De gemiddelde levensverwachting in België bedroeg in 2021 gemiddeld 81,7 jaar, maar dat is lang niet voor iedereen het geval. Uit diverse studies blijkt dat wie een gegoede achtergrond heeft langer leeft dan wie uit een kansarme situatie komt. Zo leven welgestelde mannen bijna tien jaar langer dan kansarme mannen. Voor vrouwen bedraagt het verschil zo’n acht jaar.
Volgens een onderzoek van het Observatorium voor Maatschappelijke Ongelijkheid is er bovendien een sterke samenhang tussen het beroep dat iemand uitoefent en de levensverwachting. Beroepen die een hoger diploma vereisen, lopen volgens de onderzoekers veel minder kans om vroegtijdig te overlijden. Voor journalisten is dat 126,6 procent. Professoren spannen daarbij de kroon. Zij lopen maar liefst 46,1 procent minder kans om vroegtijdig te overlijden, terwijl vuilnisophalers helemaal aan de andere kant van het spectrum staan. Zij hebben bijna 66 procent meer kans om vroegtijdig te sterven. Ook onder andere bouwvakkers, telefonistes, brandweerlieden en huishoudhulpen zitten in de gevarenzone.
Volgens de onderzoekers kan dat verklaard worden door onder andere de zware werkomstandigheden waaraan ze dagelijks worden blootgesteld. Bovendien beoordelen mensen die een beroep uitoefenen dat meer kans biedt op vroegtijdig overlijden hun gezondheid algemeen slechter. Dat bevestigt ook Maarten Hermans, expert welzijn op het werk voor het ACV: ‘De beroepen waarin je het meeste risico loopt, zien we ook regelmatig terugkomen wanneer het gaat over ziekmakend werk. Door bijvoorbeeld zwaar werk uit te voeren, blootstelling aan ongezonde stoffen, stress en onzeker werk daalt gemiddeld het aantal gezonde levensjaren. Ziekmakend werk gaat vaak ook samen met bijvoorbeeld een lager loon, wat een grote invloed heeft op je sociale positie en alle zaken die daarmee samenhangen.’
Daarin wordt hij bijgetreden door Annick De Donder, beleidsmedewerker van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. ‘We zien dat wie een laag inkomen heeft in minderwaardige huisvestiging terechtkomt, minder gebruik kan maken van gezondheidszorg en een minder sterk sociaal vangnet heeft dat kan helpen bij onder andere langdurige ziekte. De enige manier om die vicieuze cirkel te breken is om de sociaal ongelijke verdeling van gezondheid en welzijn effectief te verminderen. Dat moet veel nadrukkelijker op de agenda komen van het beleid, met een structurele aanpak.’


