Nu de coronabesmettingen opnieuw hoog oplopen, kunnen zelftests een handig instrument zijn om jezelf snel en regelmatig te testen. Maar de prijs van zo’n coronazelftest bedraagt in de apotheek 7 à 8 euro. Te duur, lijkt het, om er een vaste gewoonte van te maken wanneer je drukke plaatsen aandoet, of vrienden of familie bezoekt.
In vergelijking met de buurlanden is er een groot verschil: Nederlandse en Duitse supermarkten verkopen zelftesten onder de drie euro (bijvoorbeeld €2,89 in een Nederlandse Jumbo, of €2,95 in een Duitse Aldi Nord), terwijl je in een Franse apotheek dan weer €5,20 betaalt. In Groot-Brittannië kun je ze zelfs gratis verkrijgen.
De federale regering heeft geen maximumprijs opgelegd. Ze regelde via een Koninklijk Besluit wel de marge voor groothandelaars en verdelers (€0,50), en voor het apothekershonorarium (€2,50) omdat ‘een woordje uitleg voor correct gebruik belangrijk is’, luidt de redenering. Afhankelijk van de aankoopprijs kan er dan nog een klein verschil optreden. Dat alles verklaart grotendeels de hogere prijs. Niet voor personen met recht op verhoogde tegemoetkoming overigens, zij betalen slechts een euro per zelftest. Weliswaar gelimiteerd tot vier zelftesten per twee weken.
Hoewel supermarkten ook in België zelftesten mogen verkopen, springen ze vooralsnog niet massaal op die trein; de Belgische consument zou de apotheek verkiezen voor medische producten. De enige keten die ze verkoopt is Kruidvat: €17,49 voor vijf zelftests (€3,49 per stuk). Ook online vind je goedkopere exemplaren (ongeveer €4).
Opgelet: zelftesten sporen hogere virale ladingen op en verraden eventuele besmettelijkheid met een betrouwbaarheidsmarge van 80 procent. Het is dus mogelijk om een negatieve zelftest af te leggen en toch besmet te zijn.
In vergelijking met de buurlanden zijn zelftesten om snel Covid-19 op te sporen tot bijna drie keer duurder, tenzij je ze niet bij de apotheker haalt.
