Echte meritocratie
Anton MaertensOnderzoeker aan het Europees Vakbondsinstituut (ETUI) Stan De Spiegelaere zette onlangs pijnlijk de puntjes op de i: uit Brits onderzoek bleek dat de winsten van bedrijven niet meer automatisch vertaald worden in betere lonen.
Van 1 procent winst, blijft 0,01 procent loonsverhoging over, een daling in vergelijking met de vorige decennia (in de periode 1983-2000 was dat nog 0,04 procent). De metafoor van de taart en de kruimels kan niet duidelijker zijn.
Door een wereldwijde concurrentiestrijd zijn bedrijfsbelastingen in een paar decennia van 40 procent naar hoop en al 20 procent gegaan. Vandaag mogen we blij zijn met een internationale minimumbelasting van 15 procent.
Je zou misschien kunnen denken dat er dan toch nog een stukje naar de staat terugvloeit via een winst- of vennootschapsbelasting en zo bij de gewone werkmens terechtkomt, maar ook daar is de tendens structureel dalend. Door een decennialange, wereldwijde concurrentiestrijd zijn bedrijfsbelastingen in een paar decennia tijd van 40 procent naar hoop en al 20 procent gegaan, en vandaag mogen we blij zijn met een internationale minimumbelasting van 15 procent.
Tegelijk waarschuwt Kris Vandepaer, topman van de federale gerechtelijke politie in Limburg, in zijn afscheidsinterview met Radio 2 Limburg begin dit jaar voor de enorme omvang van fiscale fraude met de vennootschapsbelasting. ‘België moet wel een heel rijk land zijn dat het zich kan permitteren dat er jaarlijks honderden miljoenen uit de staatskas verdwijnen via deze vorm van fraude’, klinkt het.
Inderdaad, een heel rijk land met aftands openbaar vervoer, lege brooddozen op school, en een groeiend legioen van een lagere middenklasse die na de coronapandemie en de energiecrisis in bittere armoede dreigt te verzeilen. Waar de gemiddelde Belgische werknemer waarschijnlijk meer overhoudt dankzij de automatische loonindexering en onze cao’s dan de gemiddelde Brit, moeten we toch constateren dat het systeem zoals het nu functioneert ... in wezen niet meer functioneert.
Bonne chance
De taart wordt over een steeds selectiever clubje verdeeld. Een Vlaams minister van Wonen vindt het zelfs niet meer nodig om massaal veel – beschikbaar! – geld te investeren in de nochtans hoge noden van sociale huisvesting. Liever zoekt hij zondebokken en bevriende partijen, projectontwikkelaars, om het geld te gebruiken voor een wat meer gegoed publiek.
De idee van de meritocratie, dat je door hard werken hogerop kunt komen, klinkt voor velen vandaag ronduit ridicuul.
Veel jongeren vandaag krijgen de facto dit signaal: werken loont niet, maar vastgoed en aandelen lonen wel. De overheden in dit land moedigen ze, niet officieel maar wel in de feiten, massaal aan om die richting verder te volgen. Daarvoor heb je natuurlijk al een beetje start(kapitaal) nodig, en als je ouders het juiste lot hebben getrokken, komt het ook wel goed met jou. Hebben je ouders dat niet? Dikke pech dan waarschijnlijk, en bonne chance!
De idee van de meritocratie, dat je door hard werken hogerop kunt komen, klinkt voor velen vandaag ronduit ridicuul. Eenvoudigweg de demografische groei, het gebrek van een meerwaardebelasting op huizen huurinkomsten, en een lage erfbelasting maken het mogelijk om (steen)rijk te worden. Zonder veel inspanningen, maar met de kribbe op de juiste plek.
Het ingewikkelde verhaal van vastgoed en aandelen die (veel) meer opbrengen dan ‘gewoon’ hard werken, moeten linkse partijen dringend hard en duidelijk aan de man brengen. Niet alleen in België maar ook in de rest van de Europese Unie. Want het monsterverbond tussen kapitaalconcentratie bij belangengroepen en aandeelhouders, en marktmacht van multinationals is niet alleen slecht voor de ongelijkheid, maar ook voor de groei en voor innovatie. Als dat in 2023 niet duidelijk op de kaart staat, kan het wel eens een gitzwart 2024 worden.
