Een van de krachten van jeugdwerk is: vertrekken van onderuit en ruimte geven aan jongeren. Jeugdwerk staat bij initiatief en experiment. Jeugdwerk is vooral een plaats waar kinderen en jongeren echt jong mogen zijn, waar ze de positieve kracht van een groep leren kennen, waar ze kunnen groeien op hun eigen tempo, waar ze vrienden maken en leren met vallen en opstaan. Jeugdwerk is een levenshouding waarin kinderen en jongeren consequent centraal staan.
Waar krijgen kinderen en jongeren in onze samenleving echt ruimte? Wanneer mogen ze nog falen?
De helft van alle kinderen en jongeren in Vlaanderen en Brussel komt in aanraking met jeugdwerk of neemt een actieve rol op bij meer dan 6.000 verschillende jeugdwerkinitiatieven. Maar de uitdagingen voor kinderen, jongeren en hun organisaties worden steeds groter.
Denk onder andere aan de verhoogde prestatiedruk op jonge mensen, de problemen rond mentaal welzijn, hoge cijfers van vervroegde schooluitval, verhoogde armoedecijfers, een verhoogd aantal dak- en thuisloze kinderen en de druk die kinderen en jongeren ervaren door sociale media. Dat verhoogt de kwetsbaarheid van kinderen en jongeren en zet ook jeugdorganisaties onder druk.
Waar krijgen kinderen en jongeren in onze samenleving echt ruimte? Wanneer mogen ze nog falen? Doet hun stem ertoe? Of moeten ze gewoon wachten tot ze volwassen zijn? Krijgen ze ruimte om zelf de vrijetijdsprojecten op te zetten die zij willen? Vandaag bereiken we van de 2,6 miljoen kinderen en jongeren in Vlaanderen en Brussel er ruim 1 miljoen. En dat slechts met 0,1 procent van de Vlaamse begroting. Beleidsmakers kunnen nog meer investeren om het jeugdwerk echt naar waarde te schatten.
Zoveel mogelijk types
Inclusiviteit staat hoog op de agenda van het jeugdwerk. Daar is blijvend werk aan de winkel. Onze opdracht als jeugdwerk is om zoveel mogelijk types van jeugdwerk te creëren, om de ruimte te geven aan jongeren om zelf experimenten en jeugdwerkingen op te zetten, zodat we allemaal samen zoveel mogelijk kinderen en jongeren een jeugdwerkcontext, en in bredere zin een vrijetijdscontext, kunnen bieden die hen in hun kracht zet.
Als we willen dat het jeugdwerk ook over twintig jaar nog sterk staat, moeten jeugdwerkorganisaties en beleidsmakers inzetten op verschillende uitdagingen. Van de verouderde jeugdinfrastructuur. Tot het vrijwilligersengagement van jeugdwerkers dat enorm onder druk staat door de prestratiedruk die jongeren ervaren en een alsmaar duurder wordend leven, wat een vrijwillig engagement niet vanzelfsprekend maakt.
Als we willen dat het jeugdwerk ook over twintig jaar nog sterk staat, moeten jeugdwerkorganisaties en beleidsmakers inzetten op verschillende uitdagingen.
Maar ook de cijfers over het mentaal welzijn van kinderen en jongeren zijn alarmerend. Jeugdwerk kan daar een preventieve rol opnemen, al moet er een helder onderscheid blijven tussen jeugdwerk en hulpverlening. Jeugdwerk kan het mentale welbevinden versterken en problemen voorkomen, maar dan moeten we rekening houden met de draagkracht van vrijwillige en professionele jeugdwerkers, en moeten er meer bruggen komen tussen jeugdwerk en (mentale)welzijnsactoren.
Aan het slecht-in-mijn-velgevoel van jongeren zit vaak een digitale component, zien we. Denk maar aan cyberpesten en online haatspraak. Vandaar dat we een sterke noodzaak ervaren om in te spelen op de digitale leefwereld van kinderen en jongeren, maar het jeugdwerk kan ook helpen om vooroordelen over de digitale leefwereld de wereld uit te helpen, en om jongeren hun stem te laten horen.
Laten we die prioriteiten de komende jaren aanpakken. Met het jeugdwerk, beleidsmakers, en liefst met zoveel mogelijk partners.

