postbode jean Van Bellingen en acv transcom voorzitter Koen De Mey
Postbode Jean Van Bellingen is 80 jaar ACV-lid. Dat verdient felicitaties van ACV-Transcom-voorzitter Koen De Mey // © Layla Aerts

Toen Jean Van Bellingen in 1945 bij De Post begon te werken, sloot hij zich meteen aan bij het ACV. Tachtig jaar later is hij nog steeds een trouwe ACV'er. En dus mocht ACV-Transcom-voorzitter Koen De Mey hem letterlijk en figuurlijk in de bloemetjes zetten.

Het is een druk komen en gaan in de Lampstraat in Halle dinsdagmorgen. Jean Van Bellingen (99) ziet zijn dochter en zijn buurman aan de achterdeur opduiken. Aan de voordeur staan zijn vriend Marcel Vermeir en ACV-Transcom-voorzitter Koen De Mey. Die laatste komen om hen in de bloemetjes te zetten, want Jean is tachtig jaar lid van het ACV.

Het was Marcel Vermeir, oud-voorzitter van ACV Halle, die de kat de bel aanbond. De voormalig spoorwegman signaleerde in diverse ACV-geledingen dat zijn oud-ondervoorzitter, postbode Jean Van Bellingen, maar liefst 80 jaar trouw lidmaatschap op de teller heeft staan.

Daarmee is hij het ACV-lid met het langste lidmaatschap. Of tenminste, dat vermoeden we toch. De kwieke Van Bellingen begon in 1945 bij De Post (vandaag Bpost, red.) in Vlezenbeek. ‘Het syndicaat kwam inlichtingen geven en ik heb me meteen lid gemaakt. Later, toen ik trouwde en in Halle kwam wonen, ben ik vakbondsafgevaardigde geworden.’

15 kilometer per dag

Jean houdt heel scherpe en goede herinneringen aan zijn loopbaan bij het postbedrijf. De decennia ‘voetdienst’, zijn dagelijkse ronde van 15 kilometer met een tas van 30 kilo in het centrum van Halle, maakten hem een vaak en graag geziene figuur in de stad. Temeer daar hij de pensioenen ging uitbetalen. ‘Hoeveel miljoenen Belgische frank ik in mijn handen heb gehad’, lacht Van Bellingen.

Dat dat niet zonder gevaar was, daar kan zijn dochter van meegetuigen. Zij werd kantoorhoofd en maakte maar liefst zeven overvallen mee. Ook zijn schoonzoon, die eveneens bij De Post werkte, kreeg zo een revolver tegen het hoofd. Jean ging graag werken. Dat was best in een hoog tempo, want ‘de politie, het Vredegerecht … Die kregen veel correspondentie. Ik heb ook Colruyt zien groeien van een bedrijf met een drietal camionettes tot wat het vandaag is. Verlof? Dat kon ik eigenlijk nooit opnemen. Vanwege het personeelstekort werd ik altijd teruggeroepen. Halle was het hoofdkantoor in de streek, er werkte zeker vijftig man, maar de correspondentie mocht niet blijven liggen hé. Ook op zondag werden kranten verdeeld, en rouwbrieven. Er was nog geen telefoon in de straat.’

Sinterklaas

Samen met Vermeir hield Jean een bloeiende ACV-gemeenschap in Halle levend, met onder meer sinterklaasgeschenken voor de kinderen, toneelopvoeringen en een kerstfeest. ‘Als postbode onderhield ik goede contacten met de winkeliers in de stad. Die gaven dan cadeaus voor de tombola. Zo konden we een televisie en een bosmaaier wegschenken als hoofdprijzen. Er waren pensen en pistolets, en de mensen waren tevreden. Iedereen mocht mij alles vragen, maar ik heb ook veel gekregen van het syndicaat.’

Naar het geheim van zijn goede conditie en feilloze geheugen (Jean citeert de vragen van zijn examen bij De Post alsof het gisteren was, red.), heeft Jean het raden. ‘Goede genen’, ‘thuis niet drinken’, ‘altijd positief’ wordt er aan de tafel rondom hem gezegd, en zelf vult hij aan: ‘een goede vrouw die mij altijd naar de voetbal en mijn muziek liet gaan.’

Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!