De voorbije weken zond Canvas de docu ook uit als televisiereeks. Daarin maken we kennis met ijverige bevers, piepkleine watervlooien, slimme paddenstoelen en lugubere klapeksters. Vanuit onze huiskamers kunnen we de natuur in onze achtertuin bewonderen. Het succes van Onze Natuur – de film trok zo’n 200.000 bezoekers naar de bioscoop – lijkt tegemoet te komen aan een groeiend verlangen naar wildernis. Maar wat doet het met mens en samenleving wanneer de wilde natuur zich ook naast het scherm begint te roeren?
Van natuurdocumentaires over survivalprogramma’s tot de toevloed van natuurproza in boekhandels: wilde natuur is populair in onze cultuur.
Onze Natuur geeft blijk van een opkomend besef dat wildernis niet alleen te vinden is in verre oorden, maar evengoed iets is dat we (willen) tegenkomen in eigen land. De milieucrisis doet stilaan het bredere begrip dagen dat we onze schaarse stukjes natuur beter moeten beschermen. Maar terwijl iconische dieren als de wolf, de bever en de lynx hun weg terugvinden naar Vlaanderen, gaat onze natuur er ondanks alle beschermingspogingen nog steeds op achteruit. Zo’n achthonderd inheemse soorten zijn bij ons met uitsterven bedreigd.
Klimaatopwarming, invasieve exoten en vervuiling spelen een rol, maar de voornaamste reden? De mens, en de plaats die al z’n bezigheden innemen. We hebben in Vlaanderen een schrijnend tekort aan ruimte voor wildernis. Of beter gezegd: aan de wil om plaats te maken voor wilde natuur.
Haaks op het wildernistekort staat een groeiend wildernisverlangen. Onze Natuur is maar het topje van de ijsberg. Van natuurdocumentaires over survivalprogramma’s tot de toevloed van natuurproza in boekhandels: wilde natuur is populair in onze cultuur. Ook wildernistoerisme, bosbaden, bushcraft (vaardigheden om in de wildernis te overleven), of wildpluk zitten in de lift. Organisaties slaan munt uit woorden als wild of wildernis. Ze spreken tot de verbeelding, en appelleren aan een voor velen herkenbaar verlangen.
Ecologische verveling
De Britse activist George Monbiot noemt dit ecologische verveling: de verzuchting naar een wilder leven in een wilder landschap, naar ecologische diversiteit en onvoorspelbaarheid, naar een spannender bestaan met minder restricties en vooral meer ruimte.
In zijn bestseller Feral stelt Monbiot een remedie voor die hij ontleent aan een nieuw idee in het natuurbeheer: rewilding. Rewilding betekent het verwilderen van natuurgebieden, landschappen, en uiteindelijk ook van het menselijke leven. In ecologische termen gaat rewilding om het herstel van de ecologische processen die een ecosysteem goed doen functioneren.
Rewilding herstelt disfunctionele ecosystemen, met als uiteindelijke doel de menselijke invloed tot een minimum te beperken en de natuur haar eigen gang te laten gaan.
Bijvoorbeeld, moerasland herstellen door de (her)introductie van grote grazers die jonge bomen en struiken opeten en zo het landschap open houden. Of het aanplanten van inheemse boomsoorten als de eik en de beuk die op hun beurt weer allerlei kleine zoogdieren, insecten, planten en schimmels aantrekken. In Europa fungeert de Nederlandse non-profitorganisatie Rewilding Europe intussen als de belangrijkste koepel voor rewilding-initiatieven. Meer dan tachtig projecten zijn aangesloten bij het Europese Rewilding Netwerk, waaronder vijf projecten in België. Dat aantal groeit elk jaar. Rewilding zit in de lift.
Rewilding herstelt disfunctionele ecosystemen, met als uiteindelijke doel de menselijke invloed tot een minimum te beperken en de natuur haar eigen gang te laten gaan. Dat heeft enkele implicaties, en niet alleen voor natuurbescherming. Terwijl sommige natuurbeheerders nog argwanend staan tegenover rewilding’s hands-off benadering, hebben ze uiteindelijk hetzelfde doel: ecologische processen en biodiversiteit herstellen.
Veel fundamenteler dan de discussie over de beste methode daarvoor, is de vraag naar onze collectieve bereidheid om überhaupt ruimte te maken voor wilde natuur in eender welke vorm. Een ruimer begrip van rewilding wijst dan vooral op de bereidheid om plaats te maken voor natuurherstel op plekken die door de mens zijn ingepalmd, zoals akkers en industrieterreinen, weilanden voor commercieel gebruik, de marges van steden, of onze eigen achtertuin.
Ruimte
Maar rewilding stelt ons ook voor een andere nood. We hebben een ruimere visie nodig op natuur, samenleving en de plaats van de mens daartussen. Dat vraagt om een serieuze ommekeer in ons denken, die haaks staat op een gangbare moderne logica. Jarenlang heeft de westerse mens de wildernis proberen in te dijken, beknotten, binnen de perken houden – onze taal staat nog bol van die strijdvaardige intentie.
Het mag dan niet verbazen dat er protest komt wanneer de natuur weer een (bescheiden) plaats toebedeeld krijgt in de samenleving, of het nu gaat om het stikstofakkoord of het opnieuw leren samenleven met de wolf in Vlaanderen. Protesterende boeren, veehouders die de wolf liever zien verdwijnen, stedelingen die het onkruid tussen hun terrastegels bestrijden, allen denken ze volgens een logica die diep in onze maatschappij verankerd is. Het is een logica waarin de mens de natuur onder controle houdt.
Protesterende boeren, veehouders die de wolf liever zien verdwijnen, stedelingen die het onkruid tussen hun terrastegels bestrijden, allen denken ze volgens een logica waarin de mens de natuur onder controle houdt.
Rewilding in de brede zin daagt ons uit om dat systeem fundamenteel in vraag te stellen, om na te denken over een herverdeling van de ruimte tussen mens en natuur. En tussen mensen onderling. Want kunnen beleidsmakers wel vragen dat boeren hun uitstoot beperken of de wolf verwelkomen, terwijl datzelfde beleid waardevol bos verkoopt aan vastgoedontwikkelaars, of potentiële groene ruimte verpatst als themapark?
Denken over rewilding dwingt ons na te denken over de samenleving die we willen, en over de rechtvaardige verdeling van de voor- en nadelen van de wildernis daarin. Die wildernis is immers de voorwaarde voor en maatstaf van een bloeiende samenleving. De dichter W.H. Auden schreef het in 1952 al: ‘A culture is no better than its woods.’ De natuur levert de bodem waarop gewassen groeien, de materiële grondstoffen waarop een beschaving gebouwd wordt, en de creatieve voedingsbodem van een cultuur.
Rewilding kan bijdragen aan een visie waarin wilde natuur geen beperking of bedreiging vormt, maar een kans voor de mens. Onderzoek na onderzoek toont aan hoe contact met de natuur heilzaam is tegen depressie, stress en burn-out, niet toevallig belangrijke aandoeningen in onze natuurarme eeuw. Fundamenteler vormt verwilderen een remedie tegen een diep modern onbehagen: ecologische verveling, de vervreemding van onze leefwereld.
We moeten verwilderen, niet alleen om de natuur te redden, maar ook uit zelfbehoud. Laten we als samenleving bekijken hoe we die bij uitstek langetermijnoefening collectief rechtvaardig kunnen ondernemen.

