. Het onderwijs in Brussel is op die manier geregeld. De gemeenschappen regelen de eigen zaakjes binnen hetzelfde territorium. N-VA stelt met de ‘Brusselkeuze’ – de kern van de zaak in elke discussie over het confederalisme – nu voor om in Brussel ook bevoegdheden van de sociale zekerheid op een niet-territoriale manier te gaan uitoefenen.
Vandaag is de Vlaming verplicht om solidair te zijn met de Brusselaar. Maar in de ideale wereld van Vlaams-nationalisten staat de Vlaming voor de keuze staan om de Brusselaar sociaal te verzekeren, of op het eigen zwaard te vallen.
Concreet betekent dit dat de Brusselaar een eindje mag gaan shoppen en zal kunnen kiezen of die onder de Vlaamse dan wel onder de Waalse sociale zekerheid valt. Zo zal die kunnen kiezen hoe hoog zijn pensioen is, hoeveel dagen hij gewerkt moet hebben om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering, en onder welk systeem van degressiviteit die valt. Je kan het zo gek niet bedenken.
Men organiseert hiermee natuurlijk een race to the bottom. Aan de ene kant is de Brusselaar een slecht risico voor elke sociale verzekeraar, ziekte en werkloosheid liggen er nu eenmaal hoger dan in Vlaanderen. Aan de andere kant zal diezelfde Brusselaar massaal kiezen voor het meest voordelige systeem. Vandaag is de Vlaming verplicht om solidair te zijn met de Brusselaar. Maar in de ideale wereld van Vlaams-nationalisten staat de Vlaming voor de keuze staan om de Brusselaar sociaal te verzekeren, of op het eigen zwaard te vallen. Ofwel accepteren we dat Brusselaars onder de Vlaamse sociale zekerheid vallen, ofwel zorgen we ervoor dat de Waalse sociale zekerheid voordeliger is – wat betekent dat we de eigen sociale zekerheid ondergraven – ofwel steken we de sociale zekerheid vol identitaire voorwaarden. God Beware Ons.
Rest me nog één vraag aan de partij-ideologen van de N-VA: zal de Brusselaar een beroep kunnen doen op een Franstalige, Vlaamse sociale zekerheid?
