Een nieuw wetsontwerp rond private opsporing moet de verouderde detectivewet uit ’91 een upgrade geven. De wet regelt het beroep van privédetectives en private opsporingsactiviteiten.
Doel van het wetsvoorstel is om het wettelijk kader te moderniseren en daarbij rekening te houden met digitale ontwikkelingen en de huidige regels rond privacybescherming, ook op de werkvloer.
‘Voor ons is het belangrijk dat de werkgever de privacywetgeving in acht neemt’, meent Piet Van den Bergh, expert arbeidsrecht bij het ACV. ‘We willen dat werknemers op de hoogte zijn van mogelijk speurwerk op de werkvloer.’
Reglement in de schuif
Minister Annelies Verlinden, die het wetsontwerp indiende, vroeg hierover ook advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR). Die verklaarde unaniem dat werknemers beschermd moeten worden tegen ‘private opsporing’ of speurwerk. Voorwaarden die de NAR stelt aan speurwerk op de werkvloer zijn transparantie en toestemming van de werknemers. Daarbij is overleg met de sociale partners essentieel, zo oordeelt de NAR.
Toch blijkt nu dat minister Verlinden dit – nochtans unanieme advies – naast zich heeft neergelegd. ‘In het oorspronkelijke voorontwerp was wel sprake van informatie aan en raadpleging van de overlegorganen. Maar naar eigen zeggen heeft Binnenlandse Zaken dit na lobbywerk van de werkgeversorganisaties er weer uitgehaald. We hebben nadien de werkgevers toch kunnen overtuigen om dat weer in de tekst op te nemen.’
Toch blijkt van die voorwaarde in het ingediende wetsontwerp geen sprake meer. Hoe moet het dan wel, volgens het nieuwe voorstel?
Van den Bergh: ‘Het wetsvoorstel schrijft nu voor dat een onderneming een reglement moet hebben. Hoe dat reglement er moet uitzien, is onduidelijk. De werkgever kan zo zelf een reglement opstellen, dat hij bij wijze van spreken in een lade wegsteekt. Afspraken staan zo niet verankerd in een voor alle werknemers raadpleegbaar arbeidsreglement of in een cao, wat veel transparanter zou zijn. Op deze manier is het moeilijk om werkgevers te controleren of iets af te dwingen.’
Zonder vergunning
Waar de huidige wet van 1991 nog een vergunning vereist van alle privédetectives, zou die vereiste in de toekomst wegvallen voor interne speuractiviteiten op werknemers. Minister Verlinden voorziet hiervoor een uitzondering in haar wetsvoorstel. Geen goede zaak, volgens Van den Bergh: ‘Zo hebben we helemaal geen zicht meer op wie zulke opsporingsactiviteiten uitvoert in ondernemingen. Bovendien zal zelfs het ministerie van Binnenlandse Zaken niet meer weten welke privédetectives rondlopen in de ondernemingen. Niemand zal hen nog controleren.’

