De medische wereld is voortdurend bezig met het ontwikkelen van steeds gespecialiseerdere geneesmiddelen en therapieën. Zeker op gebied van kankerbehandeling zijn er de laatste tijd veel nieuwe, dure medicijnencocktails in omloop geraakt. Deze medicamenten worden via de ziekenhuisapotheken verstrekt. Daardoor zijn de terugbetalingen via de ziekenhuisapotheken in België meer dan verdubbeld tussen 2010 en 2019: van 814 miljoen euro naar 2,15 miljard euro per jaar.
Vragen bij werkzaamheid
Een recente studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) zorgde voor opschudding toen bleek dat een heel aantal van die nieuwe geneesmiddelen weinig of geen voordeel hebben ten opzichte van reeds bestaande geneesmiddelen. ‘Het is zo dat er effectief een aantal nieuwe geneesmiddelen zijn waarbij er nog onzekerheden heersen over de reële klinische meerwaarde ervan’, vertelt CM-beleidsmedewerker Caroline Lebbe.
Uit het KCE-rapport blijkt ook dat farmaceutische bedrijven hun medicatie zo snel mogelijk op de markt willen krijgen. ‘Die bedrijven willen vaak zo snel mogelijk hun investering terugverdienen, maar het kan ook komen door publieke druk omdat een bepaald middel groot in de pers verschenen is.’ Maar daar knelt volgens Lebbe het schoentje. ‘De bedrijven proberen langdurige studies te vermijden waar relevante uitkomsten voor de patiënt zoals de levensduurverlenging of levenskwaliteit aangetoond moeten worden. Ze kiezen er bij kankermedicatie bijvoorbeeld voor om de progressievrije overleving (hoelang het duurt voordat een tumor weer begint te groeien na het innemen van de medicatie, red.) te onderzoeken. Maar dat is niet de relevantste indicator, want er is niet altijd een duidelijke link is tussen de progressievrije overleving en de echte levensverwachting.’
Gebrek aan transparantie
Hoeveel de overheid voor een geneesmiddel juist betaalt, weet veelal niemand. Voor nieuwe medicatie wordt steeds vaker een geheim contract gesloten. Van de tien duurste geneesmiddelen hebben maar liefst acht een contract met geheime prijsafspraak. ‘Dat bestaat al ongeveer tien jaar en was oorspronkelijk bedoeld voor heel uitzonderlijke situaties’, verklaart Caroline Lebbe. Die geheimhouding is volgens haar een puur commerciële keuze. ‘De firma’s willen niet dat die prijsafspraken bekend geraken. Wij zijn uiteindelijk maar een klein landje en de minister komt op dat vlak keihard onder druk te staan. Als andere landen horen dat men elders minder betaalt, dan ondermijnt dat de positie van de producenten en hun grip op de hoge prijzen. Ze hebben dus alle baat bij de geheimhouding.’
Ook CM-voorzitter Luc Van Gorp plaatst vraagtekens bij het totale gebrek aan transparantie. ‘Dat maakt het moeilijk om de kosteneffectiviteit van deze geneesmiddelen in te schatten en te rechtvaardigen. Uiteraard zijn wij voorstander van innovatie, maar enkel op voorwaarde dat de nieuwe geneesmiddelen effectief meerwaarde bieden voor de patiënten. Vandaag is er daarover te weinig transparantie. We weten vaak niet wat de werkelijke kostprijs is van deze geneesmiddelen en de meerwaarde blijft onzeker. We kunnen ons dan ook de vraag stellen of de middelen van de ziekteverzekering wel efficiënt worden ingezet. We kunnen elke euro uiteindelijk maar één keer uitgeven.’

