Minder verkeersdoden en een algemene betere leefbaarheid van woonwijken, dat is de grootste motivatie achter de circulatieplannen. Maar zijn die nieuwe verkeerssituaties allemaal even doordacht en logisch?
Brussel zou Brussel niet zijn als het allemaal heel eenvoudig was: Good Move (waar ook de algemene zone 30, sinds een jaar geldig in het hele gewest, tenzij anders aangegeven, onder valt, nvdr) is een gewestelijk plan, in de circulatieplannen zelf heeft de gemeente het laatste woord. En onder meer daar wringt natuurlijk het schoentje: de grillige gemeentegrenzen en de grote autonomie van de 19 gemeenten in het Brussels Gewest zorgen wel vaker voor absurde situaties, maar bij de opmaak van circulatieplannen wordt dit soms wel heel zichtbaar (wijken houden zich immers niet steeds netjes aan de gemeentegrenzen) en is het een waar huzarenstukje om tot een enigszins harmonieus plan te komen. De vraag of een algemeen gewestelijk circulatieplan -weliswaar in afstemming met de gemeenten- dan niet efficiënter is, kan hier toch gesteld worden.
De recent verschenen resultaten van CurieuzenAir, een grootschalig burgeronderzoek naar de luchtkwaliteit in Brussel, in De Standaard (DS, 19 & 20/3) sluiten naadloos aan op het mobiliteitsbeleid. Hoewel de lucht schoner is dan verwacht, zijn de verschillen tussen de verschillende gemeenten én wijken frappant. Het mag niet verbazen dat de luchtkwaliteit in het residentiële (rijkere), door groen omgeven zuidwesten, veel beter is dan in de zeer dichtbevolkte gemeenten en wijken. De link tussen inkomen en luchtkwaliteit wordt pijnlijk duidelijk: de Brusselse wijken met de slechtste luchtkwaliteit zijn ook de wijken waar het aantal werklozen het hoogst is, waar de jongerenwerkloosheid piekt en waar het meeste kinderen wonen in een gezin zonder inkomen van werk, waar de demografische druk met de jaren toeneemt en waar er amper groene buitenruimte is.
Onderzoek wijst een duidelijk verband uit tussen een hoge waarde van stikstofdioxide (slechte luchtkwaliteit) en luchtweginfecties, astma, leerprestaties, hart- en vaatziektes en bepaalde kankers. En daarmee legt dit onderzoek veel meer bloot dan enkel de luchtkwaliteit op zichzelf, en mag het gerust een algemene wake up-call (en leidraad?) voor het Brusselse beleid genoemd worden.
Tekst Véronique Peters
