Warhoofd
‘Ik ben een echt warhoofd. Onlangs vertrok ik voor een optreden, sloeg mijn deur dicht en had ik mezelf buitengesloten. Na dat weekend met twee optredens en een ongeplande nacht op hotel kreeg ik een bericht van de dirigent: mijn kleren hingen nog in de zaal van het eerste optreden.'
'Dat soort dingen kom ik voortdurend tegen. Het verbaast mij al niet meer. Ik denk hooguit: hier gaan we weer. Maar paniek is er niet op zulke momenten. Ik trek snel mijn plan.’
'Ik kreeg een bericht van de dirigent: mijn kleren hingen nog in de zaal.'
Nacht
‘De nacht heeft altijd een aantrekkingskracht gehad op mij. Het is de sfeer, iets mystieks, de rust die ze brengt. Op mijn vorige plaat staat met Nocturne al een nummer over de nacht. De laatste plaat, Midnight Sun, was in die zin een logische stap.'
'Ik ben niet per se een nachtmens. Ik hou evenveel van de dag. Maar ik zit door mijn werk veel in het nachtleven en hou van het gevoel dat rond de nacht hangt.’
Gered
‘Ik heb veel geluk met de mensen rondom mij. Mijn man, zus, ouders, en schoonouders: zij vangen enorm veel op. Als ik een week lang in de studio zit en pas om zeven uur thuiskom, staan zij er.'
'Die bereidwilligheid van mensen treft mij vaker. Een vrouw uit het orkest nam deze week nog mijn vergeten kleren mee. Iemand stuurde ooit mijn vergeten spullen vanaf een festival op per post. Ik bots altijd op de schone kant van mensen. Op de een of andere manier word ik altijd gered door anderen.’
Niemand
‘In de coronatijd hield ik mij strikt aan de regels. Echt héél strikt: ik zag niemand. Pas achteraf besefte ik hoe ongelukkig ik daardoor werd.'
'Maar wat mij toen nog harder trof, was het lot van de mensen in woonzorgcentra. Mensen die op het einde van hun leven niemand bij zich mochten hebben. Niemand vastpakken, niet eens goed babbelen. Ik schreef een lied over zij die hun geliefden geruststellen: alles is oké. Terwijl dat niet altijd zo is.’
Verlegen
‘Ik was vroeger erg verlegen. Ik durfde in een speeltuin niet zomaar naar een ander kind stappen om te spelen. Maar ik was tegelijk altijd graag onder mensen: veel vrienden, constant bezig met hoe zij zich voelden.'
'De Scouts heeft mij van mijn verlegenheid afgeholpen.'
'De Scouts heeft mij van mijn verlegenheid afgeholpen, samen met zingen en optreden vanaf mijn vijftien jaar. Als je ouder wordt, word je minder bang voor andere mensen. Ook nu voel ik me nog steeds zekerder worden, en gelukkiger. Af en toe steekt die verlegenheid nog de kop op. Ik zie het ook bij mijn jongste zoontje. Ik herken mijzelf hard in hem.’

