Sofie Henneau, onderzoeker van het centrum overheid en recht van de UHasselt
Samen met Griekenland en Luxemburg, is België binnen de Europese Unie het enige land waar kiezers verplicht zijn om zich naar het stemhokje te begeven. Voorlopig althans, want vanaf 2024 moeten Vlamingen niet meer verplicht naar de stembus bij lokale verkiezingen. Een belangrijke verandering die toch een aantal neveneffecten met zich meebrengt.
In de eerste plaats: de opkomstplicht is eenvoudigweg de beste manier om een hoge opkomst bij verkiezingen te verzekeren. Zonder opkomstplicht zal het aantal thuisblijvers op verkiezingsdag toenemen. Dat is niet zonder risico. Vooral mensen met minder politieke interesse, lager opgeleiden en jongeren blijken een duwtje in de rug nodig te hebben. Ook minderheidsgroepen zouden de verkiezingen sneller aan zich voorbij laten gaan als ze niet langer verplicht worden om zich naar het stemhokje te begeven. Zullen deze bevolkingsgroepen dan nog voldoende gehoord worden? Voorstanders zijn ervan overtuigd dat de afschaffing van de opkomstplicht politici extra stimuleert om naar de bezorgdheden van kiezers te luisteren en hen te motiveren om te gaan stemmen. Onderzoek toont echter aan dat alternatieve maatregelen om burgers warm te maken om te gaan stemmen, zelden of nooit even effectief zijn als de opkomstplicht.
Betekent de afschaffing van de opkomstplicht dan het einde van de zogenaamde ‘foertstem’? Voorstanders beweren dat veel kiezers die gedwongen worden om te gaan stemmen, onvoldoende geïnformeerd of gemotiveerd zijn en dus negatieve of antistemmen uitbrengen. Academisch onderzoek nuanceert echter en leert dat heel veel afhangt van de plaats, tijd en inzet van de verkiezingen. En laat ons toch de signaalfunctie van deze stemmen niet onderschatten: dankzij de opkomstplicht komen eventuele frustraties, ontevredenheid en misnoegdheid van kiezers aan de oppervlakte. Op die manier vormen ook de ‘foertstemmen’ een schat aan informatie voor politici.
Wat de afschaffing van de opkomstplicht zal betekenen voor de politieke krachtsverhoudingen in de Vlaamse gemeenten, is voorlopig koffiedik kijken. Op basis van eerder onderzoek leeft de verwachting dat de politieke verschuivingen eerder beperkt zullen zijn. Voor definitief uitsluitsel is het evenwel nog wachten tot oktober 2024.
