Volgens het overleg met de West-Vlaamse sociale partners (ACV, ABVV, Voka en UNIZO) en het provinciebestuur is er namelijk werk aan de winkel. Jeroen: ‘Het treinaanbod is vandaag vooral goed uitgebouwd binnen de zogenaamde Vlaamse ruit (Gent-Antwerpen-Leuven-Brussel). Daarbuiten is het vaak interessanter om de auto of de vrachtwagen te nemen.’
Reistijden
‘In veel streken in onze provincie kan het spoor voor het woon-werkverkeer niet concurreren met de wagen. Om aantrekkelijker te zijn, moeten de reistijden in eerste instantie korter’, gaat Jeroen verder. ‘Dat betekent dat de aansluitingen vlotter moeten zijn binnen de provincie. Zo zou je op het knooppunt Lichtervelde meer dan één keer per uur de overstap moeten kunnen maken. Vlotte verbindingen tussen de verschillende centrumsteden van onze provincie, maar ook naar Gent, Antwerpen en Brussel. Zo kan je meer mensen verleiden om de wagen thuis te laten, of wordt die (tweede) gezinswagen misschien wel overbodig …’
Meer treinen
Daarom pleiten de partners ook voor meer treinen. Jeroen: ‘Twee treinen per uur in elke richting lijkt ons een minimum. Wie dan zijn trein mist, hoeft geen uur meer te wachten. Daarnaast werkt niet iedereen van 9 tot 5, dus het zou een goede zaak zijn om ook vroeg in de ochtend en laat opde avond nog een treinaanbod te hebben.’
Meer mensen op de trein betekent onder andere minder auto’s op de weg, minder bezette parkings. Dat is niet alleen qua duurzaamheid interessant, maar ook voor de portemonnee
Jeroen Pollet, ACV West-Vlaanderen
Portemonnee
‘Meer mensen op de trein betekent onder andere minder auto’s op de weg, minder bezette parkings. Dat is niet alleen qua duurzaamheid interessant, maar ook voor de portemonnee. In veel sectoren krijg je een groot deel van je kosten voor openbaar vervoer terugbetaald of zelfs rechtstreeks met de vervoersmaatschappij verrekend. Je betaalt geen belastingen op die vergoeding’, zegt Jeroen.
Goederen
Het provinciaal sociaal overleg wil niet alleen meer passagierstreinen, investeringen in het spoor kunnen ook voor (veel) minder vrachtwagens op de weg zorgen. Jeroen: ‘We denken hierbij aan verdere investeringen aan de LAR in Menen en in de haven van Zeebrugge. Twee plaatsen waar zowel water-, spoor- als snelwegen samenkomen. Ideaal dus als overslagpunt voor goederenvervoer.’
Naar de minister
In de maand januari trokken de sociale partners samen met de gedeputeerde voor Economie naar het kabinet van de bevoegde minister. ‘We hadden een heel constructief overleg met het kabinet van minister Gilkinet’, vertelt Jeroen. ‘Onze voorstellen liggen volledig in lijn met de door de federale regering goedgekeurde Spoorvisie 2040. Dat betekent dat wat we vragen haalbaar is.’
Druk op de ketel
‘Uiteraard is 2040 nog ver en kampt de NMBS momenteel met problemen door treinmateriaal dat niet op tijd geleverd wordt. De poorwegmaatschappij is ook hard op zoek naar extra personeel. Dat onze voorstellen niet van vandaag op morgen realiteit zouden worden, wisten we, maar we hadden toch verwacht dat enkele voorstellen uit onze bundel al op korte termijn ingang konden vinden. Dat blijkt - behalve wat extra treinen in het weekend - niet het geval. Via een ultieme krachtenbundeling proberen we nu om dit voorstel van vervoersplan nog te verbeteren. We houden in elk geval de druk op de ketel’, besluit Jeroen.
Tekst Gaëlle Beeusaert
