Fietser en bus van de MIVB
© ID / Bruno D'Alimonte

Een serieuze tegemoetkoming voor stijgende kosten van het woon-werkverkeer. Dat is de duidelijke eis van het ACV in tijden waarin energie- en brandstofprijzen bijna dagelijks nieuwe records bereiken. Openbaar vervoer en alternatieve vervoersmiddelen moeten financieel aantrekkelijker worden. Maar ook wie afhankelijk is van de auto om op het werk te geraken of voor werkverplaatsingen verdient steun.

Nils De Neubourg

Het energieakkoord zegt een geplande verhoging van de treintarieven van 4,5 procent in juni te bevriezen. ‘Die maatregel is positief maar onvoldoende om de stijgende kosten van werknemers zonder bedrijfswagen en tankkaart te compenseren’, zegt Koen Repriels, mobiliteitsexpert van het ACV. ‘Andere landen halveren soms de ticketprijzen van het openbaar vervoer terwijl wij nog niet eens zeker zijn of die bevriezing van de treintarieven lang standhoudt. Zolang er geen structurele oplossingen zijn, kunnen de treintarieven in het najaar ook plots weer zes tot zeven procent omhoog schieten.’

Die extra kosten komen dan bij tienduizenden werknemers volledig op hun eigen schouders terecht. Daarom vraagt de vakbond voor iedereen een volledige terugbetaling van het woon-werkverkeer met het openbaar vervoer. Repriels: ‘Dat is de 80/20-regeling, waarbij de kosten door zowel de werkgever als de overheid gedragen worden. Die regeling bestaat al in verschillende sectoren, maar zou eigenlijk een recht moeten zijn voor alle werknemers, in alle sectoren en voor alle vormen van openbaar vervoer.’

Ook fietsen, al dan niet elektrisch, en de combinatie fiets met openbaar vervoer moet voor iedereen financieel aantrekkelijker worden. Dat kan volgens de expert door onder meer het recht op fietsvergoeding voor elke werknemer wettelijk vast te leggen.

En de auto?

Meer dan 65 procent van de verplaatsingen naar en voor het werk gebeurt nog altijd met de wagen. Die autoverplaatsingen nemen een steeds grotere hap uit het budget van werknemers. ‘Vooral werknemers met lange pendelafstanden of veel onderbetaalde dienstverplaatsingen met de eigen wagen zijn de dupe van de huidige energiecrisis.’ ACV Voeding en Diensten berekende onlangs dat huishoudhulpen met dienstencheques maandelijks bijna 150 euro uit eigen portemonnee moeten betalen voor werkverplaatsingen. Sinds die berekening zijn de brandstofprijzen alleen maar blijven stijgen, maar werkgevers in de sector weigeren nog steeds om in die kosten tussen te komen.

Volgens Repriels zijn de zorgen in de dienstenchequesector ook in andere sectoren herkenbaar. ‘Autoafhankelijke werknemers met een laag inkomen dreigen hun job te moeten opzeggen omdat zij de stijgende brandstofkosten niet meer kunnen dragen. Ook de jobmogelijkheden voor werkzoekenden worden gehypothekeerd. Er zijn dus dringend meer maatregelen nodig om de stijgende vervoersarmoede en de groeiende mobiliteitskloof onder werknemers te bestrijden’, besluit de expert.

Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!