De staat van onze natuur baart niet alleen biologen en natuurbeschermers kopzorgen. Volgens een iVox-bevraging bij 2.000 Belgen vindt maar liefst negen op de tien natuur belangrijk en is 85 procent gewonnen voor het uitbreiden van natuurgebieden.
Dat is bitternodig, beaamt Olivier Honnay, conservatiebioloog aan de KU Leuven. ‘21 procent van ons grondgebied is als natuur ingetekend, maar slechts zo’n acht procent van Vlaanderen wordt echt als natuur beheerd. De rest is vooral natuur op papier. Bovendien zijn onze natuurgebieden versnipperd en vaak geïsoleerd van andere gebieden, waardoor soorten zich moeilijk kunnen verplaatsen. Nergens anders zijn de gebieden die we van Europa moeten beschermen in een dergelijke slechte staat.’
De alarmsignalen daarvan vallen zelfs in de eigen tuin op. Egels zijn uiterst zeldzame bezoekers geworden – sinds 2024 prijken ze op de lijst van bijna met uitsterven bedreigde soorten - en ook huismussen en merels worden tijdens vogeltellingen steeds minder waargenomen.
Dat de situatie ernstig is, toont ook het laatste evaluatierapport van het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO).
Dankzij het Sigmaplan ontstond lang aaneengesloten natuurgebied, waardoor de bever en de otter terugkeerden langs de Schelde.
‘Maar er zijn ook enkele succesverhalen’, klinkt het bij Jelle Van den Berghe van het INBO. Hij verwijst naar de terugkeer van de bever en de otter, maar ook naar de lepelaar die zich dankzij de effecten van het Sigmaplan opnieuw wist te vestigen. Met dat plan worden de Schelde en haar zijrivieren beter gewapend tegen overstromingen, onder andere door de aanleg van natuurlijke overstromingsgebieden.
‘Zo is een lang aaneengesloten natuurgebied ontstaan waarin zowel rivier als natuur de nodige ruimte krijgen. Het succes hiervan toont dat een langetermijnvisie en een wetenschappelijk onderbouwde aanpak lonen.’
Vicieuze cirkel
Rivieren opnieuw meer ruimte geven is een van de doelstellingen van de Europese natuurherstelwet. ‘Jarenlang hebben we rivieren ingetoomd en onze gronden zoveel mogelijk gedraineerd. Daardoor stroomt neerslag nu te snel weg’, legt Van den Berghe uit. ‘Gevolg is dat we enorm kwetsbaar zijn voor zowel overstromingen als watertekorten.’
‘Iedereen herinnert zich de beelden van de zware overstromingen in de Westhoek, maar droogte is een even groot probleem. Enkele jaren geleden heeft het geen haar gescheeld of er was geen water meer uit de kraan gekomen bij de honderdduizenden mensen van wie het drinkwater uit het Albertkanaal komt.’
‘Jarenlang hebben we rivieren ingetoomd en onze gronden zoveel mogelijk gedraineerd. Nu zijn we enorm kwetsbaar voor zowel overstromingen als watertekorten.'
Jelle Van den Berghe, Instituut voor Natuur en Bosonderzoek
Ook Olivier Honnay ziet droogte als een ernstige bedreiging. ‘Onder normale omstandigheden werkt onze grond als een soort van spons die regenwater vasthoudt en traag afgeeft. Maar we hebben grote delen van het land de voorbije decennia stelselmatig drooggelegd, onder andere voor landbouw. Bovendien worden onze zomers steeds warmer en droger. Zo beland je in een vicieuze cirkel, waardoor je alsmaar meer water nodig hebt.’
Bijen en zweefvliegen
Klimaatverandering leidt tot extremere weersituaties. Daardoor kampen werknemers in de voedingssector met steeds meer onzekerheid, vertelt Sam* die bij een Belgisch diepvriesbedrijf aan de slag is.
‘Steeds vaker worden collega's op technische werkloosheid gezet. Tot voor kort was dat vooral bij mislukte oogsten het geval, maar vorig jaar war er plots een overvloedige oogst, waardoor onze opslag overvol zit. Door het soms lente-achtige weer in de winter, zijn wintergroenten als bloemkolen massaal blijven liggen. Daardoor wordt de boeren gevraagd minder aan te planten en zal er ook bij ons minder werk zijn. Vroeger was het niet ongewoon om eens een paar dagen of weken technisch werkloos te zijn, maar nu het steeds vaker voorkomt, weegt dat door op veel mensen. Je bent lang niet meer zeker over je inkomen omdat dat een stuk lager ligt wanneer je op werkloosheid wordt geplaatst.’
‘Technische werkloosheid komt steeds vaker voor.’
Sam* werkt bij een Belgisch diepvriesbedrijf
Niets doen is dus geen optie. Desondanks gaat vooral de lobby van de agro-industrie in het verzet tegen het verplichte natuurherstel. Uitstel en versoepelingen zijn volgens Honnay geen goed idee, omdat het net de voedselzekerheid in het gedrang brengt.
‘Wanneer we het probleem niet snel aanpakken, dreigt het water op te drogen. Door het verlies aan biodiversiteit verdwijnen ook bestuivers zoals bijen en zweefvliegen, neemt het aantal ziektes en plagen toe omdat natuurlijke vijanden verdwijnen en verslechtert de bodemkwaliteit.’
‘Daarnaast hebben wij ook een morele plicht om de vele soorten die bij ons dreigen te verdwijnen te beschermen’, werpt hij op. ‘Niemand zou het in zijn hoofd halen om te pleiten om pakweg het Begijnhof in Leuven of de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen te vervangen door een economisch interessantere invulling. Maar voor ons natuurlijk erfgoed heeft men niet dezelfde eerbied en wordt onmiddellijk voor versoepelingen gepleit.’
Bewezen terugverdieneffecten
De economie stimuleren lijkt vandaag belangrijker dan natuurbehoud. Nochtans becijferde het Wereld Economisch Forum dat zowat de helft van het mondiale bruto binnenlands product ten minste deels van de natuur afhankelijk is, en dat het daarom cruciaal is om net wél in te zetten op bescherming.
Dat beaamt Inge Liekens, milieueconoom bij VITO. ‘Wanneer je geld in natuurbehoud investeert, zijn de baten doorgaans hoger dan de kosten. Neem nu overstromingsgebieden. De schade aan gebouwen en infrastructuur die zij kunnen voorkomen is miljoenen waard.’
De Europese Commissie becijferde dat elke in natuurherstel geïnvesteerde euro 8 tot 38 euro oplevert. Volgens een studie die Liekens in opdracht van Natuurpunt uitvoerde, kan dat bij bepaalde projecten zelfs tot 51 euro oplopen. Opvallend genoeg gaat dat niet alleen over het creëren van banen door recreatie en toerisme. Ook de uitgaven voor gezondheidszorg zijn in die berekening opgenomen.
Wat is de Europese natuurherstelwet?
Natuur en biodiversiteit staan in de hele EU zwaar onder druk. De natuurherstelwet zegt dat lidstaten tegen 2030 herstelmaatregelen moeten nemen in minstens twintig procent van de natuur die vandaag niet in goede staat is. Tegen 2050 moeten in 90 procent van die gebieden de ingrepen aangevat worden. Daarvoor moeten alle lidstaten ten laatste na de zomer een bindend plan van aanpak indienen.
Beweging.net pleit ervoor om daar spoedig werk van te maken: ‘Net door de hoogdringendheid en de vele maatschappelijke baten, vragen we een ambitieus natuurherstelplan. Samen met het brede middenveld.’
‘Onderzoek toont: wie in een groene omgeving woont of regelmatig in de natuur vertoeft, wordt minder vaak ziek en heeft dus minder ziektekosten', aldus Liekens. 'Zo wordt vooral een effect waargenomen op beroertes, diabetes, depressies en angststoornissen. Daarnaast gaan mensen vaker wandelen, lopen of fietsen als ze groen in de buurt hebben. Dat heeft een bijkomend gunstig effect op hart- en vaatziekten.’
Bovendien staat natuurherstel niet haaks op economisch landgebruik, meent Olivier Honnay. ‘We staan nu met de rug tegen de muur omdat er al 40 jaar lang geen knopen doorgehakt worden. Er zullen harde keuzes nodig zijn om aan de normen te voldoen, maar dat betekent niet dat niets meer mogelijk is.’
‘Eigenlijk moet je ruimtelijk gaan differentiëren in het landbouwgebied, waarbij je zones voor hoogproductieve, maar milieuvriendelijkere landbouw hebt, met daarnaast zones voor meer natuur-inclusieve landbouw die het biodiversiteitsherstel bevordert en als buffer naar de echte natuurgebieden dient. Uiteraard moet je de landbouwers niet aan hun lot overlaten, maar hen financieel steunen of passend uitkopen
waar nodig’, aldus de bioloog.
*Volledige naam bekend bij de redactie

